Archief voor de ‘Het Nieuwe Wonen’ Categorie

AMSTERDAMDe laatste uren van het jaar 2012 tikken weg. Geïnspireerd door alle ontwikkelingen in het afgelopen jaar, besluit ik om nog één blog te schrijven ter afsluiting van het jaar. Voor vele mensen is het geen jaar om vrolijk op terug te kijken. De werkeloosheid is gestegen tot boven de 6%. De Nederlandse economie lijkt zich maar niet te willen herstellen, terwijl de wereldeconomie met 3,2% is gestegen. Het is een jaar geweest waarin exorbitante financiële gedragingen en uitspattingen van bestuurders bij (semi-)overheidsinstellingen boven water zijn gekomen. De salarissen van directeuren van Goede Doelen hebben de gul schenkende Nederlander stomverbaasd doen staan. Een ware start van de speurtocht naar inzicht, overzicht en transparantie om maar zo te zeggen. En we zijn er nog lang niet…

unemployment rate

De confrontatie
De werkeloosheidscijfers mogen dan in een stijgende lijn zitten, de vacatures stijgen ook evenals het aantrekken van medewerkers uit de verschillende landen. De werkeloze Nederlander wordt buitenspel gezet. Hij of zij zou niet voldoen aan de gestelde profielen, te oud zijn, te eigenwijs zijn, te… en wat we al niet meer kunnen bedenken. Maar bovenal is de Nederlandse werknemer té duur volgens het bedrijfsleven. Is het niet zo dat kwaliteit zich mag laten vergoeden? De vergoeding welke bedrijven vragen voor de producten of diensten meet zich ook af aan kwaliteit, vraag & aanbod en beschikbaarheid. De winstpercentages moeten omhoog anders zijn de aandeelhouders niet tevreden. De verkoop neemt af dus is snijden in de kosten het directe gevolg. De hoogste kostenpost is personeel. Massale reorganisaties vormen het resultaat om tot betere cijfers te komen. Althans zo is het hoe het wordt uitgelegd aan de normale burger. De overheid doet er nog een schepje bovenop door snoeiharde bezuinigingen door te voeren.

reorganiseren

Schouders eronder
In de jaren ’30 heeft zich een soortgelijke situatie voorgedaan. De ontevredenheid bij burgers werd aangegrepen om een oorlog te ontketenen waar we de gevolgen nog dagelijks van herinneren. Kijken we verder terug in de historie dan was oorlog vaak het gevolg van een economische crisis. Na iedere oorlog begon er weer een opbouw waardoor de economie zich kon herstellen. Alles wat vernietigd was, moest weer worden opgebouwd. De werkgelegenheid nam toe in alle sectoren. Van heinde en ver kwamen mensen richting de grote steden om te gaan werken. Het voeren van een oorlog is gelukkig niet meer de ultieme oplossing om te komen tot economisch herstel. Het betekent wel dat er verregaande veranderingen noodzakelijk zijn. Veranderingen die iedereen aangaan en waarbij van iedereen ook een inzet mag worden verwacht.

beurzen

Financiële verwevenheid
De financiële wereld staat op zijn kop! De luchtbel van ‘kredietverstrekking’ tussen banken onderling is ontploft. De schuld wordt gegeven aan de start van het omvallen van ‘slechte’ hypotheken in de Verenigde Staten. Niets is minder waar! Alleen was de oorzaak eerder te vinden in de ‘koehandel’ van hypotheken tussen financiële handelaren onder elkaar dan het slechte betaalgedrag van de gemiddelde Amerikaan. Er werd steeds meer risico genomen met geldverstrekking omdat de handel levendig was. Alleen eens wordt het plafond bereikt! Dan is er geen winst meer te behalen uit de handel en valt de handel tenslotte stil. Als een horloge die stilstaat, stopt de economie dan ook gelijk. De wereldwijde vertakking van de handel in dergelijke financiële elementen kent dan ook een speculatieve ruimte. Gaat de huizenprijs zakken dan worden de elementen minder waard en komen er handelaren in de knoei.

pensioenen

Pensioen en beleggingen?
Om in gewone mensentaal te spreken, ergens blijft iemand zitten met de gebakken peren. De handelaren werken altijd voor beleggers. De grote pensioenfondsen hebben jarenlang aan dit lucratieve spel meegedaan zonder te beseffen dat er hoge risico’s aan kleven. Om de dekkingsgraad te kunnen garanderen is enige vorm van belegging wel noodzakelijk. Een meer behouden koers had duidelijk meer op zijn plaats geweest. De beleggingen in landen als Griekenland, Spanje en Portugal waren altijd risicovol. De eenwording van Europa heeft hier geen verandering in gebracht. De dure les die we nu krijgen is de afwaardering van de beleggingen. We komen nu bij de kern terug, want met wiens geld waren de pensioenfondsen aan het gokken?

