Post Tagged ‘Samenleving’

De vakantieperiode ligt weer achter ons. Voor mij was het een moment van reflectie en verdieping: hoe verhouden mens en kunstmatige intelligentie zich in een tijdperk waarin AI overal opduikt? In dit blog wil ik niet ingaan op de talloze technologische snufjes, prompts en tips die dagelijks voorbijkomen. Nee, ik zoom liever in op de kracht van AI en de mens gezamenlijk. Een symbiose, een vorm van wederkerigheid, die door de juiste bundeling van krachten ons als mens, maatschappij, overheid en bedrijfsleven veel kan brengen – mits we AI niet als bedreiging zien, maar als serieuze kans voor vooruitgang.

De afgelopen jaren is het gebruik van kunstmatige intelligentie (Artificial Intelligence verder afgekort als AI) in een stroomversnelling geraakt. Waar AI ooit vooral een abstract concept was in onderzoeksinstituten en sciencefictionfilms, is het inmiddels doorgedrongen tot de haarvaten van ons dagelijks leven. Van slimme zoekmachines en geautomatiseerde klantenservice tot medische diagnoses en complexe datamodellen: AI lijkt overal aanwezig. Maar juist in die alomtegenwoordigheid schuilt een belangrijk inzicht, een waarheid die te vaak over het hoofd wordt gezien: De kwaliteit van AI is niet louter afhankelijk van de technologie zelf, maar grotendeels van de mens die haar inzet.

Expertise: het begrijpen van mogelijkheden en beperkingen

Een veelgemaakte denkfout in discussies over AI is de veronderstelling dat technologie op zichzelf oplossingen aandraagt. Niets is minder waar. AI kan patronen herkennen, voorspellingen doen en verbanden blootleggen, maar het heeft geen intrinsiek begrip van context. Juist dat begrip is voorbehouden aan de mens.

Expertise betekent weten waar je AI voor inzet, maar minstens zo belangrijk: waar je het niet moet gebruiken. Een arts die een AI-model raadpleegt bij het stellen van een diagnose, weet dat dit model gebaseerd is op data. Diezelfde arts weet echter ook dat data nooit volledig zijn en dat elke patiënt uniek is. De medische expertise zorgt ervoor dat AI wordt gebruikt als aanvulling, niet als vervanging.

Hetzelfde geldt in het bedrijfsleven. Een recruiter kan AI inzetten om cv’s te screenen en patronen te ontdekken in succesvolle matches, maar alleen met kennis van het vakgebied kan die recruiter beoordelen of een kandidaat ook écht bij de cultuur van een organisatie past. AI kan een filter bieden; de mens brengt de nuance.

Ervaring: het vermogen om context te plaatsen

Kennis kan men leren, maar ervaring vormt de verfijnde lens waardoor die kennis betekenis krijgt. Ervaring leert ons dat data vaak onvolmaakt zijn, dat modellen biases kunnen bevatten en dat technologie zelden lineair ontwikkelt. AI mag dan razendsnel berekeningen uitvoeren, het mist het vermogen tot intuïtief aanvoelen en het leren van subtiele patronen die zich niet in data laten vangen.

Neem bijvoorbeeld de rol van een coach die AI inzet om de voortgang van een gecoachte te monitoren. AI kan trends signaleren in taalgebruik, emotie-analyse uitvoeren en zelfs stemintonatie meten. Maar alleen een ervaren coach herkent wanneer een cliënt een stilte laat vallen die meer zegt dan duizend woorden, of wanneer subtiele lichaamstaal aangeeft dat er weerstand of verdriet speelt. AI kan deze signalen registreren, maar de betekenis toekennen vereist ervaring, gevoed door empathie en menselijk contact.

Ervaring stelt ons in staat om technologie kritisch te bevragen: “Is dit patroon daadwerkelijk relevant, of is het een toevallige correlatie?” Zonder die ervaring lopen we het risico blind te varen op algoritmes die niet altijd doen wat we hopen.

Ethiek: de morele kompasnaald

Een van de grootste uitdagingen van onze tijd is niet de technologische vooruitgang zelf, maar het ethisch kader waarbinnen die plaatsvindt. AI kan worden ingezet om processen te optimaliseren, kosten te reduceren of prestaties te verhogen, maar zonder een moreel kompas kan diezelfde AI bijdragen aan discriminatie, privacyschending of sociale ongelijkheid.

De vraag is dus niet of AI iets kan, maar of AI iets zou moeten doen. En die afweging kan alleen door mensen worden gemaakt. Ethiek vraagt ons om verder te kijken dan efficiëntie en winstmaximalisatie. Het vraagt om verantwoordelijkheid, transparantie en zorgvuldigheid.

