Hoe leren we kijken door elkaars bril? We leven in een tijd waarin vijf generaties tegelijk actief zijn op de werkvloer — van babyboomers tot generatie Z, en de eerste golf van Alpha die al binnenkomt via stages en bijbanen. Nog nooit eerder in de geschiedenis werkten zoveel verschillende generaties tegelijkertijd samen. Elk met een eigen manier van denken, werken en omgaan met technologie.

Verschillende perspectieven: De digitale transformatie raakt ons allemaal. Maar hoe we ernaar kijken, hóe we technologie vertrouwen of bevragen, dat verschilt enorm per generatie. En precies daar ligt de rijkdom én de uitdaging voor bestuurders en leiders. In dit blog ga ik vanuit mijn ervaring in op de verschillen tussen de vijf generaties, benadruk ik de voordelen van de verschillende brillen waardoor men kijkt en geef ik vanuit mijn dagelijkse praktijk een aantal tips voor met name huidige bestuurders hoe om te gaan met de diversiteit van perspectieven op innovatie en digitalisering van onze samenleving. De cruciale vraag is: “Hoe kijken we door elkaars bril? En welke voordelen kunnen we daaruit halen?”

Elke generatie heeft een unieke relatie met technologie. Maar ook binnen de generaties zitten er enorme verschillen in opvattingen over digitalisering. In de kern hanteer ik de volgende kenmerken om allereerst het verschil tussen de generaties te typeren:

  • Babybommers (1945 – 1964) zien technologie vaak als een nuttig hulpmiddel, mits betrouwbaar en bewezen in de praktijk. Hun referentie ligt in stabiliteit en overzicht van functionaliteiten.
  • Generatie X (1965 – 1980) is pragmatisch, opgegroeid in de overgang van analoog naar digitaal. Zij begrijpen systemen vaak van binnenuit en hebben gezonde dosis scepsis richting hypes.
  • Millenials (1981 – 1996) zijn digital natives van de eerste golf. Voor hen draait het om gebruikersgemak, snelheid en samenwerking. Zij hebben een hoge verwachting van intuïtieve systemen.
  • Generatie Z (1997–2012) is opgegroeid in een volledig digitaal tijdperk. Zij zijn social-first, creatief en ondernemend. Tegelijk zijn ze paradoxaal: extreem privacybewust, maar ook intensief delend binnen besloten online groepen en community’s.
  • Generatie Alpha (2013–) leert nu al lezen en schrijven met AI-tools, voice assistants en interactieve platforms. Voor hen is technologie niet een toevoeging, maar een vanzelfsprekende omgeving die altijd beschikbaar is.

Samenwerking vormt de kracht: Zet je al deze perspectieven naast elkaar, dan krijg je een mix van stabiliteit, pragmatisme, snelheid, creativiteit en radicale vernieuwing. De kunst is om die mix niet als botsing te zien, maar als bron van innovatie. Het betekent wel dat er serieus aandacht moet zijn voor samenwerking, begrip voor diverse standpunten en inzichten, maar ook voor de noodzaak van een gezonde bedrijfsvoering. De overgang van traditionele organisaties door toepassen van digitalisering verloopt niet altijd zonder problemen. De inzichten die ik heb opgedaan is dat juist de samenwerking tussen de generaties kan zorgen voor enorme innovaties en vooruitgang. De generaties kijken niet alleen anders naar technologie, maar ook naar de morele en ethische kanten van technologie en digitalisering.

  • Boomers hebben vaak vertrouwen in instituties en regels: “het systeem regelt het wel.”
  • Gen X heeft schandalen en datalekken zien opkomen en reageert met gezonde argwaan.
  • Millennials vinden privacy belangrijk, maar laten gemak vaak winnen van veiligheid. Een “ik heb toch niks te verbergen”-houding komt hier vaker voor.
  • Gen Z stelt scherpe vragen: “Wat gebeurt er met mijn data? Wie profiteert ervan?” Zij zijn gevoeliger voor ethiek en doel dan welke generatie dan ook.
  • Alpha groeit op in een wereld waarin AI vanaf dag één profielen van hen bouwt. Hun normenkader wordt daardoor radicaal anders gevormd.

Beleidsbepaling: Voor bestuurders betekent dit dat één beleid voor allen niet meer werkt. De digitale transformatie vraagt om een genuanceerde blik, waarbij elke generatie serieus wordt genomen in haar zorgen en kracht. Het vraagt om flexibiliteit en begrip van bestuurders enerzijds en anderzijds ook de kennis en kunde om inzicht te hebben in de facetten van een digitale transformatie en technologische faciliteiten. Voor de gebruikers uit de verschillende generaties is het relevant om notie te nemen van de ervaringen van bestuurders bij het vernieuwen van systemen, (ver)bieden van nieuwe functionaliteiten en niet te vergeten het rendabel kunnen inzetten van innovaties. Het vraagt wederom om serieus overleg, begrip voor beperkingen of juist voor inzet van innovaties.

  1. De mentale diversiteit benutten: Diversiteit gaat verder dan gender of cultuur. De diversiteit van de generaties is net zo cruciaal. Verschillende brillen leiden tot andere (vernieuwende) en vaak betere besluiten. Dit kan alleen als er ruimte is om ze naast elkaar te leggen.
  2. Faciliteer het dialoog: Creëer settings waar generaties samen reflecteren op vraagstukken rond technologie, data en ethiek. Een jongere medewerker ziet vaak wat een oudere bestuurder niet meer opmerkt — en andersom. Ruimte geven aan het vrije dialoog is een kracht van goede bestuurders, mits de medewerkers ook ruimte geven hetgeen de bestuurders als verantwoordelijkheid hebben en als wens naar voren brengen.
  3. Pas het leiderschap aan: Millennials en Gen Z verwachten transparantie, doel en snelle actie. Babyboomers en Gen X hechten meer aan structuur, zekerheid en betrouwbaarheid. Een goede leider weet beide te verbinden in zijn of haar leiderschapsstijl.
  4. Veranker ethiek in governance: Jongere generaties stellen de ‘waarom’-vraag eerder en vaker. Bestuurders kunnen dat benutten om governance niet alleen procedureel, maar ook waardengedreven vorm te geven. Tenslotte is waardeverbetering een belangrijke factor.

Coaching als spiegel: In mijn opleiding tot coach voor directeuren bij InterCoach constateer ik hoe makkelijk leiders hun beslissingen spiegelen aan hun eigen generatielens. Een directeur van 55 denkt vanuit ervaring, stabiliteit en lange lijnen. Een jonge medewerker van 25 denkt in experimenten, iteraties en snelle feedback. Coaching helpt bestuurders om die bril even af te zetten. Niet om hun eigen stijl te verloochenen, maar om ruimte te maken voor andere invalshoeken. Een coach kan de spiegel zijn die laat zien: “Je kijkt vanuit jouw generatie, maar hoe kijkt jouw team? Wat zie je over het hoofd? Waar kun je als bestuurder je voordeel mee doen?” Die bewustwording opent nieuwe perspectieven. Het voorkomt dat bestuurders blijven hangen in oude patronen, en het geeft jongere generaties de erkenning dat hun kijk serieus telt.

Uit de praktijk: Recentelijk sprak ik een bestuurder die moeite had om jonge medewerkers te binden. Gen Z-collega’s verlieten de organisatie vaak na één of twee jaar. Ze voelden zich niet gehoord en niet uitgedaagd. Een andere uitdaging was het naar binnen halen van nieuwe verse medewerkers. Het probleem ging dus breder dan alleen kijken naar innovatie, digitalisering en technologie. Na een serie coachingsgesprekken besloot de directie om een bilateraal mentoring-programma op te zetten: “Jonge medewerkers gingen de bestuurders coachen op digitale trends, waarden en verwachtingen van hun generatie en de bestuurders gingen de medewerkers coachen op basisvaardigheden van bedrijfsvoering waardoor er meer inzicht ontstond voor besluitvorming over HR-gerelateerde zaken.

Ambassadeurs zijn onmisbaar: Aan beide zijden van het spectrum van generaties groeide het begrip. Bestuurders kregen frisse inzichten die ze zelf nooit eerder hadden gezien. Jonge medewerkers voelden zich serieus genomen, en blijven nu langer in dienst. Zelfs het aantrekken van nieuwe medewerkers kreeg een fris impuls omdat de jonge medewerkers als ware ambassadeurs actief betrokken worden bij werving. Dit soort relatief eenvoudige interventies zijn – mits goed begeleid door een professionele coach om gesprekken in de juiste banen te leiden – simpel maar ook enorm krachtig. Ze laten daadwerkelijk zien dat generaties elkaar niet hoeven te bestrijden maar elkaar juist erg goed kunnen aanvullen.

De digitale transformatie: is derhalve geen technisch vraagstuk, maar een proces waar de mens centraal staat. Of het nu gaat om medewerkers, klanten of opdrachtgevers. Technologie verandert heden ten dage sneller dan ooit, maar de echte uitdaging ligt in hoe we als generaties samen vormgeven aan die verandering. De enige constante in het leven is namelijk de verandering! Botsingen zijn trouwens onvermijdelijk. Maar wie goed kijkt, ziet dat juist die botsingen de vonken zijn waaruit vernieuwing ontstaat. Waar hitte ontstaat geldt ook dat er warmte is. Een babyboomer die stabiliteit brengt, een millennial die samenwerking stimuleert, een Gen Z’er die ethiek scherp stelt, en een Alpha die intuïtief met AI omgaat — samen vormen ze de bouwstenen van de organisatie van de toekomst. Door op de juiste wijze het dialoog met elkaar aan te gaan kan die toekomst ook vorm krijgen.