De pensioenfondsen konden altijd frank en vrij beslissen over ‘waar te investeren’. De overheid had er goed aangedaan als zij juist hiervoor regels had opgesteld! Beleggen is gezond, alleen wel als daar de landelijke economie ook mee wordt gediend. Het investeren in het eigen land, in eigen bedrijven, in eigen innovatie had Nederland beschermd tegen al te veel externe invloed. Nu er veel geld, heel veel geld in risicovolle landen vastzit, worden we gedwongen om of veel af te schrijven (lees: schulden kwijtschelden) of erg lang te wachten. Hier ligt een taak voor de Nederlandse regering om duidelijk te zijn. In het stellen van regels voor beleggingen en terugkrijgen van gelden.

mondiaalzakendoen

Economisch herstel
Willen we Nederland uit de slop trekken dan moeten we aan de slag! Bedrijven moeten innoveren, burgers moeten aan het werk en overheden moeten de kaders scheppen om dit te stimuleren. We moeten verder durven kijken dan onze eigen neus lang is. Eeuwenlang hebben we de wereldzeeën getrotseerd om handel te drijven. Niet altijd positief, maar wel met resultaat. Als we kijken naar het verleden, dan liggen de kansen niet in Europa maar er buiten. Bedrijven die nu zakendoen op andere continenten hebben minder last van de economische turbulentie, zij hebben eerder last van een tekort aan goed personeel. Zij denken mondiaal! De denkwijze van het bedrijfsleven in Nederland (en in Europa) moet om. Kijk naar wat je dichtbij hebt aan kwalitatieve mensen en brengt samen innovatie in een stroomversnelling. Nu de wereld zo eenvoudig te bestrijken is met alle beschikbare (digitale) middelen, moet het toch mogelijk zijn om de economie te herstellen?

professionals

Andere denkwijze
De belangrijkste vragen in 2013 (en verder) gaan volgens mij worden: “Hoe krijgen we inzicht in de kwaliteit van de Nederlandse arbeidskracht en hoe kunnen we die optimaal inzetten?”. Het bedrijfsleven en overheden moeten de omgeving gaan creëren waarin creativiteit, flexibiliteit en vrijheid het ruime sop kunnen gaan kiezen. Geen 40-urige werkweek meer bij één werk- of opdrachtgever, maar ingezet worden voor de tijdsduur dat jouw expertise benodigd is. Ontwikkeling van meer ‘niche’ expertise in plaats van generieke kennis. De mogelijkheden voor zelfstandige professionals dichterbij de faciliteiten voor vaste werknemers brengen. Kortom, werk aan de winkel om de mindset bij overheden en bedrijfsleven omgekanteld te krijgen. Willen we Nederland weer in een opwaartse economische beweging krijgen dan is een andere denkwijze van groot belang. Het begint allemaal bij de mens zelf! Waar sta jij voor? Welke professionele kennis, kunde en ervaring draag jij met je mee? Welke wensen en eisen stel jij aan de dagelijkse opdracht of baan?

Flexibilisering arbeidsmarkt
Ook ik stel mij deze vragen continu. Vandaar dat ik ingaande het nieuwe jaar mij volledig focus op het zelfstandig adviseren van bedrijfsleven en overheden bij het nemen van strategische beslissingen over bedrijfsvoering en de uitvoering van complexe innovatieve ICT projecten en organisatorische veranderprogramma’s. De wijze van het flexibel en strategisch inzetten van arbeidskrachten maakt serieus deel uit van deze plannen voor 2013.

Het Huis van Thorbecke 2.0
Klik op de afbeelding voor vergroting…

Kansen op economische groei voor het bedrijfsleven liggen er genoeg. Mogelijkheden voor overheden om efficiënter te gaan samenwerken, binnen de bestaande kaders van het Huis van Thorbecke, en daarmee veel financiën besparen zijn er te over. De hypewoorden van 2013 gaan zich volgens mij concentreren op: Flexibiliteit, Mobiliteit, Vertrouwen en Transparantie!

De hype wordt: “De mens aan de basis van herstel, omdat Human Value de sleutel is!

AMSTERDAM (IJburg) – De zon toont een kleine schittering in de vroege ochtend als ik langs het water op het Amsterdamse IJburg wandel. Het was nog vroeg in de ochtend dat ik ontwaakte. Het ochtendritme zet je niet uit in het weekend, dus uitslapen is er al jaren niet meer bij. Zwemmen of wandelen kort na het ontwaken is heerlijk om de dag fris te beginnen. Vandaag was het weer even heerlijk om zo te starten. De afgelopen maanden zijn erg druk geweest. Sinds de komst van mijn zoontje bij mij in huis, is de wereld aardig veranderd. Naast een boeiende baan en allerlei vrijwilligersactiviteiten is het best een opgave om ook de zorg voor een 11-jarige jongen erbij te hebben. Wat trouwens wel geweldig is om te mogen doen, want het geeft je veel liefde en een sterke relativerende kracht. Alles tezamen heeft mij gebracht om, de woorden die al weken door mij hoofd spoken, eens aan een blog toe te vertrouwen onder de titel ‘Vaders met een carrière!’

