Post Tagged ‘politieke partijen’

De Nederlandse economie is door de wereldwijde crisis in de financiële sector voorgoed veranderd. Het aantal werkelozen is substantieel gestegen. Het Midden en Klein Bedrijf, als motor van de economie, koerst met ferme schreden op faillissement af. De kosten van de (rijks)overheid blijven een opwaarts spiraal weergeven. Het huidige onderwijs is niet ingericht om de gewenste arbeidskracht van de toekomst op te leveren. De ecologische cyclus van het verwerven van inkomen door het verrichten van arbeid of door het gereed stomen voor het verrichten van arbeid door het volgen van (beroeps)onderwijs is compleet verstoord. Een nieuwe revolutie staat voor de deur! Doe je mee of kijk je toe?

Desalniettemin blijft het kabinet bij de traditionele denkwijze van besparen door het standpunt dat belastingen en accijnzen moeten worden verhoogd, verschuiving van overheidstaken tussen rijks-, provinciale- en gemeentelijke overheden doorgang moet vinden en diverse activiteiten van maatschappelijke aard richting het bedrijfsleven (maatschappelijke participatie) en de burger (zelfredzaamheid) moeten worden verplaatst zonder rekening te houden met de financiële gevolgen voor deze partijen. In de kern is het een goede gedachte om te groeien naar een sterk participerende samenleving waarin mensen met en voor elkaar zorgen. Minder bemoeienis vanuit de overheid moet zorgen voor een intensievere samenwerking voor en door burgers.

De cruciale randvoorwaarden om een dergelijke maatschappij te verkrijgen zijn echter niet ingevuld of kunnen niet ingevuld worden mede door beperking in de (Europese) wetgeving en door afwezigheid van wederzijds begrip voor culturele verschillen.

Randvoorwaarde 1: Europese samenwerking tussen de lidstaten
In 1952 is Nederland als een van de lidstaten de samenwerking aangegaan met België, Duitsland, Frankrijk, Italië en Luxemburg voor de vorming van de Europese Unie. De lidstaten hebben verregaande bevoegdheden toebedeeld aan de EU met als doelstelling te komen tot een gemeenschappelijk beleid op het gebied van onder andere landbouw, visserij, een vrije binnenmarkt, handelspolitiek, ontwikkelingsbeleid, milieu en hulpverlening bij natuurrampen. En om met één verenigd Europa een sterke handelspartner te vormen in de wereldwijde economie.

De groei van de Europese Unie met landen uit het Oostblok, de uitbreiding van de Europese wetgeving en de daaraan gerelateerde verregaande bevoegdheden van de EU om invloed te hebben op individuele lidstaten, blijken echter op vele gebieden de sociale, financiële, maatschappelijke ontwikkelingen te beperken. Het principe van het stimuleren van het vrije handelsverkeer tussen de lidstaten, zogenaamde winkelnering (Europese Aanbestedingen moesten hier een basis voor gaan vormen) en intensieve samenwerking richting de wereldeconomie, is het laatste decennia niet goed van de grond gekomen.

De stimulans voor mondiale organisaties om bedrijfsactiviteiten massaal uit te besteden (outsourcing) naar lage lonen landen, welke niet rechtstreeks bijdragen aan de financiële groei en grondvesten van de EU, was groter dan te bouwen aan een intensieve samenwerking binnen de grenzen van de Europese Unie. Uitbesteding van bedrijfsactiviteiten is een uitermate goed middel om te komen tot significante verlaging van de kosten door het inzetten van gestandaardiseerde methodieken door bedrijven gespecialiseerd in slechts deze activiteiten. Echter het toestaan van uitbesteding van werkzaamheden naar lage lonen landen, zonder daarmee een sterke export te bewerkstelligen of substantiële (belasting)inkomsten voor de Europese Unie of het eigen land te verwerven, getuigt van kort termijn politiek.

Het gevolg begint zich nu sterk af te tekenen in Europa. Eenvoudige productie- en logistieke werkzaamheden worden buiten de Europese Unie verricht door landen als bijvoorbeeld India waar de groei van miljonairs niet te stuiten is. De werkeloosheid in de Europese Unie exorbitant stijgt en dientengevolge daarvan de lastendruk voor de lidstaten van de Europese Unie om iedereen te voorzien van een basisinkomen niet meer te dragen is. De oorzaak is dat er totaal niet gedacht is aan internationale vormen van reciprociteit! De export vanuit de Europese Unie richting de lage lonen landen waar het geld nu weelderig stroomt blijft sterk achter bij hetgeen er wordt uitbesteed!