De vraag is dus niet: welke generatie heeft gelijk? De meest krachtige vraag in deze is: “Hoe leren we kijken door elkaars bril?” Want wie erin slaagt generaties écht te verbinden, ontdekt dat digitale transformatie niet alleen een kwestie van technologie is, maar vooral een kwestie van menselijkheid, vertrouwen en samenwerking.

Nawoord/Informatief: Naast mijn werk als Programma Directeur volg ik een opleiding Coach voor Directeuren bij InterCoach. De motivatie hiervoor is dat ik naast mentoring als professional, mij ook wens te ontwikkelen als een professionele coach om collega’s te ondersteunen bij persoonlijke groei. Mocht je interesse hebben om eens van gedachte te wisselen dan nodig ik je uit om contact op te nemen. Wie weet kan ik je helpen als je een zakelijke vraagstuk hebt of als je als (publieke) organisatie worstelt met een uitdaging en behoefte hebt aan een objectieve spiegel of juist een intensieve sparringssessie of workshop over digitale transformatie of innovatie met moderne technologie. Stuur gerust een e-mail of neem telefonisch contact op.

Note: De afbeeldingen zijn gegenereerd met gebruik van Artifical Intelligence (AI). De tekst is van de hand van de auteur en geïnspireerd door mijn ervaringen in de dagelijkse zakelijke praktijk .

© 2025 R.J. Raats

De vakantieperiode ligt weer achter ons. Voor mij was het een moment van reflectie en verdieping: hoe verhouden mens en kunstmatige intelligentie zich in een tijdperk waarin AI overal opduikt? In dit blog wil ik niet ingaan op de talloze technologische snufjes, prompts en tips die dagelijks voorbijkomen. Nee, ik zoom liever in op de kracht van AI en de mens gezamenlijk. Een symbiose, een vorm van wederkerigheid, die door de juiste bundeling van krachten ons als mens, maatschappij, overheid en bedrijfsleven veel kan brengen – mits we AI niet als bedreiging zien, maar als serieuze kans voor vooruitgang.

De afgelopen jaren is het gebruik van kunstmatige intelligentie (Artificial Intelligence verder afgekort als AI) in een stroomversnelling geraakt. Waar AI ooit vooral een abstract concept was in onderzoeksinstituten en sciencefictionfilms, is het inmiddels doorgedrongen tot de haarvaten van ons dagelijks leven. Van slimme zoekmachines en geautomatiseerde klantenservice tot medische diagnoses en complexe datamodellen: AI lijkt overal aanwezig. Maar juist in die alomtegenwoordigheid schuilt een belangrijk inzicht, een waarheid die te vaak over het hoofd wordt gezien: De kwaliteit van AI is niet louter afhankelijk van de technologie zelf, maar grotendeels van de mens die haar inzet.

Expertise: het begrijpen van mogelijkheden en beperkingen

Een veelgemaakte denkfout in discussies over AI is de veronderstelling dat technologie op zichzelf oplossingen aandraagt. Niets is minder waar. AI kan patronen herkennen, voorspellingen doen en verbanden blootleggen, maar het heeft geen intrinsiek begrip van context. Juist dat begrip is voorbehouden aan de mens.

Expertise betekent weten waar je AI voor inzet, maar minstens zo belangrijk: waar je het niet moet gebruiken. Een arts die een AI-model raadpleegt bij het stellen van een diagnose, weet dat dit model gebaseerd is op data. Diezelfde arts weet echter ook dat data nooit volledig zijn en dat elke patiënt uniek is. De medische expertise zorgt ervoor dat AI wordt gebruikt als aanvulling, niet als vervanging.

Hetzelfde geldt in het bedrijfsleven. Een recruiter kan AI inzetten om cv’s te screenen en patronen te ontdekken in succesvolle matches, maar alleen met kennis van het vakgebied kan die recruiter beoordelen of een kandidaat ook écht bij de cultuur van een organisatie past. AI kan een filter bieden; de mens brengt de nuance.

Ervaring: het vermogen om context te plaatsen

Kennis kan men leren, maar ervaring vormt de verfijnde lens waardoor die kennis betekenis krijgt. Ervaring leert ons dat data vaak onvolmaakt zijn, dat modellen biases kunnen bevatten en dat technologie zelden lineair ontwikkelt. AI mag dan razendsnel berekeningen uitvoeren, het mist het vermogen tot intuïtief aanvoelen en het leren van subtiele patronen die zich niet in data laten vangen.

Neem bijvoorbeeld de rol van een coach die AI inzet om de voortgang van een gecoachte te monitoren. AI kan trends signaleren in taalgebruik, emotie-analyse uitvoeren en zelfs stemintonatie meten. Maar alleen een ervaren coach herkent wanneer een cliënt een stilte laat vallen die meer zegt dan duizend woorden, of wanneer subtiele lichaamstaal aangeeft dat er weerstand of verdriet speelt. AI kan deze signalen registreren, maar de betekenis toekennen vereist ervaring, gevoed door empathie en menselijk contact.

Ervaring stelt ons in staat om technologie kritisch te bevragen: “Is dit patroon daadwerkelijk relevant, of is het een toevallige correlatie?” Zonder die ervaring lopen we het risico blind te varen op algoritmes die niet altijd doen wat we hopen.

Ethiek: de morele kompasnaald

Een van de grootste uitdagingen van onze tijd is niet de technologische vooruitgang zelf, maar het ethisch kader waarbinnen die plaatsvindt. AI kan worden ingezet om processen te optimaliseren, kosten te reduceren of prestaties te verhogen, maar zonder een moreel kompas kan diezelfde AI bijdragen aan discriminatie, privacyschending of sociale ongelijkheid.

De vraag is dus niet of AI iets kan, maar of AI iets zou moeten doen. En die afweging kan alleen door mensen worden gemaakt. Ethiek vraagt ons om verder te kijken dan efficiëntie en winstmaximalisatie. Het vraagt om verantwoordelijkheid, transparantie en zorgvuldigheid.

Een praktisch voorbeeld: stel dat een verzekeraar AI gebruikt om risico’s in te schatten. Het algoritme ontdekt dat bepaalde postcodes vaker geassocieerd worden met schadeclaims. Moet de verzekeraar deze mensen hogere premies laten betalen? Technisch kan het. Ethisch roept het vragen op: is het rechtvaardig om individuen te benadelen op basis van gemiddelden in hun omgeving? Hier komt de menselijke factor in beeld. Ethiek is geen optionele toevoeging; het is de randvoorwaarde die bepaalt of AI rechtvaardig en duurzaam kan functioneren.

Visie: AI als instrument voor menselijkheid

Visie is de brug tussen technologie en toekomst. Waar expertise en ervaring gaan over het heden, gaat visie over de vraag: waartoe zetten wij AI in? Wat is het grotere doel dat wij met deze technologie willen dienen?

Het is verleidelijk om AI alleen te zien als middel tot kostenbesparing of efficiëntie. Maar een mensgerichte visie reikt verder. Het gaat erom hoe AI kan bijdragen aan de verhoging van Human Value: de waarde die mensen met hun talenten, vaardigheden en inzet toevoegen aan de samenleving.

AI kan processen versnellen, maar de visie van leiders en organisaties bepaalt of dat gebeurt ten dienste van menselijke bloei of louter winstmaximalisatie. Een schoolbestuur dat AI inzet om leerlingprestaties te monitoren, kan twee kanten op: het kan leerlingen reduceren tot data en scores, óf het kan AI gebruiken om vroegtijdig signalen van overbelasting of talent te herkennen, zodat docenten beter kunnen begeleiden. De technologie is dezelfde, de visie maakt het verschil.

Samenwerking tussen mens en AI: een symbiose

De kracht van AI ligt niet in vervanging, maar in samenwerking. AI excelleert in snelheid, schaal en rekenkracht. Mensen excelleren in intuïtie, creativiteit en moreel oordeelsvermogen. Samen kunnen ze een synergie vormen die groter is dan de som der delen.

Denk aan de wereld van kunst en creativiteit. AI kan patronen genereren in muziek, schilderijen of literatuur. Maar het is de menselijke kunstenaar die betekenis geeft, die kiest welke emotie of verhaal wordt overgebracht. AI kan een schets maken; de mens maakt er een meesterwerk van.

In het bedrijfsleven zien we hetzelfde. AI kan data-analyse versnellen, maar het is de manager die beslist welke strategie wordt gevolgd. AI kan nieuwe marktkansen signaleren, maar het is de ondernemer die bepaalt of deze passen bij de missie en waarden van het bedrijf. Zonder menselijke inbreng verwordt AI tot een generator van opties, zonder richting of doel.

Verantwoordelijkheid nemen: leiderschap in het AI-tijdperk

De inzet van AI vraagt om leiderschap. Niet alleen technisch leiderschap, maar vooral moreel en visionair leiderschap. Het vraagt om bestuurders, ondernemers en professionals die begrijpen dat technologie nooit neutraal is, maar altijd wordt gevormd door de keuzes die wij maken.

Verantwoordelijkheid nemen betekent investeren in kennis en scholing, zodat medewerkers begrijpen hoe AI werkt en welke impact het kan hebben. Het betekent ook transparant zijn naar klanten en burgers over hoe en waarom AI wordt ingezet. En het betekent bereid zijn grenzen te trekken: soms besluiten we bewust om AI niet in te zetten, juist omdat de menselijke maat belangrijker is dan de technologische mogelijkheid.

AI in een positief daglicht: kansen voor mens en maatschappij

Wanneer AI wordt ingezet vanuit expertise, ervaring, ethiek en visie, opent het ongekende mogelijkheden. Het kan de gezondheidszorg toegankelijker maken, de arbeidsmarkt eerlijker, het onderwijs inclusiever en de economie duurzamer. AI kan ons helpen complexe problemen zoals klimaatverandering of vergrijzing beter te begrijpen en aan te pakken.