Normaliter schrijf ik niet zo snel over mijn privé. Ook in dit blog zal ik hier niet uitgebreid aandacht aan besteden. Waar ik over schrijf zijn de ervaringen die volgens mij een gemiddelde alleenstaande vader ervaart als je daarnaast ook nog eens invulling geeft aan een leuke baan. Wat mij vooral opvalt de laatste tijd is dat de politiek sterke economische veranderingen aan het doorvoeren zijn die welwillende werkende alleenstaande ouders met kinderen het er niet eenvoudiger op maken. De kosten voor Buitenschoolse Opvang (BSO) worden sterkt gereduceerd, gemeenten investeren niet meer in sportclubs en allerlei ondersteunende maatregelen om een serieuze bijdrage (lees: betalen van belastinggeld) te kunnen blijven leveren worden lastiger. De kosten voor alleenstaande ouders nemen significant toe en faciliteiten nemen af.

Mijn liberale gedachtegang betekent dat ik er een goed gevoel van krijg om de praktische en financiële zaken in het leven ook zelf te kunnen regelen. De veranderingen die er echter worden genomen, mede door “mijn” liberale partij, dragen niet altijd goed bij tot het stimuleren van het liberalisme. De ondersteuning uit mijn sociale kring voor zaken rondom mijn zoon waardeer ik zeer zeker, echter om steun te vragen doe ik niet zo snel. ‘Ik regel het wel zelf’ is dan mijn gedachte. Daar komt nog eens bij dat ik het belangrijk vind om er voor mijn kinderen te zijn. De faciliteiten voor het Nieuwe Werken geeft bij mijn werkgever ook de mogelijkheid om goed te kunnen balanceren. Toch merk ik dat het af en toe worstelen is om zaken geregeld te krijgen.

De politiek lijkt wel doof en blind voor de effecten welke worden veroorzaakt door politieke besluiten. Een lang termijn gedachte is ver te zoeken. Tsja, “na mij de zondvloed” en “wie dan leeft, dan zorgt” blijkt wel waarheid te worden. Zo kan het toch niet langer doorgaan? Op een vraag aan een politicus over zijn doelstellingen voor Amsterdam, kreeg ik als antwoord: “Meer stemmen! Wij moeten meer stemmen krijgen.” Ik kreeg spontaan een gevoel van “Die snapt er niets van!”. Ik ga toch niet stemmen op een partij die primair uit is de grootste te willen worden om de grootste te kunnen zijn? We hadden in iedergeval een dialoog, want uiteraard vraag ik dan verder. Helaas… Geen zinvol antwoord gekregen om de verhoging van het aantal stemmers te rechtvaardigen. Wanneer hij nou aangegeven had, wij willen de koers wijzigen en hele goede standpunten voor de burger in Amsterdam realiseren, dan had hij mijn sympathie gekregen. Jammer genoeg is er nu een gevoel achtergebleven van ‘het gaat om persoonlijk belang’ om bekendheid, om ‘voordelen’ die een dergelijke bekendheid met zich mee brengt. “Is het een status dan?” vroeg ik mij af.

Waarom de sprong uit de vorige alinea? En hoe staat het in verhouding tot het onderwerp in dit blog? Het antwoord is eenvoudig. In mijn directe woonomgeving zijn problemen met de jeugd. De sportverenigingen hebben extreem lange wachtlijsten om kinderen toe te kunnen laten om te sporten. Ouders moeten onnodige activiteiten ontplooien om de kinderen bij verenigingen in andere delen van Amsterdam te laten sporten. Gevolg is dat er geen binding in de buurt ontstaat. Wat op zijn beurt weer de integratie en creatie van het samen leven tegenhoudt. In mijn ogen heeft de Gemeente Amsterdam, en met name mijn partij, géén oog voor de juiste stappen om de jeugd weer op het juiste spoor te krijgen. Er wordt reactief opgetreden! Hoeveel geld daarmee wordt verspild mag duidelijk zijn. Als kinderen eenmaal in aanraking komen met (jeugd)criminaliteit dan stijgt de financiële teller voor zorg, justitie, begeleiding etc. zeer substantieel.

De lokale en provinciale overheid heeft bij de ontwikkeling van Amsterdam-IJburg een cruciale denkfout gemaakt. Getuige de grote leegstand van commercieel vastgoed, braakliggende percelen en groot aanbod van koop- en huurwoningen. Men dacht substantiële financiële voordelen te kunnen behalen met de ontwikkeling IJburg. De economische ontwikkelingen in het vastgoed werden als een luchtbel doorgeprikt. Ook op IJburg worden tot op de dag van vandaag flinke verliezen geboekt door projectontwikkelaars, gemeente, provincie en investeerders. Niemand zit te wachten om juist te investeren op een plaats waar dergelijke verliezen worden geleden. Toch?