Een praktisch voorbeeld: stel dat een verzekeraar AI gebruikt om risico’s in te schatten. Het algoritme ontdekt dat bepaalde postcodes vaker geassocieerd worden met schadeclaims. Moet de verzekeraar deze mensen hogere premies laten betalen? Technisch kan het. Ethisch roept het vragen op: is het rechtvaardig om individuen te benadelen op basis van gemiddelden in hun omgeving? Hier komt de menselijke factor in beeld. Ethiek is geen optionele toevoeging; het is de randvoorwaarde die bepaalt of AI rechtvaardig en duurzaam kan functioneren.

Visie: AI als instrument voor menselijkheid

Visie is de brug tussen technologie en toekomst. Waar expertise en ervaring gaan over het heden, gaat visie over de vraag: waartoe zetten wij AI in? Wat is het grotere doel dat wij met deze technologie willen dienen?

Het is verleidelijk om AI alleen te zien als middel tot kostenbesparing of efficiëntie. Maar een mensgerichte visie reikt verder. Het gaat erom hoe AI kan bijdragen aan de verhoging van Human Value: de waarde die mensen met hun talenten, vaardigheden en inzet toevoegen aan de samenleving.

AI kan processen versnellen, maar de visie van leiders en organisaties bepaalt of dat gebeurt ten dienste van menselijke bloei of louter winstmaximalisatie. Een schoolbestuur dat AI inzet om leerlingprestaties te monitoren, kan twee kanten op: het kan leerlingen reduceren tot data en scores, óf het kan AI gebruiken om vroegtijdig signalen van overbelasting of talent te herkennen, zodat docenten beter kunnen begeleiden. De technologie is dezelfde, de visie maakt het verschil.

Samenwerking tussen mens en AI: een symbiose

De kracht van AI ligt niet in vervanging, maar in samenwerking. AI excelleert in snelheid, schaal en rekenkracht. Mensen excelleren in intuïtie, creativiteit en moreel oordeelsvermogen. Samen kunnen ze een synergie vormen die groter is dan de som der delen.

Denk aan de wereld van kunst en creativiteit. AI kan patronen genereren in muziek, schilderijen of literatuur. Maar het is de menselijke kunstenaar die betekenis geeft, die kiest welke emotie of verhaal wordt overgebracht. AI kan een schets maken; de mens maakt er een meesterwerk van.

In het bedrijfsleven zien we hetzelfde. AI kan data-analyse versnellen, maar het is de manager die beslist welke strategie wordt gevolgd. AI kan nieuwe marktkansen signaleren, maar het is de ondernemer die bepaalt of deze passen bij de missie en waarden van het bedrijf. Zonder menselijke inbreng verwordt AI tot een generator van opties, zonder richting of doel.

Verantwoordelijkheid nemen: leiderschap in het AI-tijdperk

De inzet van AI vraagt om leiderschap. Niet alleen technisch leiderschap, maar vooral moreel en visionair leiderschap. Het vraagt om bestuurders, ondernemers en professionals die begrijpen dat technologie nooit neutraal is, maar altijd wordt gevormd door de keuzes die wij maken.

Verantwoordelijkheid nemen betekent investeren in kennis en scholing, zodat medewerkers begrijpen hoe AI werkt en welke impact het kan hebben. Het betekent ook transparant zijn naar klanten en burgers over hoe en waarom AI wordt ingezet. En het betekent bereid zijn grenzen te trekken: soms besluiten we bewust om AI niet in te zetten, juist omdat de menselijke maat belangrijker is dan de technologische mogelijkheid.

AI in een positief daglicht: kansen voor mens en maatschappij

Wanneer AI wordt ingezet vanuit expertise, ervaring, ethiek en visie, opent het ongekende mogelijkheden. Het kan de gezondheidszorg toegankelijker maken, de arbeidsmarkt eerlijker, het onderwijs inclusiever en de economie duurzamer. AI kan ons helpen complexe problemen zoals klimaatverandering of vergrijzing beter te begrijpen en aan te pakken.

Maar de sleutel ligt steeds bij de mens. Niet de technologie zelf, maar onze keuzes bepalen of AI deze positieve belofte waarmaakt. Dat is geen beperking, maar juist een kans. Het betekent dat wij de regie houden, dat wij kunnen sturen en corrigeren, dat wij AI kunnen vormgeven naar de waarden die wij belangrijk vinden.

Conclusie: de menselijke maat als randvoorwaarde

AI is geen doel op zich. Het is een middel. Een krachtig middel, dat zonder twijfel de wereld zal blijven veranderen. Maar of die verandering positief of negatief uitpakt, hangt niet af van de technologie zelf, maar van de mens die haar inzet. Expertise, ervaring, ethiek en visie vormen de pijlers waarop de waarde van AI rust. Zonder expertise gebruiken we AI blind en lopen we risico’s. Zonder ervaring missen we context en nuance. Zonder ethiek verliezen we rechtvaardigheid en vertrouwen. Zonder visie weten we niet waar we naartoe gaan.