Randvoorwaarde 2: Nederlandse samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven
In 1861 werd in Nederland de eerste ambachtsschool gesticht. Het was de instelling voor dagonderwijs waar men werd opgeleid voor ambacht en nijverheid. Het type onderwijs was vooral populair bij degene die na de lagere school geen mogelijkheid hadden om te studeren. De ambachtsschool verzorgde technische opleidingen voor jongens daar waar de huishoudschool gericht was op meisjes. De opleidingen werden zodanig gekozen dat deze aansloten bij de behoefte van de toekomstige arbeiders en werkgevers. Bij de invoering van de Mammoetwet in 1968 werd de naam gewijzigd in Lagere Technische School (LTS) en verdween de term ‘Ambachtsschool” in het geheel.

De veranderingen in het onderwijs om alles te bundelen heeft er in 1999 voor gezorgd dat dergelijk specifiek beroepsgericht onderwijs opgenomen werd binnen het voorgezet middelbaar beroeps onderwijs (vmbo). Hiermee kwam, in tegenstelling tot de verwachtingen, een einde gekomen aan de authentieke identiteit van ambachtelijk onderwijs in Nederland. Het was tevens het moment dat de verbinding tussen onderwijs en bedrijfsleven ogenschijnlijk verloren is gegaan. De focus werd vooral gericht op de groei van de kenniseconomie want de term “kennis is macht” vierde hoogtij. Het is een façade gebleken na de klap van de internethype in 2001. Een stevig staaltje kort termijn politiek wat nu al meer dan 10 jaar duurt. Hier moet nu verandering in komen!

Conclusie: Zijn wij het spoor echt bijster in Nederland?
Het beroepsonderwijs in Nederland is, vanwege deze cruciale bewegingen, sterk afgenomen. Ieder gezond nadenkend mens had op zijn vingers na kunnen tellen dat als je stopt met het opleiden van mensen voor ambachtelijke beroepen dat je op termijn afhankelijk wordt. Waar de doorgeslagen gedachte vandaan is gekomen dat de Nederlandse economie alleen kan draaien op “kennis” is niet terug te vinden, maar we kunnen concluderen dat er klaarblijkelijk niemand de helikopterview en visie heeft gehad om tot deze eenvoudige conclusie te komen.

De focus is teveel gericht geweest op het vergroten van de schaalgrootte van de Europese Unie om een serieuze speler te worden in de wereldeconomie. Willen we dit bereiken dan moet eerst het “huis” op orde komen. Soms moet je terug naar de basis om in de toekomst weer een stap vooruit te kunnen gaan maken. Voor Nederland betekent dat we onze mondiale gedachte moeten terugbrengen tot de vraag “Wat hebben wij in huis dat we kunnen benutten om een economische vooruitgang te verkrijgen?” of in eenvoudige termen: “Wat hebben we te koop en op welke wijze kunnen we dit verkopen?”. Om deze vragen te kunnen beantwoorden moeten we allereerst onze gedachtegang veranderen.

De populatie mensen die momenteel aan de zijlijn van het arbeidsproces staan vertegenwoordigen een grote capaciteit aan denk- en werkkracht. Niemand weet klaarblijkelijk deze mensen te motiveren of stimuleren om weer deelgenoot te worden van het arbeids- of onderwijsproces of de directe mogelijkheden lijken hiervoor te ontbreken. De negatieve wijze van denken over werkeloosheid en het sociaal stelsel, aangevuld met de wensen en eisen voor groei van nivellering zorgen dat we in de klem zitten in Nederland. In plaats van de handen ineen te slaan, de mouwen op te stropen en te kijken naar mogelijkheden in plaats van beperkingen, zorgen voor het continueren van deze beklemming.