Er liggen duidelijke economische kansen! Op de verschillende eilanden wonen vooral veel “forensen”. Mensen die niet op IJburg werken. Deze mensen hebben behoefte aan scholen en kinderopvang, winkels met minimaal de eerste levensbehoefte, ontspanning en sport. De eerste drie punten zijn redelijk aanwezig. De horeca groeit, maar de sport en buurtverenigingen zijn zeer beperkt! Er is zelfs geen zwembad aanwezig, terwijl er een duidelijke behoefte voor bestaat. Je kunt je kinderen van 8 tot 18 jaar toch niet op de fiets over de bruggen en door het park naar Amsterdam-Oost laten fietsen. Naar een zwembad dat inmiddels ook een andere functie gaat krijgen omdat de exploitatie niet rond te krijgen is. Ondernemerschap ontbreekt ook daar. Die uitspraak durf ik te doen omdat ik uit die buurt kom, het zwembad van haver tot gort ken en vroeger zelfs het vriendje was van de zoon van de toenmalige beheerder/exploitant. Het was er altijd vol!

Genoeg elementen benoemt om toe te komen aan de conclusie van dit blog. De faciliteiten in de directe woonomgeving qua school en kinder- en buitenschoolse opvang zijn aanwezig. De kosten worden echter zodanig aangepast dat het een merkbare beperking voor inzet van uren betekent voor de gemiddelde alleenstaande ouder die aangewezen is op dergelijke opvang. De sociale integratie, waardoor het sociale netwerk zich uitbreidt, wordt door afwezigheid van genoeg capaciteit van de verenigingen niet gestimuleerd. Je wordt als alleenstaande ouder met je rug tegen de muur gezet. Althans dat gevoel krijg je als je niet anders kunt. Of je moet stoppen met werken. Het laatste is echter geen optie. Waarom deze “felheid”?

De sportverenigingen willen graag uitbreiden. Het terrein rondom de sportverenigingen is braakliggend. De aanleg van meer velden voor zowel de hockey- als voetbalvereniging stuit “slechts” op financiële middelen en te nemen besluiten door de gemeente. Bizar gegeven is dat de scholen op IJburg gedwongen zijn om sportterreinen in Amsterdam-Oost te benutten, terwijl het reizen naar deze velden een heidens karwei is. Voor buitensport kunnen de scholen niet even een uurtje naar het sportveld toe. Hoe dit opgelost gaat worden weet ik niet. Ondanks enkele rappellerende berichten naar de politiek is er nog geen wijziging op kort termijn te verwachten. De verengingen blijven hierdoor kampen met een lange wachtlijst.

Voor mij als vader met een 11-jarige knul is het wonen op IJburg erg prettig. Het is alleen jammer dat ik hem (nog) niet de mogelijkheid kan bieden om te (leren) voetballen bij een vereniging. Iets wat hij graag doet, maar wat hem ook in contact zou brengen met jeugdigen uit de buurt. Die trouwens nu worden belast met het verdwijnen van het Johan Cruijff Court omdat omwonenden vinden dat de “oudere” jeugd voor overlast zorgt. Kortom, in plaats van oplossen blijft de gemeente reactief reageren. Ondanks allerlei gesprekken met de buurt, de jeugd en allerlei instellingen. Preventief denken? Proactief handelen? Denken vanuit de jeugd? Ach dat zou toch eens minder problemen met “hangjeugd” opleveren in de toekomst. Dan zitten straks alle hulpverleners zonder werk en komt de politie toe aan reguliere taken. Is er minder (jeugd)criminaliteit. Dan zijn er weer te veel lege cellen. Wat een problemen toch allemaal… Je zou toch geen gemeente willen zijn…

© 1985 Drukwerk

Waar is die goede oude tijd dat jeugdwerkers als Harrie Slinger in Amsterdam-Noord de boel op z’n kop zette door op te staan voor de jeugd! Hij streed toen al voor het handhaven van buurtwerkers, jeugdbegeleiders etc. omdat begrip van en voor jeugd alleen aanwezig kan zijn als je er tussenin staat… Voor vaders (en ja ook moeders) die alleen de zorg dragen voor hun kroost heb ik maar één tip! Zorg dat je in contact komt met andere alleenstaande ouders en kijk of het mogelijk is om opvang te combineren en af te wisselen… Wij zijn tenslotte sociaal en liberaal…

DEN HAAG – Aan het einde van de 18e eeuw startte in Groot Brittannië de Industriële Revolutie. De veranderingen betekenden een ware trendbreuk ten opzichte van eerdere veranderingen waardoor men de industrialisatie bestempelde als een revolutie. Wat in Groot Brittannië was begonnen sloeg al snel over naar de landen in Europa om vervolgens de gehele wereld te veroveren. De gevolgen waren verstrekkend!