De kernboodschap is helder: “De kwaliteit van het inzetten van AI is grotendeels afhankelijk van de expertise, ervaring, ethiek en visie van de mens.

Laten we AI dus niet benaderen als een bedreiging of een autonoom fenomeen, maar als een kans. Een kans om onze menselijkheid te versterken, om de waarde van mensen te verhogen en om technologie te laten dienen wat er werkelijk toe doet: een samenleving waarin ieder individu kan groeien, bloeien en bijdragen. Want uiteindelijk is het niet de kunstmatige intelligentie die de toekomst bepaalt, maar de menselijke intelligentie die haar richting geeft.

Dit blog is geschreven vanuit persoonlijk perspectief en inzicht van de auteur. AI heeft bij dit blog geholpen bij het aanscherpen van de tekst en het visueel ondersteunen met passende afbeeldingen.

© 2025 R.J. Raats

Van welke groep(en) maak jij onderdeel uit? Het is een van de cruciale vragen wanneer we onderzoek doen naar diversiteit. Zeker in de Westerse wereld zijn we sterk geneigd om mensen in standaard hokjes te plaatsen om vergelijkingen te kunnen maken. Vanuit studie, ervaring en onderzoek ben ik er allang achter dat diversiteit in vele facetten niet leidt tot een “eenheidsworst” die iedereen smaakt. Met andere woorden: het is onmogelijk om het voor iedereen goed te doen bij het vaststellen van feiten, laat staan bij het trekken van integrale conclusies over maatschappelijke problematiek. In dit blog tracht ik dieper in te gaan op de verschillende perspectieven op normen en waarden binnen de culturele diversiteit in Nederland.

De rol van veiligheid en vertrouwen in diversiteit

Recentelijk woonde ik een bijeenkomst bij waarin uitgebreid werd gesproken over hoe een werkomgeving zodanig ingericht kan worden dat iedereen, ongeacht achtergrond of persoonlijke overtuigingen, zich veilig en vertrouwd voelt. Een van de belangrijkste inzichten die ik tijdens deze bijeenkomst opdeed, was dat niemand exact hetzelfde is, voelt of zelfs kan voelen. Gelukkig maar, want de erkenning dat ieder mens een individu is en zich als zodanig mag gedragen, vormt een essentieel fundament van onze samenleving.

Wanneer we kijken naar de kern van dit blog – veiligheid en vertrouwen – en de onderwerpen waar ik onderzoek naar doe, zoals diversiteit in culturele waarden en groepsdynamiek in relatie tot individueel gedrag, komen we al snel bij de complexiteit van het ‘samen leven’ in een Westerse samenleving. Om een onderzoek academisch te onderbouwen, moeten serieuze kaders worden gehanteerd met betrekking tot format, indeling en randvoorwaarden om tot interpreteerbare informatie te komen. Dit is echter een uitdaging, omdat ik, net als velen in dit onderzoeksveld, stuit op ethische dilemma’s die nieuwe vraagstukken oproepen.

Hokjes denken versus individuele benadering

De onderzoeksvragen die ik mijzelf heb gesteld, kunnen zonder “inzet van de hokjesgeest” nauwelijks worden beantwoord. Hier ligt echter mijn dilemma: ik wil géén beoordeling op basis van groepsindeling, maar wél de integrale problematiek blootleggen, zodat deze vanuit een individueel perspectief kan worden opgelost. Zou het überhaupt mogelijk zijn om maatschappelijke problematiek, zoals polarisatie, op een meer individuele manier aan te pakken?

Deze ogenschijnlijk eenvoudige vraag blijkt complex. Dit komt omdat we, om tot een goed begrip van diversiteit te komen, niet alleen moeten kijken naar de samenleving als geheel, maar ook naar de intrinsieke waarden van de mens. Denk aan genetische factoren, opvoeding (of het gebrek daaraan) en genoten opleiding(en), die gezamenlijk bijdragen aan iemands persoonlijke referentiekader. En dat is nog zonder de invloed van culturele en religieuze normen en waarden in beschouwing te nemen.

Identiteit en de veelheid aan rollen

De cruciale vraag – “Van welke groep(en) maak jij onderdeel uit?” – vormt de kern van het denken over diversiteit. Ik neem mijzelf als voorbeeld: als witte man van 58 jaar ben ik vader van vier kinderen, opa van drie kleinkinderen, partner van een geweldige vrouw, zoon van een lieve moeder, oudere broer van een zusje en een broertje. Daarnaast ben ik gepassioneerd scheidsrechter, gedreven werknemer, enthousiaste ondernemer en betrokken mantelzorger.

Op basis van deze opsomming behoor ik tot tal van groepen: vaders, opa’s, scheidsrechters, werknemers, ondernemers, senioren (55+), mantelzorgers, enzovoorts. Als we daar politieke of religieuze oriëntaties aan toevoegen, wordt het nog complexer. Maar is de mening van de groep altijd mijn mening? Kan ik mij als individu wel volledig identificeren met de denkbeelden van de ene groep waarin ik mij bevind, terwijl ik tegelijkertijd andere perspectieven huldig binnen een andere groep?