Maar de sleutel ligt steeds bij de mens. Niet de technologie zelf, maar onze keuzes bepalen of AI deze positieve belofte waarmaakt. Dat is geen beperking, maar juist een kans. Het betekent dat wij de regie houden, dat wij kunnen sturen en corrigeren, dat wij AI kunnen vormgeven naar de waarden die wij belangrijk vinden.

Conclusie: de menselijke maat als randvoorwaarde

AI is geen doel op zich. Het is een middel. Een krachtig middel, dat zonder twijfel de wereld zal blijven veranderen. Maar of die verandering positief of negatief uitpakt, hangt niet af van de technologie zelf, maar van de mens die haar inzet. Expertise, ervaring, ethiek en visie vormen de pijlers waarop de waarde van AI rust. Zonder expertise gebruiken we AI blind en lopen we risico’s. Zonder ervaring missen we context en nuance. Zonder ethiek verliezen we rechtvaardigheid en vertrouwen. Zonder visie weten we niet waar we naartoe gaan.

De kernboodschap is helder: “De kwaliteit van het inzetten van AI is grotendeels afhankelijk van de expertise, ervaring, ethiek en visie van de mens.

Laten we AI dus niet benaderen als een bedreiging of een autonoom fenomeen, maar als een kans. Een kans om onze menselijkheid te versterken, om de waarde van mensen te verhogen en om technologie te laten dienen wat er werkelijk toe doet: een samenleving waarin ieder individu kan groeien, bloeien en bijdragen. Want uiteindelijk is het niet de kunstmatige intelligentie die de toekomst bepaalt, maar de menselijke intelligentie die haar richting geeft.

Dit blog is geschreven vanuit persoonlijk perspectief en inzicht van de auteur. AI heeft bij dit blog geholpen bij het aanscherpen van de tekst en het visueel ondersteunen met passende afbeeldingen.

© 2025 R.J. Raats

De publieke sector heeft in de afgelopen decennia een indrukwekkende digitale transformatie doorgemaakt. Toch is de implementatie van strategische digitaliseringstrajecten, zeker binnen internationale contexten, zelden een rechtlijnig proces. De complexiteit zit niet alleen in technologie, maar zeker ook vooral in governance, verandermanagement en het menselijke aspect. Zeker wanneer meerdere internationale organisaties betrokken zijn, de diversiteit van culturele normen en waarden groot is dan neemt de mate van coördinatie, afstemming en diplomatie exponentieel toe. In dit blog geef ik vijf tips voor professionals die strategische digitaliserings-programma’s binnen de (internationale) publieke sector met partners (willen) realiseren.

Internationale samenwerking is enerzijds voor sommige mensen een ‘ver van je bed show’, echter wordt de wereld anderzijds in een rap tempo voor velen steeds kleiner en kleiner. Nieuwe verbanden en vormen van samenwerking dienen zich aan, maar ook bestaande samenwerkingen staan enorm onder druk. Zonder de totale wereldproblematiek te bespreken lift ik graag een aantal zaken op en benut focus in dit blog op de vaak onderbelichte succesfactoren van (internationale) samenwerking: Governance, People- & Change Management.

Governance: Begin met robuuste, afgestemde en gedeelde governance — en bovenal houdt die levend in alle geledingen!

Voor internationale samenwerkingen is een heldere governance niet optioneel, maar essentieel! Het onomwonden vastleggen van de organisatiestructuur van een project of programma inclusief de Taken, Bevoegdheden en Verantwoordelijkheden (TBV’s) geeft duidelijkheid en stimuleert een zakelijke houding bij alle betrokkenen. Hierbij moet zeer zeker rekening worden gehouden dat verschillende landen en/of organisaties hun eigen structuren, belangen en wettelijke kaders meebrengen. Wat “transparantie” betekent in Nederland, kan een andere invulling hebben in Duitsland, Frankrijk of elders binnen Europa of zelfs wereldwijd. Het verdient de aanbeveling om vóór de feitelijke start van een traject een gezamenlijk raamwerk voor governance te ontwikkelen. 

Tip: Zorg dat het raamwerk de volgende facetten expliciet maakt:

  • Welke formele rollen zijn er en met welk mandaat?
  • Welke besluitvormingsstructuren zijn van toepassing op welke niveaus?
  • Wie is waarvoor verantwoordelijk (koppeling mens/rol)?
  • Welke escalatieniveaus en – procedures gelden er bij (potentiële) conflicten?
  • Welke (internationale/nationale) wet- en regelgeving is leidend bij interoperabiliteitsvraagstukken of veiligheid- of privacyaspecten? (GPDR, NIS2 etc.) 

De beschrijving van een governance is geen statisch onderdeel van een programma of project! Het is een levend document. Plan daarom periodiek, zeker op bijvoorbeeld bij overgangen van fasen of behalen van andere mijlpalen, herijkingsmomenten om te toetsen of het raamwerk nog actueel is en in de praktijk de uitwerking heeft zoals initieel is bedoeld. Vastgelegde zaken kunnen te allen tijde aan wijziging onderhavig zijn gedurende de voorbereidingen en uitvoering van een programma of project. Het toepassen van een formele wijzigingsprocedure helpt om bij eenieder het respect te behouden omdat iedere stem moet worden gehoord. Voor grotere wijzigingen in de governance zoals organisaties of mandaten is het noodzakelijk om een dergelijke procedure te doorlopen, echter voor kleinere wijzigingen als personele bezetting van rollen kan worden volstaan met een geaccordeerde vereenvoudigde (schriftelijke) procedure van melding bijvoorbeeld.

Verandermanagement: Het is meer dan een communicatieplan

Een van de grootste valkuilen in digitaliseringstrajecten is het reduceren van het verander-management tot een set communicatieactiviteiten. Het alleen voorzien van informatie aan de deelnemende partijen d.m.v. “relatief eenvoudige updates” is zeker niet genoeg. Internationaal werken betekent werken en omgaan met verschillende veranderparadigma’s: waar de ene organisatie Agile denkt, is de andere nog hiërarchisch en lineair georganiseerd. Dit brengt een extra spanningsveld met zich mee waarover intensief moet worden gesproken. Het willen leren van elkaars manieren van denken en doen plus de diversiteit in culture aspecten zoals normen en waarden vormen hier een cruciale factor. De aanname dat men alle facetten van huis uit begrijpt, zelfs bij het spreken van een soortgelijke voertaal, kan bij de aanwezigheid van de diversiteit toch enorm verschillen. Communicatie dient dan ook altijd te worden getoetst op de kaders van begrip.

Tip: Gebruik een adaptieve veranderaanpak, gecombineerd met sensitiviteit en empathie voor de betrokkenen zowel lokaal als internationaal. Stel in onderling overleg per betrokken organisatie of geografische locatie een lokale verandermanager aan, die zowel thuis is in de lokale cultuur en bij voorkeur ook de taal spreekt. Het uitvoeren van een internationale digitale transformatie vraagt om vaardigheden die meestal niet standaard tot het arsenaal van gemiddelde professional behoren. Het krijgen van de kans om te leren over (samen)werken in een internationale context en het gebruiken van nieuw aan te leren of uit te bouwen (sociale) vaardigheden is wel een geweldige ervaring.

Investeer bij het aangaan van internationale samenwerking ook in het creëren van “eigenaarschap” op álle lagen van de deelnemende organisaties. Als mensen het gevoel hebben dat zij enige vorm van invloed kunnen en mogen hebben op de opkomende veranderingen of juist mogen meedenken hoe de veranderingen kunnen worden uitgevoerd, dan wordt veel weerstand weggenomen. Zelfs indien er andere besluiten volgen voor uitvoering, kan er dan begrip worden opgebracht als het draagvlak verder in grote mate wel aanwezig is. Samen werken aan samenwerking is belangrijk.

People Management: Mensen verdienen net zoveel aandacht als Technologische Innovatie

Het uitvoeren van een digitaliseringstraject wordt te vaak als een technologisch project gepositioneerd, terwijl het in essentie meestal een stevig sociaal verandertraject is. Zeker bij internationale samenwerking bestaat dan de kans op het botsen van de verschillende werkwijzen, communicatiestijlen en verwachtingen. De neiging bestaat om dit voor de goede orde onder de radar te houden — met als gevolg frustraties, vertragingen en in het ergste geval: afhaken van partners, echter de houdbaarheid van de internationale samenwerkingsverbanden komen hierbij direct onder druk te staan. Het is dus noodzakelijk om al in de voorbereidingen van een traject om de denkwijze van alle betrokkenen te scherpen dat digitaliseren echte veranderen betekent! En niet het ‘slechts’ implementeren van een technologische innovatie. 

Tip: Investeer daarom expliciet in het bewust begeleiden van medewerkers door het aanbieden van trainingen, begeleiding, coaching, kortom het brede spectrum van People Management. 

Om iedereen deelgenoot te laten voelen en ervaren bij een internationaal traject is het essentieel om interculturele trainingen voor individuele medewerkers en complete teams te faciliteren. Zet daarmee ook in op het ontwikkelen van teams door bewezen modellen als voorbeeld en inspiratie te benutten zoals bijvoorbeeld Tuckman. Duidelijkheid in structuren, taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden geven mensen en organisaties het houvast die nodig is, zeker als het mogelijk even niet loopt zoals gepland of verwacht.