De stevige besparingen ingezet door het kabinet gaat hier geen verandering in brengen. Het kabinet met als uitvoerende organisatie de (rijks)overheid lijkt geen visie te hebben over waar Nederland in de toekomst moet komen te staan. Politici beperken zich telkens op een maximaal ambtstermijn van vier jaar. Het meerpartijenstelsel in Nederland biedt niet (meer) een goede basis voor een stabiele koers van het land met een langtermijn strategie. De grote contrasten en diversiteit van politieke stromingen en het achterhaalde poldermodel mag heden ten dagen met recht ter discussie worden gesteld. Onze politieke leiders hebben het vertrouwen verloren van de gewone burger. Het sociale stelsel is uit balans. Het economisch model van “kennis is macht” heeft getoond niet te werken. We moeten veranderen dat is een feit. Het kabinet probeert in een sneltrein tempo activiteiten richting de gemeenten en de burger te duwen. “Los het nu zelf maar op!” is de indruk die gegeven wordt. Het wordt tijd dat iedere burger tot het inzicht komt dat we het zelf kunnen oplossen! Samenwerken aan een nieuwe toekomst doe je door samen te werken!

Kom tot ontdekking wat jouw eigen kwaliteiten, kenmerken en talenten liggen! Gebruik jouw motivatie om het zelfvertrouwen terug te krijgen dat het samenwerken met elkaar zorgt voor een energie in het kwadraat. “Twee weten meer dan één!”, maar 700.000 werkelozen weten samengevoegd exponentieel meer dan de hele (Europese) regering bij elkaar. Het zou een genoegen zijn om deze krachten gebundeld te krijgen om Nederland weer in een vooruitgaande beweging te krijgen waardoor het gat tussen burger, onderwijs en bedrijfsleven wordt gedicht. De overheid kan zich dan in de toekomst beperken tot het vertegenwoordigen van de burger… In bedrijfstermen vormen de burgers “slechts” de Raad van Commissarissen van Nederland die één keer per vier jaar haar stem mag laten klinken. Het kabinet vormt in dit model de directie en de overheid is niet meer dan de verzameling van stafafdelingen… En de burgers? Eenmaal de krachten van de burgers gebundeld vormen zij gezamenlijk het bedrijf dat we de BV Nederland kunnen noemen… Een BV waarbinnen het onderwijs en bedrijfsleven moet worden hervormd om weer te komen tot een gezond bedrijf met opleidingen, leer-werkstages en arbeidsplaatsen!

Wie durft de mouwen op te stropen? Meld je aan op

AMSTERDAM – De verkiezing komt gestaag dichterbij. Het strijden om de stemmen is al in volle gang. De politieke congressen om tot de definitieve lijsten en verkiezingsprogramma’s te komen lijken nu al op overwinningsfeestjes. De peilingen van Maurice de Hond laat duidelijke verschuivingen zien in het stemgedrag van mensen. Duidelijk is dat perceptie (red. de individuele, subjectieve ervaring van de werkelijk) bij de gemiddelde burger flink wordt gemanipuleerd door uitspraken van de verschillende politici. Komende zomer worden de herhalingen van televisieprogramma’s opgeschort om plaats te maken voor de politieke debatten die gehouden gaan worden in aanloop naar 12 september. In het blog van vandaag ga ik in op één belangrijke vraag die centraal staat voor de economische ontwikkeling van ons land. Hoeveel mensen kunnen we in Nederland (of eigenlijk in heel Europa) op welke wijze mobiliseren om arbeid te verrichten in de komende jaren?


Nederland is een welvarend land! De Nederlandse Grondwet, aangevuld met alle andere wetgeving, vormt de ruggengraat om onze samenleving ook leefbaar te houden. Het begint allemaal bij artikel 1 van de Nederlandse Grondwet: “Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.

Het artikel is de grondvest van het liberale gedachtegoed en de basis van onze verzorgingsstaat. Iedereen in Nederland heeft het recht om op basis van dit artikel bescherming te krijgen tegen ongelijke behandeling. Anderzijds heeft iedereen de plicht om actief bij te dragen aan voorkomen en bestrijden van ongelijke behandeling.
Het artikel wil niet zeggen dat ieder mens gelijk is of moet zijn! Het schrijft voor hoe mensen in dit land elkaar behoren te behandelen. Het gedrag van de mens is het uitgangspunt…