Als je hier lang over nadenkt, zul je merken dat dit leidt tot een identiteitsdilemma. Het probleem ligt in de manier waarop onze samenleving is ingericht: we leren al van jongs af aan in hokjes te denken. Dit biedt houvast, maar beperkt ons tegelijkertijd in onze visie op diversiteit.

De paradox van diversiteit: zichtbaar versus onzichtbaar

Echte inclusiviteit zou betekenen dat we voorbij de uiterlijke verschillen kijken. Kleurenblind zijn in de zin dat we iemands huidskleur, geslacht of afkomst niet als bepalend zien voor zijn of haar waarde in de samenleving, blijkt echter een utopie. We leven immers in een wereld waar discriminatie, vooroordelen en stereotypen nog steeds een grote rol spelen. Maar als we te veel nadruk leggen op deze verschillen, voeden we indirect de polarisatie die we juist willen tegengaan. Deze paradox is zichtbaar in tal van maatschappelijke discussies: van quota voor diversiteit op de werkvloer tot debatten over culturele toe-eigening. Waar ligt de balans tussen erkennen van verschillen en streven naar een gezamenlijke identiteit? En in hoeverre dragen deze initiatieven werkelijk bij aan een inclusieve samenleving?

Een nieuw perspectief op diversiteit

Wat betekent het dan om diversiteit écht te omarmen? Het vereist een fundamentele verandering in hoe we naar mensen kijken. In plaats van te focussen op de verschillen die ons verdelen, zouden we moeten kijken naar de menselijke gedeelde ervaring. Veiligheid en vertrouwen in een werkomgeving of samenleving worden niet bereikt door rigide categorieën, maar door een diepgeworteld respect voor het individu. Om dit te bereiken, moeten we ons bewust worden van onze eigen vooroordelen en de structuren die deze in stand houden. Dit begint bij het onderwijs: minder nadruk op indelingen, meer op gedeelde waarden en menselijkheid. Het vereist ook een andere benadering in beleidsvorming: minder statistieken en doelgroepen, meer maatwerk en erkenning van individuele behoeften.

Conclusie: diversiteit zonder verdeeldheid

Welke conclusies ik uiteindelijk uit mijn onderzoek kan en mag trekken, zal de tijd leren. Eén ding is echter al duidelijk: een veilige en vertrouwde werkomgeving en samenleving kan alleen worden bereikt als we de mens als individu centraal stellen. Groepsindelingen en de daarmee gepaard gaande groepsbeoordelingen dragen bij aan polarisatie, terwijl een focus op de individuele ervaring juist kan helpen om bruggen te slaan. Diversiteit is geen kwestie van verschillen benadrukken, maar van het durven loslaten van die verschillen als bepalende factor. Want pas wanneer we voorbij de labels kijken, ontstaat er ruimte voor echte verbinding.


Referenties / Onderbouwingen

Mijn tekst over diversiteit en het vermijden van hokjesdenken wordt ondersteund door diverse academische onderzoeken en literatuur. Hieronder worden enkele relevante studies en bevindingen besproken die de kernpunten van mijn betoog onderbouwen.

Diversiteit en Sociale Cohesie

Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) heeft in de verkenning “Samen verschillend” (2024) uitgebreid onderzoek gedaan naar de relatie tussen diversiteit en sociale cohesie in Nederland. Deze studie analyseerde ongeveer 140 wetenschappelijke onderzoeken en voerde een eigen empirisch onderzoek uit in 11.000 Nederlandse buurten over de periode 2012-2020. De bevindingen suggereren dat in buurten met een hoge mate van etnische diversiteit de sociale cohesie soms onder druk kan staan, maar dat dit sterk afhankelijk is van contextuele factoren en niet louter aan diversiteit zelf kan worden toegeschreven. (Link naar SCP)

Polarisatie en Groepsdynamiek

In het rapport “Theorieën en aanpakken van polarisatie” (2018) van het Kennisplatform Integratie & Samenleving (KIS) wordt polarisatie gedefinieerd als “de verscherping van tegenstellingen tussen groepen in de samenleving die kan resulteren in spanningen en segregatie”. Het rapport benadrukt dat polarisatie niet alleen ontstaat door verschillen tussen groepen, maar ook door de manier waarop deze verschillen worden benaderd en besproken in de samenleving. Een focus op individuele benaderingen en het vermijden van stereotype groepsindelingen kan bijdragen aan het verminderen van polarisatie. (Link naar KIS)

Individuele Benadering en Inclusie

Het essay “Inclusie en diversiteit: Wat, waarom en hoe?” van Movisie (2021) benadrukt het belang van een inclusieve benadering die verder gaat dan het simpelweg categoriseren van individuen op basis van groepskenmerken. Het essay stelt dat echte inclusie wordt bereikt door aandacht te hebben voor individuele verschillen en het creëren van een omgeving waarin iedereen zich gewaardeerd en gerespecteerd voelt, ongeacht achtergrond. (Link naar Movisie)