Een belangrijk – vooral niet te onderschatten – facet van teams is de verantwoordelijkheid van alle opdracht- en leidinggevenden om de psychologische veiligheid van de medewerkers te bewaken en te borgen. Het is cruciaal dat mensen in de gehele gremia zich veilig en vertrouwd moeten voelen en openhartig zich mogen uiten over situaties die zich voordoen in het traject, in het team, in de organisatie of in de samenwerkingsverbanden. Dit geldt zowel in fysieke bijeenkomsten als in digitale samenwerkingsomgevingen. Het faciliteren van een veilige werkomgeving is onlosmakelijk verbonden met verantwoordelijkheid van iedere betrokkenen binnen het traject en daar buiten. Sociale vaardigheden als (bestuurlijke) sensitiviteit en (persoonlijke) empathie zijn bij internationale samenwerkingsverbanden onmisbaar. Uiteraard is er veel te leren, maar als je van huis uit het moeizaam vindt om bijvoorbeeld te in te leven, dan is het extra complex om deelgenoot te zijn in een traject waar vele culturele stromingen elkaar ontmoeten. 

Tip: Het inzetten van rollen om People Management inhoud te geven binnen het traject is dus geen overbodige luxe maar een noodzakelijk gegeven. Het succes van ieder digitaliseringstraject is afhankelijk van de mate van adoptie van de verandering door de organisatie en de mens. Van het de aanwezigheid van coachende leiders tot vertrouwenspersonen binnen de (internationale) deelnemende organisaties, en deze ook met elkaar te verbinden op basis van onderwerp, kunnen echte duurzame en goedwerkende internationale samenwerkingsverbanden ontstaan. Let wel, de mens centraal stellen boven de technologie, zelfs bij het innoveren met kunstmatige intelligentie is voor vele organisaties soms een brug te ver. De oorzaak hiervan laat ik even voor wat het is, maar het gevolg is dat we relatief veel energie moeten besteden aan het bewustzijn van leidinggevenden dat zij altijd het voorbeeld vormen in de organisatie voor alle betrokkenen. Echte veranderingen beginnen bij goede plannen, betrokkenheid van alle niveaus en duidelijke afspraken. Hier vormt de mens echt de cruciale factor voor succes omdat gedigitaliseerde processen nu eenmaal altijd in nullen en enen verlopen en digitale afspraken altijd zwart/wit zijn om goed te kunnen werken. 

Voorbehoud: Het laatste standpunt is op basis van persoonlijke mening over geautomatiseerde en gedigitaliseerde processen. Natuurlijk is dat genuanceerder met alle moderne innovaties, maar de essentie is dat mensen nu eenmaal anders werken dan computers. De flexibiliteit in denken en doen zoals mensen van huis uit doen, is niet vanzelfsprekend bij het gebruik van digitale middelen. Een standaard computerprogramma, m.u.v. Generatieve AI, bedenkt niet spontaan andere oplossingen.

Tip: Organiseer tijdens een internationaal programma of project ook online samenkomsten met een sociaal karakter. Een moment waar men gezamenlijk onder genot van een lokaal drankje samen informatie uitwisselen over de culturele aspecten waar mensen trots op zijn. Of waar men lokaal van aangeeft waarde aan te hechten als andere mensen deze facetten begrijpen. 

Voor de leiding van de deelnemende organisaties en het digitaliseringstraject moet het duidelijk zijn dat dergelijke onlinebijeenkomsten onmisbaar zijn om internationaal te kunnen samenwerken. Het is niet altijd mogelijk om elkaar fysiek te ontmoeten, dus ben je vaak aangewezen op de digitale werkomgeving. Een belangrijke kanttekening geldt uiteraard ook voor de medewerkers. Het uitgenodigd worden voor een online projectoverleg of informatiebijeenkomst is veelal niet vrijblijvend. Wederzijds is er altijd wel een behoefte voor actieve uitwisseling van informatie dus participatie bij zo’n overleg of bijeenkomst is dan ook nodig. Hier hebben medewerkers ook een serieuze verantwoordelijkheid om niet alleen aanwezig te zijn, maar zelf ook actief deel te nemen.

Het betekent focus hebben bij de deelname. Welke zaken niet passen is aan eenieder zelf maar de ware professionals weten welke vergaderdiscipline past bij welk overleg of bijeenkomst. Ook hier gelden internationaal soms andere culturele normen en waarden. Het blijft dus relevant om bij internationale trajecten met elkaar voorafgaand aan de start goede uitgangspunten te bespreken en vast te leggen. Gaandeweg het traject gaan er ongetwijfeld afspraken evolueren naar nieuwe of herziene afspraken welke bijdragen tot het succesvol borgen van de samenwerkingsverbanden.

Programma: Werk programmatisch, maar stuur ook op impact en niet op opleveringen alleen

Strategische digitalisering vereist een programmatische benadering: gefaseerd, doelgericht en met ruimte voor iteratie. In een internationale context is het echter verleidelijk om te vervallen in bureaucratische “tick-the-box”-mentaliteit, met overmatige focus op planning, leveren van output, uitbrengen van voortgangsrapportages etc. Ongeacht welke methodiek het beste aansluit bij de uitvoering van een traject zoals Waterfall of Agile, het vooraf goed afstemmen welke iteraties op worden voorzien is nodig. Het te star vasthouden van een methodiek boven het bereiken van impact door uitkomst is niet alleen onhandig maar kan resulteren in ‘operatie geslaagd, patiënt…’ 

Het in de voorbereidende plannen voor een traject afstemmen van welke maatschappelijke en/of bestuurlijke impact wordt nagestreefd, geeft niet alleen een heldere motivatie voor alle betrokkenen om zich voor in te zetten, maar zorgt ook voor duidelijkheid over de zakelijke rechtvaardiging (Business Case). Op deze manier weet en beseft ook eenieder het grotere belang van een dergelijk digitaliseringstraject dan alleen de uitvoering van een technologische innovatie. 

Tip: Een heldere programma-/projectstructuur vormt een gezonde basis en waarborg voor positieve internationale samenwerkingsverbanden. Het geeft de ultieme kans om tot realisatie te komen van grensoverschrijdende dienstverlening door geografische spreiding, onderlinge samenwerking over tijdszones heen en delen van en begrip hebben voor elkaars culturele normen en waarden. Een hoge mate van gegevensinteroperabiliteit zorgt voor significante versnelling van uitvoerende processen. Samen met de diverse samenwerkingsverbanden wordt de algemene en specifieke dienstverlening aan de samenleving serieus geoptimaliseerd. Hiermee groeit ook het publieke vertrouwen in de digitale overheid. Daarom is het belangrijk om te sturen op impact t.b.v. de samenleving.

Tip: Het inzetten van uitkomst-indicatoren die adaptief zijn vraagt om durf! Het betekent namelijk dat je kunt en moet bijsturen op inhoudelijke resultaten en niet alleen op tijd en geld. Bijsturen op de kwaliteit van uitkomst vraagt naast durf ook om mandaat en daadkracht op het juiste niveau. Als daarom de verkregen uitkomst niet erkent is of wordt door de opdrachtgever of hoogst leidinggevende dan is het risico serieus aanwezig dat kort cyclisch bijsturen moeizaam verloopt. Dit doet dan direct afbreuk aan het vertrouwen bij betrokkenen omdat echte resultaten uitblijven. Zorg dat iedereen goed begrijpt wat uitkomst daadwerkelijk betekent, hoe het zo smart mogelijk gemeten kan worden en dat iedereen zijn of haar verantwoordelijk heeft om bij te dragen. 

Vertrouwen: Bouw aan vertrouwen als structurele factor voor succes

Vertrouwen is het onzichtbare fundament onder iedere (internationale) samenwerking en/of partnerschap met private organisaties. Zonder vertrouwen is iedere afspraak over governance een papieren tijger en iedere sprintreview een toneelstuk. Dit wil je te allen tijde voorkomen, want ‘vertrouwen komt te voet, en gaat te paard’. Een breuk in het vertrouwen op internationaal niveau is vaak moeilijker te repareren omdat geografische afstanden dan een serieuze barrière vormen. Je hebt door deze afstand aanmerkelijk minder contactmomenten om (in)formeel met elkaar te spreken om nog maar te zwijgen over de mogelijkheid om iemand persoonlijk te kunnen spreken.

Tip: Investeren in relationele banden moet een duurzaam karakter hebben en uitgaan van oprechtheid en waardering voor elkaar en de wederzijdse belangen. Op verschillende manieren kan er uitvoering gegeven worden aan het opbouwen en versterken van de relationele binding, t.w.

  • Creëer structurele informele momenten in hybride multi-disciplinaire teams
  • Maak successen (openbaar) zichtbaar en vier ze collectief
  • Geef transparantie over knelpunten, inclusief dilemma’s, risico’s en onzekerheden

Erken verschillen, maar tracht met elkaar te werken aan een gezamenlijke identiteit. Een gedeelde missie of narratief (“Waarom doen we dit samen?”) helpt om voorbij individuele organisatie of nationale belangen te kijken en collectieve energie te mobiliseren bij eenieder.

Tot slot: wees realistisch én ambitieus

Strategische digitalisering binnen de publieke sector, zeker in internationale samenwerking, is géén kwestie van implementeren van een technologie. Het is een complex samenspel van politiek, cultuur, mensen, processen en – ja – ook wel technologie.

Het vraagt van jou als professional een scherp strategisch kompas, maar ook empathie, culturele sensitiviteit en een hoge mate van communicatieve intelligentie. Als je die combineert met een adaptieve veranderaanpak, stevige governance én aandacht voor de mensen achter de transformatie, dan kun je wél impact realiseren.

Digitalisering is geen doel op zich, maar een hefboom om juist verder te komen met het bereiken van de gezamenlijke doelstelling. Zorg daarom dat hij goed is afgesteld!