De eerste revolutie – Stoom
De overgang van handenarbeid naar machinale arbeid zorgde niet alleen voor een versnelling van de welvaart, maar bracht ook een verhoging van de werkeloosheid met zich mee. Mensen werden ‘gedwongen’ om een andere richting in te slaan qua werk. In eerste instantie was er ten gevolge van het verlies van arbeidsplaatsen een grote weerstand tegen de industrialisatie. De technologische innovatie was echter niet tegen te houden. De verbeteringen aan de stoommachine door James Watt zorgde voor het continu beschikbaar hebben van mechanische energie in plaats van door dieren opgewekte energie zoals ossen en paarden. Stoomenergie bleek de technische innovatie flink te stimuleren. Er waren minder mensen nodig om méér werk te verzetten in vooral een kortere tijd. De omscholing van handenarbeid naar denkwerk t.b.v. bedienen van machines werd een feit…

De tweede revolutie – Elektriciteit
In de tweede helft van de 19e eeuw kwam er een flinke versnelling in de ontwikkelingen. De uitvinding en toepasbaarheid van elektriciteit zorgde voor nog meer innovatie. Deze periode van de Industriële Revolutie kenmerkt zich vooral door een bredere toepassing van de verschillende energiebronnen. De keten van energievoorziening werd groter, de voorzieningen en machines geavanceerder, kleiner en breder toepasbaar. De verscheidenheid van energiebronnen betekenden een ware technologische innovatie. Nieuwe beroepen ontstonden, opleidingen waren sterk aan verandering onderhevig. De nieuwe beroepen zorgden tevens voor een dalende werkeloosheid ondanks de uitbreiding van de diversiteit van machinerie. Scholing van mensen was noodzakelijk om nieuwe mogelijkheden en toepasbaarheid van techniek te verkrijgen. Nieuwe scholen/educatie, nieuwe beroepen en nieuwe kansen was het resultaat. De groot industrieën namen meer en meer mensen in dienst om machines te bedienen, productie te verhogen en marktgebieden uit te breiden.

De derde revolutie – Computers en Communicatie
Half 19e eeuw deed de computer zijn intrede. Hiermee kwam de Industriële Revolutie in de derde fase in een waanzinnige versnelling. Informatie werd heel anders opgeslagen, automatisch verwerkt en beschikbaar op plaatsen waar het voorheen niet mogelijk was. Het gebruik van computers gaf inzicht in feiten, analyses en stelde deze weer beschikbaar voor gebruik. In zowel gebieden educatie als productie werd een nieuwe revolutie ontketend. Ook dit zorgde weer voor een goed stimulans op het gebied van educatie en vermindering van de werkeloosheid. Wel werden er hogere eisen gesteld aan beroepskrachten. De industrialisatie nam verder toe vanwege het gebruik van computers voor de aansturing van machinerie. De kansen voor mensen om een interessante leuke job te verkrijgen nam voor velen toe.

De crisis – Internet in de kinderschoenen…
In de afgelopen eeuwen zijn er meerdere oorzaken geweest die hebben geleid tot een negatieve economische situatie. De economische cyclus lijkt zich elke 7 jaar te herhalen. Wie de geschiedenisboeken erop naslaat, kan het patroon zo ontdekken. In dit blog focus ik op de laatste 10 jaar. Internet nam eind 90’er jaren een snelle vlucht aan. Té snel is achteraf gebleken, want vele investeringen vielen in het water in 2000. Eerst werd het Millenium als een probleem gezien en genoemd, echter zat de wortel van “verderf” dieper dan men in eerste instantie dacht. Diverse bedrijven waren opgestart met “Vreemd Vermogen”. Hier werden ook grotendeels de salariskosten uit betaald waardoor de drang naar “ondernemerschap” en “verwerven inkomsten” niet genoeg aanwezig was. Investeerder hadden vertrouwen in de “mooie brochures” en “nieuwe technologie”. “In het land der blinden is één oog koning” waardoor met een beetje brochure, goed verhaal en de schets van een zonnige toekomst, aardig wat geld opgehaald kon worden. Of het bedrijf nu inkomsten genereerden of zelfs winst ging maken was niet duidelijk. De beursgang van Worldonline was de klap op de vuurpijl. De hebberigheid van mensen zorgde er voor dat de “narigheid” openbaar aan de oppervlakte kwam.

De breuk in het vertrouwen in de ontwikkeling van het Internet was een voldongen feit… De werkgelegenheid kreeg een ferme klap. De kleinere bedrijven gingen achter elkaar failliet en ontslagen volgden elkaar op. Toch waren er ook partijen die er wel bij vaarden. De grote ICT-bedrijven, beperk mij in dit blog ook even tot dit bedrijfssegment, groeiden als een bezetene. Vooral degene met een lange staat van dienst en bestaan genoten ten volle van het wel aanwezige vertrouwen. De computer was al niet meer weg te denken op kantoor. Die moest toch beheerd worden. In razend tempo ontstond er een tekort aan ICT’ers. Hierdoor kwam een grootschalige omscholing op gang. Uiteraard waren er ook de goudzoekers, want ICT betaalde goed, een auto, telefoon en laptop kreeg je dag één cadeau en eenmaal via een Service Desk ingestroomd dan kun je je snel vaardig maken. En zo resulteerde het dat “overschotten” in andere beroepsgroepen sneller verdwenen omdat mensen over stapten naar de ICT. De grote ICT-bedrijven maakte het in hoogtij zo bont dat je naast een ‘eigen leaseauto’ zelfs een auto cadeau werd gegeven voor de partner. Het leek wel niet op te kunnen in de ICT…