Stereotypering en Beeldvorming

Onderzoekers van de Universiteit Utrecht hebben een factsheet gepubliceerd over stereotype beeldvorming bij verschillende groepen. Deze factsheet toont aan dat er significante verschillen bestaan in hoe groepen worden waargenomen binnen organisaties en de bredere samenleving. Het doorbreken van deze stereotypen door een focus op individuele kwaliteiten en het vermijden van hokjesdenken kan bijdragen aan een inclusievere omgeving. (Link naar Nederlandse Inclusiviteitsmonitor)

Etnische Diversiteit en Sociaal Vertrouwen

Een studie uitgevoerd door het SCP analyseerde gegevens van 61.127 mensen in meer dan 11.000 Nederlandse buurten over de periode 2012-2020. De resultaten toonden aan dat etnische diversiteit in sommige gevallen geassocieerd is met lager sociaal vertrouwen, maar dat deze relatie complex is en beïnvloed wordt door factoren zoals de frequentie en kwaliteit van interpersoonlijk contact. Dit suggereert dat het bevorderen van positieve individuele interacties essentieel is voor het versterken van sociaal vertrouwen in diverse gemeenschappen. (Link naar SCP)

Conclusie

De besproken literatuur ondersteunt de stelling dat het vermijden van rigide groepsindelingen en het omarmen van een individuele benadering cruciaal zijn voor het bevorderen van sociale cohesie en het verminderen van polarisatie. Door aandacht te hebben voor persoonlijke ervaringen en kwaliteiten, en door stereotypen en hokjesdenken te vermijden, kan een inclusievere en meer harmonieuze samenleving worden gerealiseerd.

Wie heeft het lef om politieke verandering te brengen? 

Geplaatst op: 20 augustus 2022 door in Niet gecategoriseerd
Tags:,

“Als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan!” is een denkwijze die bij grote complexe projecten met regelmaat wordt uitgesproken. Je kunt alles tot in de puntjes voorbereiden. Er kunnen zich altijd omstandigheden voordoen die de praktische uitvoering in de weg staan. De grootste blunder is om dan stoïcijns door te blijven gaan. Een moment van bezinning is dan noodzakelijk.

Soms betekent het een eenvoudige bijstelling van de randvoorwaarden, mits deze de initiële doelstelling van het project niet veranderen. Wanneer echter blijkt dat het onmogelijk is om doelstelling, zonder bijstelling van hetgeen initieel bedacht is, te behalen, dan zijn er diverse opties die in overweging moeten worden genomen. De grootste fout die gemaakt wordt in projecten is om toch door te blijven gaan. Indien een project ingegeven is vanuit een politiek standpunt, dan is de stap “teruggaan naar de tekentafel” vaak onbespreekbaar. Althans zo denken velen werkzaam binnen een ambtelijke omgeving waar uitvoering gegeven wordt aan projecten vanuit de politieke agenda. Het “nee zeggen” tegen een bewindvoerder is heden ten dage nog steeds slecht bespreekbaar. Je brengt een bewindvoerder politiek niet in een lastig parket dus als “het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan.”

Deze denkwijze is exact waarom er zoveel grote complexe projecten bij overheden fout lopen. Men durft niet naar de bewindvoerder terug te gaan om aan te geven dat de initiële doelstelling onhaalbaar blijkt te zijn. De dossiers met een dergelijk karakter vormen inmiddels een hoge stapel. Het politieke speelveld is zo complex geworden dat de gemiddelde burger er niets meer van begrijpt. Waarom doorgaan met iets wat onhaalbaar blijkt te zijn of wat zelfs in het ergste geval voor een totale ontwrichting zorgt? De politieke belangen wegen dan zwaarder dan onuitvoerbaarheid. Het enige middel wat dan nog rest is dwang vanuit de bewindvoerders om het toch voor elkaar te krijgen. De voorbeelden van dergelijke dossiers zijn er te over en hebben in het afgelopen decennia meerdere malen geleid tot val van een bewindvoerder of zelfs erger, de val van het kabinet. Het lijkt erop dat de politiek niet genegen is om hiervan te leren want telkens worden dezelfde fouten genaakt. Men lijkt er niet voor open te staan dat sommige geformuleerde politieke doelstellingen onhaalbaar blijken te zijn. 