Bronnen:

Meer weten of sparren over een internationale digitaliseringstraject of andere uitdagingen die in relatie staan tot het blog of een van de eerdere blogs? 
Neem gerust contact met mij op via de e-mail of maak een verbinding via mijn LinkedIn profiel: Richard J. Raats RI CPM.

© 2025 Richard J. Raats

In eerdere bijdragen heb ik benadrukt dat digitalisering meer is dan een technologische aangelegenheid. Het is in essentie een sociaal veranderproces binnen en soms zelfs buiten de organisatie. Bij complexe verandertrajecten, vooral ten aanzien van strategische maatschappelijke thema’s zoals duurzaamheid, veiligheid, zorg en borging van privacy, security & digitale autonomie, is het betrekken van medewerkers geen bijzaak, maar een fundamentele voorwaarde voor succes.

De mens als kern van digitale verandering

De mens als kern van de digitale veranderingen

Technologische innovaties kunnen pas echt impact hebben wanneer ze gedragen worden door de mensen binnen de organisatie. Medewerkers beschikken over waardevolle inzichten vanuit hun dagelijkse praktijk. Hun betrokkenheid zorgt voor een rijkere besluitvorming en een grotere kans op succesvolle implementatie van veranderingen. Zij vormen de ware ambassadeurs van de veranderingen in de organisatie. Het inzetten van een ambassadeursprogramma met zichtbare uitingen voor herkenning draagt bij aan de waardering en erkenning van de medewerkers als actieve participanten in veranderingen.

Participatie als strategisch instrument

Het betrekken van medewerkers in verandertrajecten gaat verder dan het organiseren van inspraakmomenten. Het vraagt om een cultuur waarin medewerkers zich veilig voelen om hun ideeën en zorgen te uiten. Psychologische veiligheid is hierbij essentieel; het stelt medewerkers in staat om openlijk te communiceren zonder angst voor negatieve consequenties. Het vraagt van directie en management, maar eigenlijk van iedere leidinggevende het vertrouwen en de kracht om naar de bijdragen van medewerkers te luisteren.

Aan de andere kant is het ook belangrijk om de verwachtingen naar medewerkers zuiver te houden. Niet alle inbreng kan – mogelijk op dat moment niet, maar later wel of in het geheel niet – worden benut. Om motivatie te behouden voor het blijven bijdragen is het managen van verwachtingen een serieuze taak. Zeker het antwoord ‘Nee’ is ook professioneel om te uiten in een complex verandertraject. Maar echter ook om te leren accepteren!

Verandermanagement met aandacht voor de mens

Als gezamenlijk wordt gestreefd naar een door allen gedragen resultaat, dan is de combinatie van gedeelde maatschappelijke normen, waarden en respect vanuit de individuele achtergronden een serieuze factor die het succes van de veranderingen steunt en stimuleert. Gezamenlijke workshops, trainingen en ook coachingsessies helpen om elkaar beter te leren kennen en begrijpen. Daarnaast geeft het leidinggevenden de kans om ideeën en plannen te toetsen bij de medewerkers. Om daarna te zorgen dat de uiteindelijke doelstellingen en plannen aangescherpt kunnen worden.

De rol van Lean IT: van optimalisatie naar betekenis

Binnen de context van dit blog verdient Lean IT speciale aandacht. Niet als methodiek op zichzelf, maar als voorziene houding: het streven naar continue verbetering, het creëren van additionele klantwaarde en het elimineren van verspilling sluit naadloos aan bij een duurzame digitale transformatie.

De rol van Lean IT

De houding van iedere betrokkene is relevant voor het tot uitvoering krijgen van de veranderingen. Lean IT biedt de principes en tools om uitvoering goed te structureren, mede gebaseerd op jarenlange ervaring van grote organisaties. Lean IT biedt praktische en begrijpelijke handvatten:

– Het helpt teams gestructureerd reflecteren op processen en knelpunten conform een vaste structuur van werken;
– Het maakt het zichtbaar waar energie verloren gaat — niet alleen in systemen, maar ook in samenwerking;
– En het stimuleert lerende teams die niet wachten op top-down instructies, maar eigenaarschap durven en nemen voor verbeteringen die zij zelf ervaren.

Het succes van een complex IT-/of IV-verandertraject moet zeker niet alleen worden afgemeten aan de hand van opgeleverde producten of systemen, maar vooral aan de maatschappelijke en bestuurlijke impact ervan.

Van uitkomst naar impact

Dit vraagt om het definiëren van adaptieve indicatoren van uitkomst en het sturen op daadwerkelijke verandering in de praktijk, inclusief eventuele toetsing door maatschappelijke gebruikers(groepen). Het samenwerken om de impact zodanig te bereiken dat iedereen er positief voordeel uit kan halen. Al kent dit ook wel een andere nuance.

Het blijft altijd zo dat nooit iedereen tevreden zal kunnen zijn. Een serieuze factor is om dan te bezien of de impact wel past bij de voorziene plannen vooraf en de te bereiken maatschappelijke doelen.

Enkele vragen ter overweging

  1. Hoe kunnen we een gezamenlijke cultuur creëren waarin alle medewerkers zich uitgenodigd voelen om actief bij te dragen aan complexe verandertrajecten?
  2. Op welke manieren kunnen we mentale veiligheid binnen teams bevorderen om zo de open communicatie optimaal te stimuleren?
  3. Hoe zetten we de methodiek Lean IT in als kompas voor duurzame verbetering in plaats van slechts als een instrument om efficiëntie te bereiken?

Quote J.P. Kotter: “Creëer een gevoel van urgentie, rekruteer krachtige veranderaars, ontwikkel een visie en communiceer deze effectief, verwijder obstakels, creëer snelle successen en bouw voort op je momentum.”

Ik nodig je uit om deze vragen te bespreken binnen jouw organisatie en te reflecteren op de rol van medewerkers in een digitale transformatie. Samen kunnen we bouwen aan een toekomst waarin technologie en mensgerichtheid hand in hand gaan. Mocht je aanvullende vragen hebben of wens je eens te sparren over hetgeen ik heb beschreven in mijn blogs, schroom dan niet mij te contacten.

Er zijn altijd mogelijkheden om ideeën en tips te delen… #ShareKnowledge #ChangeManagement

Gebruikte bronnen en literatuur

© 2025 R.J. Raats

“Waarom het OSI-model?”

Na mijn recente blogs “Verantwoord datagebruik begint bij leiderschap: de noodzaak van governance in een data-gedreven wereld” en “Digitale Soevereiniteit in de Cloud: Hoe bestuurders de regie terugpakken!“, kreeg ik diverse vragen over mijn verwijzing naar het OSI-model als denkraam voor governance en leiderschap. Begrijpelijke vragen, want het model is oorspronkelijk ontworpen voor netwerkcommunicatie – niet voor organisatieontwikkeling, ethiek of beleidsvorming.

Toch blijkt het OSI-model bij nadere beschouwing juist bijzonder geschikt om hedendaagse digitale vraagstukken gestructureerd, integraal en bestuurlijk relevant te benaderen. In dit blog licht ik dat toe – en verbindt de abstracte lagen van technologie met de concrete verantwoordelijkheid van bestuurders en professionals. Aangevuld met de afbeeldingen moet het een goede uitleg geven.

1. Architectuur: het belang van ordening

Het OSI-model verdeelt digitale communicatie over zeven lagen: van fysieke verbindingen tot applicatiegebruik. Deze indeling dwingt tot systematisch nadenken over verantwoordelijkheden, risico’s en eigenaarschap – precies wat in veel datagedreven organisaties ontbreekt. Architectuurprincipes uit de NORA (Nederlandse Overheid Referentie Architectuur) en TOGAF 10 onderstrepen het belang van zo’n gelaagde benadering. Governance zonder structuur is immers stuurloos. In een wereld waarin data door meerdere handen, lagen en domeinen beweegt, is het OSI-model geen technische overkill, maar een manier om grip te krijgen op complexiteit.

2. Data: eigenaarschap kent lagen

In het datadomein draait alles om betrouwbaarheid, integriteit en traceerbaarheid. Het DAMA-DMBOK2-raamwerk maakt daarbij onderscheid tussen datakwaliteit, metadata, security, privacy en datagebruik – elk met andere actoren en risico’s. Het OSI-model helpt deze componenten logisch te positioneren, zonder ze te versimpelen tot één ‘databeleid’. Bestuurders die datagovernance serieus nemen, moeten dus niet alleen weten wat data is, maar waar het zich bevindt, hoe het beweegt, en wie erover beslist. De verschillende lagen maken dat helder zichtbaar.

3. Beveiliging: meer dan techniek

Cybersecurity wordt vaak technisch benaderd, maar raakt direct aan bestuurlijke verantwoordelijkheid. De recente handreiking van ENISA (2023) over overheidsclouds benadrukt dit: afhankelijkheden van buitenlandse infrastructuur, onvoldoende encryptie op sessieniveau en onvoldoende scheiding van bevoegdheden vormen fundamentele kwetsbaarheden. Met behulp van het OSI-model kunnen risico’s – van fysieke laag tot applicatielaag – inzichtelijk worden gemaakt én toegewezen aan de juiste actor. Daarmee wordt beveiliging geen ‘IT-feestje’, maar een strategisch governancevraagstuk op de bestuurstafel van organisaties.

4. Menselijk handelen: gedrag als 8e laag in het OSI-model

Een veelgehoorde grap onder securityprofessionals is dat er een “OSI-laag 8” bestaat: de mens. En die laag is verreweg de meest complexe. Bestuurders, gebruikers, beheerders – allemaal nemen zij dagelijks beslissingen die data beïnvloeden. Governance zonder gedragscomponent is hol. Het rapport Data-ethiek in de publieke sector van de WRR (2021) benadrukt het belang van publieke waarden, transparantie en menselijke maat. Deze waarden laten zich prima ‘plaatsen’ bovenop de technologische lagen van het OSI-model – als moreel kompas voor besluitvorming.