De crisis – Internet in de puberteit…
De groei van de ICT-bedrijven ná 2001 was goed te verklaren. Bedrijven hadden grootschalig in de voorgaande jaren de computer zijn intrede laten doen. Werden computers in eerste instantie ingezet voor de meest belangrijke zaken in het primaire proces om de productie te kunnen versnellen, dit veranderde al snel in ‘overal’ een computer. De software werd steeds gebruikersvriendelijker mede dankzij de uitbreiding van de grafische interface door Microsoft. Het werd steeds eenvoudiger om iemand met een computer te laten werken, want op het scherm kijken en klikken op iconen kon tenslotte iedereen. Wie net even wat slimmer was, beter keek wat hij/zij op het scherm zag en dit wist te begrijpen en te vertalen naar “Wat kan ik ermee?”, werd al snel bestempeld als ‘Consultant’. Waren tot kort daarvoor nog ‘code op prompt’ noodzakelijk, nu kon bijna iedereen met een computer aan de slag. De kansen bij bedrijven namen toe! Een computer is altijd een ‘bijzonder’ middel geweest in een bedrijf. De ervaring leert dat het vanuit de boekhouding (software voor administratieve en boekhoudkundige bewerkingen waren erg in!) er vele mensen zich hebben gespecialiseerd in de ICT. Zij waren de sleutelgebruikers en wisten de meerwaarde van de inzet van de computer nog beter te beoordelen… De technologie van Internet, webtechnologie, had echter eind 90’er jaren wel al gezorgd voor een versnelling. De software voor toepassing van webtechnologie werd in een hoog tempo verder ontwikkeld. De programmeurs waren niet aan te slepen. De kosten stegen de pan uit, maar door de grootschalige bedrijfscontracten werd anders omgegaan met de schaarste op de arbeidsmarkt. De bomen groeiden in de hemel tussen 2001 en 2007…

De crisis – Internet is volwassen geworden…
De instorting van de huizenmarkt in de Verenigde Staten zorgde voor de start van een wereldwijde crisis. Investeringen in investeringen, risicovolle hypotheken en de daaraan verbonden financieringen en niet te vergeten de hebberigheid van mensen zorgden dat de crisis in grote snelheid om zich heen greep. De groei van het Internet maakte het mogelijk om in een relatief korte tijd informatie te brengen van A naar B. De eenvoudige wijze van het verkrijgen van informatie, verzamelen en analyseren van informatie ging met computers vele malen sneller. Het domino-effect was duidelijk merkbaar. Het transparant worden van de ‘financiële structuren en ondoorzichtige combinaties’ deed het vertrouwen van investeerders wederom verdwijnen. Toen het vertrouwen van de consument begon af te kalven waren de rapen gaar. De voormalige ‘onzichtbare’ financiële stromen werden ineens, mede door Internet, openbaar gemaakt. Waar voorheen informatie een of meerdere dagen duurde, kwam deze nu realtime beschikbaar. De media geeft tegenwoordig al berichtgeving als het om wijziging van enkele tiende procenten gaat. Het is al snel “negatieve berichtgeving”, terwijl als we realistisch kijken bij de sluiting van de beurs, dan blijkt het vaak slechts om enkele luttele tiende van procenten te gaan. Het brede publiek begrijpt er niets meer van. Het is allemaal negatief krijgen we te horen. Is dat wel zo? Of hebben we te maken met een nieuwe revolutie?

De nieuwe revolutie…
Iedere fase van de Industriële Revolutie heeft een stevige leercurve doorgemaakt. Eén waar verbeteringen of veranderingen in de afgelopen eeuwen altijd hebben geleid tot substantiële wijzigingen in de arbeidsmarkt. Alleen in dit geval zijn de gevolgen groter van aard. Nu machines en computers eigenlijk alles kunnen, is het weer noodzakelijk om mensen anders te gaan opleiden. De Y-generatie is al van mening dat “openheid” en “transparantie” standaard in het woordenboek staat. Dit is zeker nog niet het geval bij het management van diverse grote bedrijven. Men heeft regelmatig baat bij de “mindere zichtbaarheid” van het beleid. De nieuwe revolutie gaat zich kenmerken door communicatie en informatie. Openheid van zaken, doofpotten vernietigen en wegnemen van mistigheid in dossiers. Het gaat een ware verandering betekenen omdat bedrijfsvoering op een geheel andere wijze gaat plaatsvinden. Mensen willen alleen nog werken als het er eerlijk en prettig werken is. Als er geen politieke spelletjes worden gespeeld. Als menselijke waarde wordt onderkent en naar rato wordt beloond. In de eerste drie delen van de Industriële Revolutie stond ‘aandeelhouderswaarde’ boven aan de lijst van de bestuurders. In deze fase gaat het om menselijke waarde!