Het doordrukken van de politieke agenda heeft al meerdere malen gezorgd voor problemen in de samenleving zoals de affaire met de toeslagen, het debacle rondom de gaswinning in Groningen, de ernstige tekorten op de arbeidsmarkt en de crisis met betrekking tot stikstof. De lijst is echter langer waar problemen in de uitvoering de oorzaak vormen van politieke turbulentie. In alle gevallen is er ongetwijfeld vanuit de ambtelijke omgeving nadrukkelijk aangegeven dat er serieuze problemen op komst waren met de uitvoering. En toch bleek het onbespreekbaar om terug te gaan naar de politieke tekentafel voor heroverwegingen. “Het regeerakkoord is regeerakkoord!” en die moet worden uitgevoerd anders pleeg je als bewindvoerder politieke zelfmoord of je brengt de gehele coalitie in gevaar. In een dergelijke situatie zijn we als Nederland nu in beland, waarbij duidelijk is dat meerdere punten uit het regeerakkoord onhaalbaar blijken te zijn. De agenda van het regeerakkoord blijkt niet realistisch uitvoerbaar en leiden rechtstreeks tot punten van zorg  m.b.t. stikstof, werkgelegenheid, wonen, migratie en koopkracht, maar zeker niet beperkt tot alleen deze onderwerpen.

De intenties bij het opstellen van de politieke agenda en de bereikte politieke consensus zullen oprecht goed bedoeld zijn geweest, maar de wereld om ons heen kent maar één constante en dat is verandering. Waarom dan stoïcijns vasthouden aan hetgeen is afgesproken? Waarom durven politici niet terug naar de tekentafel om realistisch te kijken naar de (onverwachte) veranderingen die zich aftekenen na het sluiten van het regeerakkoord. Tegen wil en dank doorgaan met gestelde politieke doelstellingen terwijl het land in een tsunami van problemen verkeerd kan nooit de bedoeling zijn. De onveiligheid neemt met de dag toe, de koopkracht zakt met dezelfde snelheid, tekorten aan woningen en arbeidskrachten stijgen met de dag en het vertrouwen in de politiek is gedaald tot een werkelijk minimum. Het gaat van kwaad tot erger. Wie durft daadkrachtig het politieke lef te tonen om voorafgaand aan de komende gemeenteraadsverkiezingen in 2023 op de rem te trappen? De crisissen moeten worden beslecht, dat gaat pijn doen binnen de verschillende politieke stromingen, maar het kan toch zo niet langer?

Nederland is niet langer het beste jongetje in de Europese klas… er worden dikke onvoldoendes gehaald, dus veranderingen in ingenomen standpunten zijn hoogst noodzakelijk om er weer bovenop te komen. Het vraagt om over de eigen ego’s heen te stappen, de politieke kleuring ondergeschikt te maken aan het landsbelang en te zorgen dat er weer vertrouwen komt in de volksvertegenwoordiging. Dit kan alleen als men bereid is om alle signalen uit de samenleving serieus te nemen. Alleen dan kunnen we als burgerij weer vertrouwen krijgen om in maart naar de stembus te gaan. Zo niet, dan voorspel ik dat er een totale politieke crisis gaat komen die zijn weerga niet kent. We zadelen daardoor onze volgende generaties op met problemen die nog decennia gaan duren om op te lossen. Als (groot)vader van vier kinderen en drie kleinkinderen maak ik mij oprecht zorgen waar de politiek nu mee bezig is. Als professional in het vakgebied van project-/programmamanagement kan ik in alle bescheidenheid aangeven dat initieel gestelde doelen onhaalbaar zijn geworden en crisismanagement noodzakelijk is geworden. 

Helaas “kan het niet zoals het moet”, maar staat men er ook niet voor open om “het te doen zoals als kan”. De enige oplossing is terug naar de politieke tekentafel om essentiële punten in het regeerakkoord te gaan heroverwegen. Welke politieke gevolgen dat met zich mee gaat brengen merken we gauw genoeg in maart 2023. Ik wens iedere betrokkene in de huidige politieke arena veel wijsheid, maar vooral ook veel kracht om actieve herinneringen te koesteren… de stemmers zullen dat zeker gaan doen als ze straks weer een stem mogen gaan uitbrengen!

Richard J. Raats

Bezorgde (groot)vader & stemmer!

De Nederlandse economie is door de wereldwijde crisis in de financiële sector voorgoed veranderd. Het aantal werkelozen is substantieel gestegen. Het Midden en Klein Bedrijf, als motor van de economie, koerst met ferme schreden op faillissement af. De kosten van de (rijks)overheid blijven een opwaarts spiraal weergeven. Het huidige onderwijs is niet ingericht om de gewenste arbeidskracht van de toekomst op te leveren. De ecologische cyclus van het verwerven van inkomen door het verrichten van arbeid of door het gereed stomen voor het verrichten van arbeid door het volgen van (beroeps)onderwijs is compleet verstoord. Een nieuwe revolutie staat voor de deur! Doe je mee of kijk je toe?