Conclusie: het OSI-model als governancekompas

Nee, het OSI-model is geen governancekader in klassieke zin. Maar het is wél een denkmodel dat verbinding legt tussen techniek, beleid en gedrag. Het helpt bestuurders en architecten om meerlaags te kijken, te sturen en verantwoordelijkheid te nemen – van fysieke infrastructuur tot menselijke besluitvorming. In een tijd waarin datagebruik steeds vaker verweven is met geopolitiek, ethiek en veiligheid, is zo’n denkkader geen luxe, maar noodzaak.

Soevereiniteit, vertrouwen en publieke waarden zijn geen losse beleidsdocumenten – ze moeten worden gebouwd, beheerd en beschermd, laag voor laag. Het OSI-model helpt ons om dat met samenhang en richting te doen.

Vraagstellingen voor organisaties

Ter ondersteuning van de vraagstukken over Verantwoord Datagebruik heb ik een vragenlijst opgesteld die helpt om het juiste gesprek te voeren in de organisatie op basis van het principe van het OSI-model. Deze mag vrij naar behoefte door u worden gebruikt binnen uw organisatie.

Bronnen

Nawoord & Vragen

Digitale (data- en organisatie) governance is geen statisch onderwerp. Het vraagt om continue reflectie, dialoog en gedeeld eigenaarschap. In dit blog heb ik mijn perspectief gedeeld op het gebruik van het OSI-model als denkkader voor datagedreven leiderschap en bestuurlijke verantwoordelijkheid.

Heeft u vragen over de toepassing binnen uw organisatie, wilt u een een dialoog voeren over de koppeling tussen bestuurlijke context, architectuur, ethiek en data, of ziet u kansen voor samenwerking? Ik nodig u van harte uit om het gesprek aan te gaan. Stel uw vraag, deel uw inzicht of start het gesprek. Want datagedreven leiderschap begint vooral met uiten van nieuwsgierigheid.

© 2025 R.J. Raats

Op 15 april jl. was het weer tijd voor de Innovation Summit & Dinnershow georganiseerd door Rob Beijleveld & zijn ICT Media team. Een jaarlijks boeiend event waar bestuurders en experts elkaar ontmoeten om inspiratie te krijgen van de presentaties & workshops. Uiteraard zijn ook de diverse prijsuitreikingen een belangrijk moment voor de innovatieve organisaties & leiders. Het heeft mij zeker weer de nodige energie gegeven en informatie opgeleverd voor een nieuw blog.

In vervolg op mijn vorige blog Digitale soevereiniteit in de cloud: hoe bestuurders de regie terugpakken schrijf ik deze keer een blog over verantwoordelijkheden van/voor bestuurders en organisaties m.b.t. verzamelen, verwerken, analyseren, combineren en beheren van data. Natuurlijk ook mede geïnspireerd vanuit de diverse gevoerde gesprekken tijdens de Innovation Summit.

De wereld digitaliseert in hoog tempo. Publieke en private organisaties verzamelen, genereren en analyseren data op een schaal die nog geen decennium geleden ondenkbaar was. Deze exponentiële groei van data biedt kansen voor innovatie, beleidsvorming, en gepersonaliseerde dienstverlening. Tegelijkertijd ontstaat er een urgent spanningsveld: hoe waarborgen we zeggenschap, ethiek en rechtsstatelijkheid in het omgaan met data?

In het vorige blog, schetste ik hoe cloudmigratie bestuurders dwingt tot herbezinning op controle, afhankelijkheid en juridische grip. In deze bijdrage zoom ik in op een cruciaal vervolgthema. De bestuurlijke verantwoordelijkheid voor datagebruik én de onmiskenbare noodzaak van een robuust governance framework. Niet alleen om technologische kaders te bepalen, maar juist voor data zelf. Duidelijkheid in gebruik, taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden is essentieel!

1. Data als strategisch kapitaal: geen IT-feestje meer

Data is niet langer een technische bijzaak. In vrijwel elke sector vormt data de basis voor beleid, besluitvorming en maatschappelijke interactie. Dat betekent dat bestuurders niet langer kunnen volstaan met abstract toezicht. Zij moeten inzicht hebben en krijgen in hoe data wordt verzameld, gebruikt, gedeeld, geanalyseerd, beveiligd, opgeslagen en vernietigd.

Een groeiende afhankelijkheid van algoritmen en kunstmatige intelligentie betekent bovendien dat foutief of vooringenomen datagebruik directe impact heeft op burgers, organisaties, klanten en samenlevingen. Denk aan beslisbomen in de zorg, risicomodellen bij de Belastingdienst, of profilering in de veiligheid. En toch biedt het ook enorme kansen om innovatie te versnellen. Voorwaarde is wel dat het bewustzijn van bestuurders wordt versterkt over eventuele potentiële effecten van en risico’s bij gebruik van data als grondstof i.c.m. kunstmatige intelligentie. Bestuurders zijn dus niet alleen eindverantwoordelijk voor wat hun organisatie met data doet, maar ook voor wat hún data elders teweeg kan brengen. Geeft dit aanleiding genoeg om governance in de boardroom te bespreken?

2. Van compliance naar verantwoordelijkheid

Veel organisaties hebben privacy- en securitymaatregelen op papier staan, vaak ingegeven door wetgeving als de AVG (GDPR), NIS2 of sectorale kaders. Toch zien we in de praktijk dat naleving zelden voldoende is om werkelijk ethisch en verantwoord met data om te gaan. Bij alle medewerkers moet het bewustzijn over gebruik van data goed tussen de oren zitten!

Compliance is het vertrekpunt, geen eindstation!

Bestuurders moeten de stap maken van juridische afvinkcultuur naar moreel en ethisch verantwoord handelen en leiderschap. Dat vraagt om:

  • Bewustzijn van de maatschappelijke context waarin data worden ingezet
  • Zicht op de impact van beslismodellen en algoritmes en algoritmiek
  • Integratie van ethiek, maatschappelijke normen en waarden in de data-governance
  • Durf om onzekere of ongemakkelijke waarheden bespreekbaar te maken

Zonder deze reflectieve houding blijft governance beperkt tot controle en verantwoording – terwijl het juist ook moet faciliteren, richting geven en vertrouwen bouwen. Dit komt het innoveren door juist gebruik van data in combinatie met kunstmatige intelligentie ten goede.

3. Waarom governance voor data onmisbaar is

Traditionele governance richt zich op structuur, rollen, processen en verantwoording. Data-governance gaat verder: het vraagt om kaders voor integriteit, transparantie en herleidbaarheid van data. Bovendien overstijgt het verschillende domeinen want data houdt zich niet aan afdelingen, organisaties, landsgrenzen of welke gestelde grenzen dan ook.

Een robuust governance framework voor data omvat ten minste:

  • Een eenduidige data-architectuur: wat wordt waar vastgelegd, en waarom?
  • Heldere rollen en eigenaarschap: wie is verantwoordelijk voor kwaliteit, gebruik en beveiliging?
  • Richtlijnen voor data-ethiek en impactanalyses
  • Mechanismen voor transparantie en toezicht, intern én extern
  • Capaciteit voor continue verbetering en learning governance

Deze componenten maken data hanteerbaar in complexe ecosystemen, en creëren vertrouwen bij burgers, organisaties, klanten en partners.

4. Bestuurders in de cockpit: regie, reflectie en rugdekking

De rol van bestuurders is wezenlijk veranderd. In plaats van op afstand toezicht te houden, worden zij geacht richting te geven aan de koers van digitalisering. Dit vraagt niet dat zij technisch expert zijn, maar wél dat zij de juiste vragen stellen, dilemma’s herkennen, en zich laten informeren door multidisciplinaire teams.

Bestuurlijke regie op data betekent:

  • Reguliere gesprekken voeren over data-ethiek en digitale risico’s op boardniveau
  • Actief investeren in datageletterdheid en governance-capaciteit
  • Governance niet delegeren naar IT of juridische afdelingen, maar positioneren als strategisch speerpunt binnen de directie en het management van de organisatie

Bestuurders hebben bovendien de morele plicht om afwegingen transparant te maken. Wat weegt zwaarder: efficiëntie of inclusie? Privacy of veiligheid? Deze vraagstukken verdienen niet alleen technische, maar ook politieke en maatschappelijke duiding.

5. Het spanningsveld: eigenaarschap versus samenwerking

Een belangrijke uitdaging binnen data-gedreven werken is het spanningsveld tussen centrale regie en interdepartementale samenwerking. In veel publieke ecosystemen (zoals zorg, veiligheid, mobiliteit) is data noodzakelijk gedeeld bezit maar ontbreken vaak gezamenlijke governance-afspraken. Zeker ook omdat vaak onderschat wordt wat de combinatie van individuele en/of enkelvoudige databronnen gezamenlijk teweeg kunnen brengen.

Wie is verantwoordelijk voor data die door meerdere partijen worden gebruikt?

Zonder duidelijke kaders ontstaat onduidelijkheid over aansprakelijkheid, fouten worden moeilijk te traceren en burgers of klanten verliezen vertrouwen. Bestuurders moeten daarom niet alleen binnen de eigen organisatie governance vormgeven, maar ook investeren in het waarborgen van (inter)sectorale en ketenbrede afspraken over het benutten van data.

Een voorbeeld hiervan is het Data Governance Act (EU 2022), dat ruimte biedt voor datasamenwerking met behoud van soevereiniteit. Maar wetten zijn slechts het begin. Het echte werk ligt in het verbinden van governance aan vertrouwen en relatiebeheer met alle partners.