Innovatie van techniek blijft plaatsvinden. De krachtigste ontwikkeling die nu gestart is, is de innovatie van organisatie door meer te kijken naar ‘menselijke waarde’ en de innovatie daarvan. Het aantal zelfstandig ondernemers stijgt nog steeds wekelijks. Hoe moeilijk mensen het ook vinden, ze nemen de stap. Als medewerker in een grote organisatie zie ik zelfstandig ondernemerschap ook meer en meer toenemen. Samenwerken in een tijdelijke (project)organisatie met verschillende disciplines krijgt de overhand. Hoe de toekomst eruit zal gaan zien is koffiedik kijken, maar dat het substantieel gaat veranderen is een feit. Organisaties worden gedwongen om te veranderen. Géén mensen meer betekent geen productie. Géén productie betekent gewoonweg geen inkomsten en de teloorgang van de organisatie. De tijd van hierarchie is voorbij. De vraagstelling is dan ook niet meer:”Kunnen wij de mensen binnen houden?” maar meer “Kunnen we de werkomgeving bieden waarbinnen mensen hun expertise en inzet willen geven?”. Een waardige wijziging die de komende jaren de trend gaan bepalen.

De Human Value revolutie is begonnen… Het balans tussen gezin en werk staat weer centraal…

AMSTERDAM – Er wordt heel veel over Het Nieuwe Werken geschreven. Iedereen begint zo langzamerhand een beeld bij te krijgen bij wat het allemaal kan inhouden. Sommige roepen het al jaren en vinden de nodige publicaties maar onzin. Voor anderen zijn het nog steeds eye-openers dat flexibel werken, privé/werkbalans en overal en altijd maar online-zijn voor vele beroepen mogelijk zijn. Is nu iedereen tevreden met deze, en dagelijks meer, ontwikkelingen welke het werken een heel ander karakter geven? We kunnen vaststellen dat niet iedereen het prettig vindt om ineens in een bedrijf te werken waar ‘Het Nieuwe Werken’ leidt tot meer vrijheden, minder kaders voor aanwezigheid en waar men ‘Je liever ziet gaan dan komen’, omdat vierkante meters duur zijn. Bedrijven moeten continu op de kosten letten, dus personeel en huisvesting zijn dan snelle stappen. Donkere wolken tekenen zich af op de wereldwijde beurzen en bij de grote ondernemingen.

De tijd is dan ook aangebroken om niet meer te spreken over ‘Het Nieuwe Werken’, maar de volgende fase te activeren onder de naam ‘Het Anders Werken’. Lang niet iedereen heeft de transformatie naar ‘anders werken’ al doorgemaakt en we moeten ons ook goed beseffen dat niet iedereen die transformatie gaat doormaken. In vele beroepen is meer flexibiliteit mogelijk, echter niet voor alles. De winkelier moet nog steeds zijn winkel ergens vestigen. De restaurants, hoe flexibel ook met bezorgen, moeten nog steeds een keuken en eetgelegenheid hebben. Ook de ziekenhuizen zijn een mooi voorbeeld van honkvaste werkgevers. In deze branches werken mensen vast op één vestiging (en soms meerdere vestigingen van dezelfde werkgever). En zo zijn er genoeg branches waar het niet mogelijk is om locatie onafhankelijke te werken. Legio voorbeelden zijn te noemen.

Voor de beroepen waar het wel mogelijk is, komen we een ander fenomeen tegen. De manager die graag zijn mensen vroeg ziet binnenkomen en bij voorkeur laat ziet weggaan. Het is iemand die denkt dat ‘aanwezigheid’ een garantie is voor productiviteit. De vrijheid die zo’n manager aan zijn moet leren geven heeft hij zelf nooit gekend, dus waarom dan nu wel? Eenvoudig, omdat de werknemer van vandaag zeker niet meer de werknemer van de toekomst is. De opgroeiende jeugdigen die nu de eerste stappen zetten op het gebied van werk, weten het al zeker. Zij gaan niet meer hun leven lang voor één werkgever werken zoals onze grootvaders dit wel hebben gedaan. Zij willen meer onafhankelijkheid. Zelfs de teams kunnen kiezen op basis van kwaliteit, ervaring en de kracht om samen te werken. Aangevuld met de vrijheid om de financiele voorwaarden te bespreken en serieuze mogelijkheden voor persoonlijke ontwikkeling.

De technologische faciliteiten zijn de laatste drie jaar zo’n sterk geëvolueerd dat er eigenlijk geen drempels meer zijn om én flexibeler én meer locatie-onafhankelijk én tegen andere arbeidsvoorwaarden (b.v. als zelfstandige) te gaan werken. Het is een totaal andere manier van denken, van samenwerking met opdrachtgevers, partners en vakgenoten. Dit geeft niet alleen een grote mate van onafhankelijkheid, maar ook een (financiële) vrijheid die niet vooraf voorzien had kunnen worden.