Desalniettemin blijft het kabinet bij de traditionele denkwijze van besparen door het standpunt dat belastingen en accijnzen moeten worden verhoogd, verschuiving van overheidstaken tussen rijks-, provinciale- en gemeentelijke overheden doorgang moet vinden en diverse activiteiten van maatschappelijke aard richting het bedrijfsleven (maatschappelijke participatie) en de burger (zelfredzaamheid) moeten worden verplaatst zonder rekening te houden met de financiële gevolgen voor deze partijen. In de kern is het een goede gedachte om te groeien naar een sterk participerende samenleving waarin mensen met en voor elkaar zorgen. Minder bemoeienis vanuit de overheid moet zorgen voor een intensievere samenwerking voor en door burgers.

De cruciale randvoorwaarden om een dergelijke maatschappij te verkrijgen zijn echter niet ingevuld of kunnen niet ingevuld worden mede door beperking in de (Europese) wetgeving en door afwezigheid van wederzijds begrip voor culturele verschillen.

Randvoorwaarde 1: Europese samenwerking tussen de lidstaten
In 1952 is Nederland als een van de lidstaten de samenwerking aangegaan met België, Duitsland, Frankrijk, Italië en Luxemburg voor de vorming van de Europese Unie. De lidstaten hebben verregaande bevoegdheden toebedeeld aan de EU met als doelstelling te komen tot een gemeenschappelijk beleid op het gebied van onder andere landbouw, visserij, een vrije binnenmarkt, handelspolitiek, ontwikkelingsbeleid, milieu en hulpverlening bij natuurrampen. En om met één verenigd Europa een sterke handelspartner te vormen in de wereldwijde economie.

De groei van de Europese Unie met landen uit het Oostblok, de uitbreiding van de Europese wetgeving en de daaraan gerelateerde verregaande bevoegdheden van de EU om invloed te hebben op individuele lidstaten, blijken echter op vele gebieden de sociale, financiële, maatschappelijke ontwikkelingen te beperken. Het principe van het stimuleren van het vrije handelsverkeer tussen de lidstaten, zogenaamde winkelnering (Europese Aanbestedingen moesten hier een basis voor gaan vormen) en intensieve samenwerking richting de wereldeconomie, is het laatste decennia niet goed van de grond gekomen.

De stimulans voor mondiale organisaties om bedrijfsactiviteiten massaal uit te besteden (outsourcing) naar lage lonen landen, welke niet rechtstreeks bijdragen aan de financiële groei en grondvesten van de EU, was groter dan te bouwen aan een intensieve samenwerking binnen de grenzen van de Europese Unie. Uitbesteding van bedrijfsactiviteiten is een uitermate goed middel om te komen tot significante verlaging van de kosten door het inzetten van gestandaardiseerde methodieken door bedrijven gespecialiseerd in slechts deze activiteiten. Echter het toestaan van uitbesteding van werkzaamheden naar lage lonen landen, zonder daarmee een sterke export te bewerkstelligen of substantiële (belasting)inkomsten voor de Europese Unie of het eigen land te verwerven, getuigt van kort termijn politiek.

Het gevolg begint zich nu sterk af te tekenen in Europa. Eenvoudige productie- en logistieke werkzaamheden worden buiten de Europese Unie verricht door landen als bijvoorbeeld India waar de groei van miljonairs niet te stuiten is. De werkeloosheid in de Europese Unie exorbitant stijgt en dientengevolge daarvan de lastendruk voor de lidstaten van de Europese Unie om iedereen te voorzien van een basisinkomen niet meer te dragen is. De oorzaak is dat er totaal niet gedacht is aan internationale vormen van reciprociteit! De export vanuit de Europese Unie richting de lage lonen landen waar het geld nu weelderig stroomt blijft sterk achter bij hetgeen er wordt uitbesteed!

Randvoorwaarde 2: Nederlandse samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven
In 1861 werd in Nederland de eerste ambachtsschool gesticht. Het was de instelling voor dagonderwijs waar men werd opgeleid voor ambacht en nijverheid. Het type onderwijs was vooral populair bij degene die na de lagere school geen mogelijkheid hadden om te studeren. De ambachtsschool verzorgde technische opleidingen voor jongens daar waar de huishoudschool gericht was op meisjes. De opleidingen werden zodanig gekozen dat deze aansloten bij de behoefte van de toekomstige arbeiders en werkgevers. Bij de invoering van de Mammoetwet in 1968 werd de naam gewijzigd in Lagere Technische School (LTS) en verdween de term ‘Ambachtsschool” in het geheel.

De veranderingen in het onderwijs om alles te bundelen heeft er in 1999 voor gezorgd dat dergelijk specifiek beroepsgericht onderwijs opgenomen werd binnen het voorgezet middelbaar beroeps onderwijs (vmbo). Hiermee kwam, in tegenstelling tot de verwachtingen, een einde gekomen aan de authentieke identiteit van ambachtelijk onderwijs in Nederland. Het was tevens het moment dat de verbinding tussen onderwijs en bedrijfsleven ogenschijnlijk verloren is gegaan. De focus werd vooral gericht op de groei van de kenniseconomie want de term “kennis is macht” vierde hoogtij. Het is een façade gebleken na de klap van de internethype in 2001. Een stevig staaltje kort termijn politiek wat nu al meer dan 10 jaar duurt. Hier moet nu verandering in komen!