6. Datageletterdheid als randvoorwaarde voor goed bestuur

Goed bestuur in de 21e eeuw veronderstelt een zekere mate van datageletterdheid (kennis). Het betekent zeker niet dat iedere bestuurder moet kunnen programmeren of datastructuren ontwerpen, maar wél dat zij de essentie van gebruik van data helder krijgen. Wat moet je dan minimaal wel weten als bestuurder om goed bestuur te kunnen uitoefenen? Punten zoals deze zijn belangijk:

  • Begrijpen wat data kan én niet kan
  • Kritische vragen kunnen stellen over datakwaliteit en samenstelling van algoritmen
  • Sensitief zijn voor de (on)bedoelde effecten en risico’s van data-gedreven beleid

Datageletterdheid moet worden gezien als een strategische competentie, geen operationeel detail dat afgevinkt kan worden. Aan nieuwe competenties moet je werken, laat dat duidelijk zijn!

Bestuurders die deze vaardigheid missen, laten zich te gemakkelijk geruststellen of misleiden. Zij lopen het risico om verantwoordelijkheid te dragen voor uitkomsten die ze niet doorzien.

Resumé: Van control naar care

We leven in een tijd waarin data de nieuwe infrastructuur vormt van onze samenleving. Die infrastructuur is krachtig, maar ook kwetsbaar. Bestuurders die denken dat databeleid een technische of juridische aangelegenheid is, lopen volledig achter de feiten aan. Het tijdperk van ‘afvinken’ van een checklist is echt voorbij. Wat nodig is, is een nieuw soort leiderschap: data-gedreven, maar met duidelijke menselijke maat. Integer, maar ook koersvast. Niet controlerend vanuit angst, maar zorgend vanuit verantwoordelijkheid. Investeren in governance is essentieel! Niet als sluitpost, maar als fundament van vertrouwen in een digitale samenleving. Meer weten over hoe je als bestuurder regie pakt op digitale transformatie? Bekijk ook mijn eerdere bijdrage over Digitale Soevereiniteit in de Cloud. Of benader mij gerust om eens het goede gesprek met elkaar te voeren

Bronnen:

© 2025 R.J. Raats

Digitale soevereiniteit is essentieel voor publieke organisaties die regie willen houden over hun data, infrastructuur en systemen in een wereld vol cloudafhankelijkheden. Deze blog biedt bestuurders inzicht in hoe juridische waarborgen en een gelaagde architectuur — gebaseerd op het OSI-model — kunnen bijdragen aan structurele autonomie. Met aandacht voor wetgeving zoals de AVG, NIS2 en de EU Data Act, en praktische aanbevelingen voor beleid, contracten en regie, vormt dit stuk een strategische leidraad voor organisaties die soeverein willen digitaliseren.

De afhankelijkheid van buitenlandse technologiebedrijven is inmiddels een structureel risico geworden voor publieke organisaties en vitale sectoren. Cloud computing en hyperscalerdiensten bieden innovatie, flexibiliteit en schaalvoordelen, maar leggen de digitale controle en data-opslag buiten de directe invloedssfeer van de organisatie. In deze blog duiken we dieper in het belang van digitale soevereiniteit, en hoe bestuurders door middel van juridische waarborgen en gelaagde architectuur hun regie kunnen versterken.

Wat is digitale soevereiniteit precies?
Digitale soevereiniteit verwijst naar het vermogen van een organisatie of overheid om zelf controle uit te oefenen over haar digitale infrastructuur, data, applicaties en besluitvormingsprocessen. Dit omvat:

  • Technische soevereiniteit: Beheersbaarheid van systemen, data en toegang.
  • Juridische soevereiniteit: Bescherming van gegevens binnen de gewenste jurisdictie.
  • Operationele soevereiniteit: Vermogen om te functioneren of migreren zonder vendor lock-in.

Met de opkomst van hyperscalers zoals Amazon, Microsoft en Google — allen onderworpen aan extraterritoriale wetgeving zoals de US CLOUD Act — is de roep om controle en transparantie urgenter dan ooit.

De OSI-gelaagdheid als strategisch kader
Een effectieve manier om digitale soevereiniteit te benaderen is via het OSI-model (Open Systems Interconnection). Dit model biedt een gestructureerde kijk op de digitale infrastructuur in zeven lagen, van fysieke hardware tot applicatiesoftware. Iedere laag kent eigen risico’s én aangrijpingspunten voor beleidsmaatregelen.

OSI-laag Soevereine aandachtspunten:
7. Applicatie SaaS, API’s, datatoegang, open standaarden
6. Presentatie Encryptie, gegevensformaten, versleuteling
5. Sessie Identiteitsbeheer, federatieve IAM
4. Transport Netwerkbeveiliging, TLS, zero trust
3. Netwerk IP-routing, geografische segmentatie
2. Datalink Virtuele netwerken, segmentatie
1. Fysiek EU-datacenters, auditplichten

Door op elk niveau passende eisen te formuleren en maatregelen te treffen, ontstaat een robuuste, gelaagde bescherming tegen ongewenste toegang en afhankelijkheid.

Juridische waarborgen: Wetgeving als beschermlaag
Naast technische maatregelen is de juridische component essentieel. Bestuurders dienen op de hoogte te zijn van de relevante wet- en regelgeving:

  • AVG/GDPR: Regelt dataminimalisatie, expliciete toestemming en bewaartermijnen. Maar ook dataoverdracht buiten de EU.
  • NIS2-richtlijn: Verplicht vitale aanbieders om maatregelen te nemen op het gebied van beveiliging en continuïteit.
  • EU Data Act (2024): Stelt eisen aan interoperabiliteit, datasoevereiniteit en toegang door derden.
  • US CLOUD Act: Biedt Amerikaanse autoriteiten toegang tot data van Amerikaanse bedrijven, ook als deze buiten de VS zijn opgeslagen.
  • Wet open overheid (Woo): Versterkt de noodzaak voor transparantie in cloudcontracten en databeheer.

Een sleutel tot juridische soevereiniteit is het contractueel vastleggen van:

  • Dataopslag in de EU
  • Encryptiebeheer door de afnemer zelf
  • Exitstrategieën bij beëindiging van de dienst

Architectuurprincipes voor soevereiniteit
Vanuit een enterprise-architectuurperspectief is het noodzakelijk om soevereiniteit structureel te verankeren. Enkele concrete aanbevelingen:

1. Data-classificatie
Maak onderscheid tussen kritieke, gevoelige en reguliere data. Alleen niet-kritieke data mag naar publieke clouds zonder aanvullende waarborgen.

2. Cloud-neutraliteit
Ontwerp infrastructuren die niet afhankelijk zijn van één leverancier. Maak gebruik van containerisatie (zoals Kubernetes) en open standaarden.

3. Encryptie met sleutelbeheer
Zorg ervoor dat encryptiesleutels worden beheerd door de organisatie zelf, niet door de cloudaanbieder.

4. Federatief Identity & Access Management (IAM)
Beheer identiteiten onafhankelijk van de cloudaanbieder. Voorkom centralisatie van toegang.

5. Logging & auditability
Eis volledige transparantie in toegangslogboeken, inclusief wie wanneer bij data is geweest.

Strategische randvoorwaarden voor bestuurders
Voor bestuurders zijn er vijf strategische keuzes die de mate van soevereiniteit sterk beïnvloeden:

1. Stel duidelijke Cloud Policies op
Richt beleid in dat onderscheid maakt in wat wel of niet in de cloud mag — en onder welke voorwaarden.

2. Contracteer met soevereiniteitseisen
Neem exit-clausules, locatieverplichtingen en encryptiestandaarden op in alle cloudcontracten.

3. Investeer in regie-organisatie
Organiseer centrale governance rond cloudgebruik, dataopslag en naleving van juridische kaders.

4. Werk samen in coalities
Sluit aan bij initiatieven zoals GAIA-XECSO of nationale cloud coalities. Collectieve vraag creëert marktimpact.

5. Stimuleer Europese alternatieven
Verken de inzet van Europese cloudproviders met EU-jurisdictie.

Een visuele gelaagdheid
Onderstaande visualisatie helpt beleidsmakers en architecten om inzicht te krijgen in waar verantwoordelijkheden liggen, en op welke lagen acties vereist zijn om soevereiniteit af te dwingen.

Resumé: Van afhankelijkheid naar regie
Digitale soevereiniteit is geen absolute staat, maar een strategische ambitie. Door architectuur en juridische waarborgen hand in hand te laten gaan, ontstaat een digitale infrastructuur waarin publieke waarden leidend zijn, niet technologische afhankelijkheid. Voor bestuurders is het nu het moment om beleidskeuzes te maken die deze autonomie structureel verankeren — gelaagd, juridisch geborgd en toekomstgericht.

Bronnen:

  • Europese Commissie, Data Act (2024): https://eur-lex.europa.eu
  • Autoriteit Persoonsgegevens: Cloud-richtlijnen en data-overdracht
  • ENISA: Guidelines for Secure Cloud Adoption
  • GAIA-X beleidskaders: https://gaia-x.eu
  • NIS2 Directive documentatie: Europese Raad, 2023

© 2025 R.J. Raats

Van visie naar realisatie: vijf tips voor strategische digitalisering in de (internationale) publieke sector.

Strategische digitalisering in de (internationale) publieke sector vraagt meer dan technologie: het draait om governance, verandervermogen en mensgericht leiderschap. In mijn nieuwste blog deel ik vijf tips voor succesvolle samenwerking over grenzen heen, met oog voor impact, vertrouwen en cultuur. #digitalisering #overheid #samenwerking #leiderschap #transformatie

De publieke sector heeft in de afgelopen twee decennia een indrukwekkende digitale transformatie doorgemaakt. Toch is de implementatie van strategische digitaliseringstrajecten, zeker binnen internationale contexten, zelden een rechtlijnig proces. De complexiteit zit niet alleen in technologie, maar vooral in governance, verandermanagement en het menselijke aspect.