Stemmen verwerven is een kunst apart…
De partijprogramma’s van de politieke partijen staan weer bol van ambitieuze plannen op het gebied van uitbreiden van werkgelegenheid, verbeteren van het sociaal stelsel en stimuleren van economische ontwikkelingen. Waar de ene partij meent dat de ‘pot’ onuitputtelijk is, stelt de andere partij vast dat de ‘pot’ leeg is. Wat moet je als burger geloven? In de meeste gevallen hebben beide partijen gelijk! Het verschil zit ‘m in de tijdgeest van de te realiseren plannen. Het is met recht appels met peren vergelijken als je de partijprogramma’s leest en probeert te begrijpen. Je moet je daarnaast ook nog eens laten leiden door hetgeen de politici zeggen.
De factoren die meespelen om een mening en beeld, leidend tot een uit te brengen stem, te vormen gaan verder dan de partijprogramma’s en uitspraken van de toonaangevende dames en heren. Iedere politicus heeft zijn of haar “eigen” stemmers. De persoonlijke uitstraling, verbale talenten en aanwezige kennis en kunde van de politicus vullen de partijprogramma’s aan en moeten gezamenlijk leiden tot verwerven van méér stemmers. De motivatie om te kiezen voor een partij is vaak gebaseerd op een specifiek persoon. Al wordt de keuze ook nog eens sterk bepaald door afkomst, maatschappelijke status, financiële situatie en ervaringen in de huidige samenleving. Het uitoefenen van het recht van stemmen is duidelijk geen eenvoudige zaak.

Het vertrouwen van de stemmer…
De sociale en economische ontwikkelingen in Nederland stemt veel burgers ontevreden. De crisis in de bankenwereld heeft er zelfs voor gezorgd dat het consumentenvertrouwen zeer laag is. De economie komt piepend en krakend tot stilstand. Grote organisaties voeren harde reorganisaties door en ontslaan massaal mensen op de werkvloer. Consumenten worden hierdoor nog voorzichtiger en geven nog minder uit. Het neerwaartse spiraal draait… om te voorkomen dat het een draaikolk wordt, moeten wij in actie komen.
Het is een vicieuze cirkel welke onderbroken moet worden. We kunnen van de Nederlandse overheid verwachten dat het de problemen gaat oplossen, maar dat is een ijdele hoop! Onze democratie en partijenstelsel laat niet toe dat er verder wordt nagedacht dan één kabinetsperiode. In de verkiezingsstrijd wordt wel verwezen naar lang termijn, echter alles is gericht op kort termijn. Er moeten significante veranderingen worden doorgevoerd op de arbeidsmarkt. In de komende 25 jaar wijzigt de verhouding werkenden/niet-werkenden zeer substantieel. Van iedereen mag verwacht worden dat zij de plicht invullen om maatschappelijk te participeren…

Van hangmat naar vangnet…
De rapportages van het Centraal Bureau Statistieken (CBS) liegen er niet om. De hoeveelheid mensen die niet actief meer hoeven, willen, kunnen of mogen deelnemen aan het arbeidsproces stijgt noemenswaardig. Concreet betekent het dat er steeds minder mensen de last moeten dragen van het sociale stelsel waar de niet-werkenden op aangewezen zijn. De linkse partijen kiezen ervoor om de belastingdruk op de werkenden te verhogen, terwijl het (her)activeren van arbeidscapaciteit nagenoeg onbespreekbaar is. We mogen géén aanslag doen op ons sociaal stelsel, want iedereen moet de gelegenheid hebben om gebruik te maken van dit stelsel. Fraude is aan de orde van de dag en toch wil men het stelsel in de huidige vorm in stand houden. Het stelsel in Nederland is kostbaar en in de nabije toekomst onbetaalbaar! Het is een hangmat geworden gevuld met mensen die geen enkele prikkeling meer hebben om aan het werk te gaan. De uitkeringen zijn té hoog, de vrijheid té groot en de dwang om weer aan het werkt te gaan veel té laag. Voor de goede orde, hiermee worden niet de mensen bedoeld die het recht op pensioen meer dan hebben verdiend! Zij mogen gaan uitrusten en genieten van de oude dag… Voor alle andere groepen is het tijd om uit de hangmat te komen!