Conclusie: Zijn wij het spoor echt bijster in Nederland?
Het beroepsonderwijs in Nederland is, vanwege deze cruciale bewegingen, sterk afgenomen. Ieder gezond nadenkend mens had op zijn vingers na kunnen tellen dat als je stopt met het opleiden van mensen voor ambachtelijke beroepen dat je op termijn afhankelijk wordt. Waar de doorgeslagen gedachte vandaan is gekomen dat de Nederlandse economie alleen kan draaien op “kennis” is niet terug te vinden, maar we kunnen concluderen dat er klaarblijkelijk niemand de helikopterview en visie heeft gehad om tot deze eenvoudige conclusie te komen.

De focus is teveel gericht geweest op het vergroten van de schaalgrootte van de Europese Unie om een serieuze speler te worden in de wereldeconomie. Willen we dit bereiken dan moet eerst het “huis” op orde komen. Soms moet je terug naar de basis om in de toekomst weer een stap vooruit te kunnen gaan maken. Voor Nederland betekent dat we onze mondiale gedachte moeten terugbrengen tot de vraag “Wat hebben wij in huis dat we kunnen benutten om een economische vooruitgang te verkrijgen?” of in eenvoudige termen: “Wat hebben we te koop en op welke wijze kunnen we dit verkopen?”. Om deze vragen te kunnen beantwoorden moeten we allereerst onze gedachtegang veranderen.

De populatie mensen die momenteel aan de zijlijn van het arbeidsproces staan vertegenwoordigen een grote capaciteit aan denk- en werkkracht. Niemand weet klaarblijkelijk deze mensen te motiveren of stimuleren om weer deelgenoot te worden van het arbeids- of onderwijsproces of de directe mogelijkheden lijken hiervoor te ontbreken. De negatieve wijze van denken over werkeloosheid en het sociaal stelsel, aangevuld met de wensen en eisen voor groei van nivellering zorgen dat we in de klem zitten in Nederland. In plaats van de handen ineen te slaan, de mouwen op te stropen en te kijken naar mogelijkheden in plaats van beperkingen, zorgen voor het continueren van deze beklemming.

De stevige besparingen ingezet door het kabinet gaat hier geen verandering in brengen. Het kabinet met als uitvoerende organisatie de (rijks)overheid lijkt geen visie te hebben over waar Nederland in de toekomst moet komen te staan. Politici beperken zich telkens op een maximaal ambtstermijn van vier jaar. Het meerpartijenstelsel in Nederland biedt niet (meer) een goede basis voor een stabiele koers van het land met een langtermijn strategie. De grote contrasten en diversiteit van politieke stromingen en het achterhaalde poldermodel mag heden ten dagen met recht ter discussie worden gesteld. Onze politieke leiders hebben het vertrouwen verloren van de gewone burger. Het sociale stelsel is uit balans. Het economisch model van “kennis is macht” heeft getoond niet te werken. We moeten veranderen dat is een feit. Het kabinet probeert in een sneltrein tempo activiteiten richting de gemeenten en de burger te duwen. “Los het nu zelf maar op!” is de indruk die gegeven wordt. Het wordt tijd dat iedere burger tot het inzicht komt dat we het zelf kunnen oplossen! Samenwerken aan een nieuwe toekomst doe je door samen te werken!

Kom tot ontdekking wat jouw eigen kwaliteiten, kenmerken en talenten liggen! Gebruik jouw motivatie om het zelfvertrouwen terug te krijgen dat het samenwerken met elkaar zorgt voor een energie in het kwadraat. “Twee weten meer dan één!”, maar 700.000 werkelozen weten samengevoegd exponentieel meer dan de hele (Europese) regering bij elkaar. Het zou een genoegen zijn om deze krachten gebundeld te krijgen om Nederland weer in een vooruitgaande beweging te krijgen waardoor het gat tussen burger, onderwijs en bedrijfsleven wordt gedicht. De overheid kan zich dan in de toekomst beperken tot het vertegenwoordigen van de burger… In bedrijfstermen vormen de burgers “slechts” de Raad van Commissarissen van Nederland die één keer per vier jaar haar stem mag laten klinken. Het kabinet vormt in dit model de directie en de overheid is niet meer dan de verzameling van stafafdelingen… En de burgers? Eenmaal de krachten van de burgers gebundeld vormen zij gezamenlijk het bedrijf dat we de BV Nederland kunnen noemen… Een BV waarbinnen het onderwijs en bedrijfsleven moet worden hervormd om weer te komen tot een gezond bedrijf met opleidingen, leer-werkstages en arbeidsplaatsen!

Wie durft de mouwen op te stropen? Meld je aan op