Concreet kunnen we vaststellen dat ‘Het Nieuwe Werken’ al aardig ‘Old Fashion’ is. Het bedrijfsleven moet nu de pas gaan versnellen om niet links en rechts te worden ingehaald door relatief kleine partijen. Daar waar voorheen de software centraal stond, zijn we als samenleving zodanig gegroeid dat we nu de mens weer centraal durven (of eigenlijk moeten) stellen. De grote bedrijven zien goede medewerkers met regelmaat vertrekken. Het is alsof de uittocht zijn start heeft gemaakt. De arbeidsmarkt is aan het groeien, maar vooral aan het differentiëren. Het wordt tijd dat grote organisaties het besef krijgen dat de grootste aandeelhouders de medewerkers zijn. Tenslotte zonder kwalitatieve medewerkers kun je geen bedrijf draaiend houden. Het vasthouden van medewerkers moet niet meer het doel vormen, maar het creëren van de verschillende arbeidshoudingen moet centraal staan. Alleen dan ben je toekomstgericht aan de slag met het bedrijf.

Wat is nu belangrijk voor bedrijven? Passie! Passie! En nogmaals Passie! De tegenwoordige medewerker kiest ervoor om zijn of haar dromen achter na te gaan. Het werk moet vooral leuk zijn, collega’s (vaste medewerkers of zelfstandigen) moeten bijdragen aan een prettige werksfeer en de arbeidsvoorwaarden moeten verschillende mogelijkheden bieden om flexibel te kunnen werken. De oude CAO’s zullen op termijn voor een groot deel van het werkend publiek verdwijnen is de voorspelling.

Uit allerlei onderzoeken komt naar voren dat mensen beter presteren en productiever zijn als zij werk doen wat zij leuk vinden. Daarin maken zij minder fouten, zetten ze graag een stapje extra en de levens- en werkvreugde zorgt ervoor dat er niet continu gesprekken hoeven te worden gevoerd over de arbeidsvoorwaarden. Bedrijven die hier nu op inspelen zijn en de voorlinie vormen voor de wijzigende arbeidsverhoudingen kunnen straks met een gerust hart gaan slapen. Zij creëren nu al de werkomgeving waar mensen zich comfortabel voelen en graag willen werken.

Bent u zo’n bedrijf? Werkt u nog met ‘old fashion thinking’? Denkt u dat de conservatieve wijze van denken zich zal handhaven? Of zoekt u naar de juiste weg om zo’n innovatief bedrijf te worden?

Dan is het tijd om nu in actie te komen…

Amsterdam – De categorie ‘Het Nieuwe Regeren’ ga ik benutten voor het bloggen van Maatschappelijke Ontwikkelingen en Ruimtelijke Ordening. In hoofdlijnen komt het neer het inzichtelijk maken dat ‘Het Nieuwe Werken’ ook consequenties met zich mee gaat brengen op het gebied van ‘infrastructuur’, ‘huisvesting’,  ‘woonwijken’ en ‘allerlei faciliteiten’. Aan de Ruimtelijke Ordening gaat andere wensen worden gesteld wanneer een groot deel van het bedrijfsleven en overheid besluiten om invulling te geven aan ‘Het Nieuwe Werken’.

Mogelijkheden door ‘Het Nieuwe Werken’
Er kunnen serieuze besparingen en efficientie worden gerealiseerd als ‘Het Nieuwe Werken’ volledig wordt geadopteerd bij Maatschappelijke Ontwikkelingen en Ruimtelijke Ordening. Een optimaal gebruikt van lokale faciliteiten, verplaatsing naar gezamenlijke huisvesting en verminderen van gelijktijdige vervoersbewegingen zijn enkele primaire doelen welke ruimte bieden aan de ontwikkeling van ‘Het Nieuwe Werken’. Zelfs het milieu zal gebaat zijn bij deze ontwikkelingen.

Weer wonen door ‘Het Nieuwe Werken’
Vooral grote organisaties zien zo langzamerhand de voordelen van ‘Het Nieuwe Werken’ groeien. De kantoorpanden staan tegenwoordig langer leeg omdat er ‘optimaler’ gebruik wordt gemaakt van ‘minder’ kantoorlocaties in combinatie met de flexibiliteit van ‘overal werken’. Het brengt direct besparing mee wanneer er minder kantoorruimte gehuurd/gekocht hoeft te worden. Gevolg is wel dat er meer kantoorpanden leeg komen te staan gevolgd door minder bouw van kantoorpanden. Daar waar kantoorpanden langere tijd leeg staan, zou de mogelijkheid moeten worden gecreeerd om deze om te bouwen naar appartementen. De mogelijkheid voor speculatie neemt dan af, maar wordt vervangen door inkomsten uit verhuur/koop. Ook hier brengt ‘Het Nieuwe Werken’ een oplossing voor het tekort aan woningen in de buurt van bedrijven.

Waarde van ‘Het Nieuwe Werken’
Het is wel duidelijk dat ‘Het Nieuwe Werken’ ons ook gaat brengen naar een ‘Nieuwe Economie’. Er gaan substantiele verschuivingen plaatsvinden, kansen op het gebied van ‘terugkeer in het arbeidsproces’, ‘verminderen van lastendruk op ons sociale stelsel’, ‘(door)groei in de woningmarkt’ en nog vele andere oplossingen ontstaan als we ‘Het Nieuwe Werken’ in een bredere context plaatsen dan alleen ‘techniek’.

© 2010 Richard. J. Raats