Laten we duidelijk zijn!
Het standpunt is wel duidelijk. De liberale gedachtegang is dat een ieder voor zijn of haar inkomen moet willen zorgen. Daar waar degene (tijdelijk) niet in de gelegenheid is om zelfstandig voor een inkomen te zorgen, moeten wij als samenleving een vangnet hebben. Het karakter moet tijdelijk van aard zijn en slechts voorzien in de basisbehoeften van de mens. De piramide van Maslow (bron: Wikipedia) beschrijft de behoefte van de mens. Iedereen kan in de situatie terecht komen dat de meest primaire levensbehoefte voorop staat. Je bent echter wel ook zelf altijd verplicht om te zien hoe je zo goed en snel mogelijk weer actief kan deelnemen aan het arbeidsproces. Ook als je door beperkingen niet voor 100% kan werken!
Het is nodig dat de mentaliteit in Nederland gaat veranderen. Hoe meer mensen deelnemen aan het arbeidsproces, hoe breder de lasten verdeeld kunnen worden. We draaien ‘het probleem eens om!’. Als we er vanuit gaan dat iedereen die nu inactief is in het arbeidsproces, morgen met 200% energie weer deel gaat nemen aan het arbeidsproces.
Hoeveel mensen zijn dan in meer of mindere mate toe te voegen aan de werkende populatie? Zou de belastingdruk dan nog noodzakelijkerwijs verhoogd moeten worden? Of in boekhoudtechnische zin gezien, we verplaatsen iemand van de kostenkant naar de opbrengstenkant. Het mes snijdt dan aan meerdere kanten, t.w. de uitkering hoeft niet meer te worden betaald, de levensvreugde van de persoon neemt toe door invulling van eigen levensbehoefte (verwerving eigen middelen), méér besteedbaar inkomen betekent ook méér uitgaven en daardoor economische stimulans en kansen voor bedrijven. Waarom wordt daar dan niet nog steviger op ingezet?

Flexibilisering arbeidsmarkt is noodzaak!
Het is niet zo dat er niets gebeurd. De stappen die nu worden genomen lijken op het eerste gezicht wel op ‘harde maatregelen’ maar blijken slechts een schim te zijn. De arbeidsmarkt moet serieus veranderen wil het weer kansen bieden aan mensen die nu niet actief zijn. De denkwijze over het (her)activeren van arbeidscapaciteit verschilt sterk tussen tussen de politieke partijen. De een wil de vaste baan vasthouden terwijl de andere naar een volledig vrij model wil.
De gulden middenweg (politieke correctheid) is om mensen te stimuleren anders te denken en de situatie in Nederland te scheppen dat arbeid in flexibele vorm kan worden uitgevoerd. Hiervoor moeten de komende jaren de nodige acties worden genomen door het nieuwe kabinet. De zelfstandige professional, inmiddels al meer dan 745.000 mensen in Nederland, moet de gelegenheid krijgen om enerzijds een eigen inkomen te verwerven en anderzijds beschermd worden tegen allerlei negatieve effecten van buitenaf. Wetgeving moet worden aangepast wil er gelijkheid voor een ieder ontstaan.
Bedrijven moeten op een andere wijze “het uit laten voeren van arbeid” invullen. Zet mensen in op activiteiten in plaats van een baan! Door niet meer generiek te denken, maar specifiek in te zetten, stimuleer je mensen om te groeien in de piramide van Maslow. Doen waar je goed in bent en laten wat je niet kunt.

Hoe? Ga je passie achterna… Laat je niet van jouw doelen afhouden…

Als Mozes/Mohammed* niet naar de berg komt, dan komt de berg wel naar Mozes/Mohammed*!“. Je bent verantwoordelijk voor jouw eigen toekomst. De kapitein van jouw eigen schip. De koers bepaal je zelf. De storm die je op iedere wereldzee tegenkomt moet je zelf trotseren. En als de nood het hoogst is, is de redding nabij…

Het blog is bedoeld om je aan het denken te zetten. Jouw kaders te verruimen, om verder te kijken dan je neus lang is. Maar ook vooral om je in de spiegel te laten kijken en jezelf de vraag te stellen:”Wat maakt mij nu gelukkig?” Wie houdt je tegen om de stappen te nemen die je gelukkig maken?

Wens je veel wijsheid bij het maken van jouw (levens/politieke) keuze! Het grondrecht dat iedere Nederlander heeft ongeacht godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht…

* De gezegde is in religieuze zin neutraal, kies wat voor jou van toepassing is…