Wanneer meerdere internationale organisaties betrokken zijn en de diversiteit van culturele normen en waarden groot is, neemt de mate van coördinatie, afstemming en diplomatie exponentieel toe. In dit blog geef ik vijf tips voor professionals die strategische digitaliseringsprogramma’s binnen de (internationale) publieke sector met partners (willen) realiseren.

Internationale samenwerking is voor sommigen een ‘ver-van-je-bedshow’, maar de wereld wordt voor velen in rap tempo steeds kleiner. Nieuwe verbanden en samenwerkingsvormen dienen zich aan, terwijl bestaande allianties onder druk staan. Zonder de gehele wereldproblematiek te bespreken, richt ik in dit blog de focus op vaak onderbelichte succesfactoren van internationale samenwerking: governance, people- en changemanagement.

1. Governance: Begin met robuuste, afgestemde en gedeelde governance — en houd die levend in alle geledingen

Voor internationale samenwerkingen is heldere governance essentieel. Het ondubbelzinnig vastleggen van de organisatiestructuur van een project of programma, inclusief de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden (TBV’s), biedt duidelijkheid en stimuleert een professionele houding bij alle betrokkenen. Hierbij moet rekening worden gehouden met het feit dat verschillende landen en organisaties hun eigen structuren, belangen en wettelijke kaders meebrengen. Wat “transparantie” in Nederland betekent, kan elders een geheel andere betekenis hebben.

Het verdient aanbeveling om vóór de feitelijke start van een traject een gezamenlijk raamwerk voor governance te ontwikkelen en in de breedte deze te accepteren en implementeren.

Tip: Zorg dat het raamwerk de volgende facetten expliciet maakt:

  • Welke formele rollen zijn er, met welk mandaat?
  • Welke besluitvormingsstructuren zijn van toepassing op welke niveaus?
  • Wie is waarvoor verantwoordelijk (koppeling mens/rol)?
  • Welke escalatieniveaus en -procedures gelden bij (potentiële) conflicten?
  • Welke (inter)nationale wet- en regelgeving is leidend bij interoperabiliteits-, veiligheids- of privacyvraagstukken (zoals GDPR, NIS2)?

Governance is geen statisch document, maar een levend geheel. Plan daarom periodiek – bij faseovergangen of het bereiken van mijlpalen – herijkingsmomenten in om de actualiteit en werking in de praktijk te toetsen. Gebruik een formele wijzigingsprocedure voor significante aanpassingen, bijvoorbeeld bij veranderingen in organisatiestructuren of mandaten. Kleinere wijzigingen, zoals personele wisselingen, kunnen via een vereenvoudigde, schriftelijke meldingsprocedure worden afgehandeld.

2. Verandermanagement is meer dan een communicatieplan

Een van de grootste valkuilen in digitaliseringstrajecten is het reduceren van verandermanagement tot louter communicatieactiviteiten. Enkel informeren via eenvoudige updates is niet voldoende. Internationaal werken betekent omgaan met verschillende veranderparadigma’s: waar de ene organisatie agile denkt, is de andere nog hiërarchisch ingericht. Dit vraagt om verdieping en dialoog.

Tip: Gebruik een adaptieve veranderaanpak, gecombineerd met culturele sensitiviteit en empathie. Stel per organisatie of locatie een lokale verandermanager aan die zowel de lokale cultuur begrijpt als de taal spreekt. Een internationale digitale transformatie vereist vaardigheden die zelden standaard aanwezig zijn bij professionals. De kans krijgen om te leren werken in een internationale context is een waardevolle ervaring.

Investeer ook in het creëren van eigenaarschap op alle lagen binnen de deelnemende organisaties. Als mensen invloed ervaren en mogen meedenken over de uitvoering van veranderingen, neemt weerstand af. Zelfs als er uiteindelijk andere besluiten worden genomen, ontstaat er meer draagvlak. Samen werken aan samenwerking is hierbij essentieel.

3. Peoplemanagement verdient net zoveel aandacht als technologische innovatie

Digitaliseringstrajecten worden te vaak benaderd als technologische projecten, terwijl ze in essentie sociale verandertrajecten zijn. Bij internationale samenwerking kunnen uiteenlopende werkwijzen, communicatiestijlen en verwachtingen botsen. Wanneer deze verschillen worden genegeerd, ontstaan frustraties en kan samenwerking stagneren.

Tip: Investeer bewust in begeleiding van medewerkers via trainingen, coaching en interculturele sessies. Gebruik teamontwikkelingsmodellen zoals Tuckman voor het opbouwen van effectieve teams. Duidelijke structuren en afspraken bieden houvast in onzekere fasen.

Psychologische veiligheid is cruciaal. Medewerkers moeten zich vrij voelen om zich uit te spreken over situaties in het traject, de organisatie of samenwerkingsverbanden. Dit geldt zowel fysiek als digitaal. Het creëren van een veilige werkomgeving is een collectieve verantwoordelijkheid. Bestuurlijke sensitiviteit en persoonlijke empathie zijn hierbij onmisbaar.

Tip: Benoem expliciete rollen gericht op peoplemanagement, zoals coachende leiders of vertrouwenspersonen. Deze kunnen over organisaties heen worden verbonden. Het succes van digitalisering hangt af van de mate waarin mensen de verandering of veranderingen omarmen.

Organiseer ook sociale onlinebijeenkomsten waarin teamleden informele verbinding kunnen maken. Het delen van culturele trots of tradities versterkt wederzijds begrip. Deelname aan digitale bijeenkomsten is niet vrijblijvend; actieve participatie is essentieel voor effectieve samenwerking. Internationale verschillen in vergadercultuur maken het belangrijk om vooraf duidelijke afspraken te maken en die periodiek te herzien.

4. Werk programmatisch, maar stuur ook op impact — niet alleen op opleveringen

Strategische digitalisering vraagt om een programmatische aanpak: gefaseerd, doelgericht en met ruimte voor iteratie. In een internationale context loert het gevaar van bureaucratisering, met focus op output en planning in plaats van impact.

Tip: Richt het programma vanaf het begin op maatschappelijke en bestuurlijke impact. Dat geeft motivatie, richting en versterkt de zakelijke rechtvaardiging (business case). Output is niet hetzelfde als outcome: een functionerende app is geen succes als niemand hem gebruikt.

Gebruik adaptieve outcome-indicatoren. Dat vergt durf, mandaat en stuurkracht. Als uitkomsten niet erkend worden door opdrachtgevers, dreigt bijsturing te stokken. Zorg daarom dat iedereen weet wat ‘outcome’ inhoudt, hoe het gemeten wordt en wat ieders rol daarin is.

Een sterke programma- of projectstructuur vormt de basis voor succesvolle internationale samenwerking. Ze biedt ruimte voor grensoverschrijdende dienstverlening, samenwerking over tijdzones heen en culturele uitwisseling. Verbeterde gegevensinteroperabiliteit versnelt processen en versterkt publieke dienstverlening. Daarmee groeit ook het vertrouwen in de digitale overheid.

5. Bouw aan vertrouwen als structurele succesfactor

Vertrouwen is het onzichtbare fundament onder iedere (internationale) samenwerking. Zonder vertrouwen zijn governance-afspraken betekenisloos en worden projectbijeenkomsten rituele dansen. Een breuk in vertrouwen is, zeker op afstand, moeilijk te herstellen.

Tip: Investeer structureel in relationele binding, met oprechte aandacht en waardering voor elkaars belangen. Denk aan:

  • Vaste informele momenten in hybride teams
  • Collectief vieren van successen
  • Transparantie over knelpunten, dilemma’s en onzekerheden

Erken verschillen, maar werk actief aan een gedeelde identiteit. Een gezamenlijke missie of narratief – “waarom doen we dit samen?” – helpt om boven individuele of nationale belangen uit te stijgen.

Tot slot: wees realistisch én ambitieus

Strategische digitalisering binnen de publieke sector, zeker in internationale samenwerking, is géén kwestie van enkel technologie implementeren. Het is een complex samenspel van politiek, cultuur, mensen, processen en technologie.

Het vraagt van jou als professional een scherp strategisch kompas, empathie, culturele sensitiviteit en communicatieve intelligentie. Als je die combineert met een adaptieve veranderaanpak, stevige governance en aandacht voor de mensen achter de transformatie, realiseer je echte impact.

Digitalisering is geen doel op zich, maar kan functioneren als een stevige strategische hefboom. Zorg dat deze dan wel perfect is afgesteld!

© 2025 R.J. Raats

Hoe coaching, mentorschap en intergenerationele samenwerking de diversiteit kan versterken!

In mijn vorige blog, Diversiteit is durven afzien van verschillen, besprak ik hoe diversiteit niet draait om het benadrukken van verschillen, maar om het creëren van verbinding. De volgende stap is om te kijken hoe we diversiteit in organisaties actief kunnen stimuleren. Een inclusieve werkomgeving ontstaat niet vanzelf – het vraagt om bewuste keuzes en structurele ondersteuning. Coaching, mentorschap en buddy-programmas zijn krachtige instrumenten om diversiteit te versterken en barrières te doorbreken.

Diversiteit als kracht in organisaties

Iedereen brengt unieke talenten, ervaringen en perspectieven mee. Diversiteit leidt tot betere besluitvorming, innovatie en een sterkere samenwerking. Maar hoe zorgen we ervoor dat medewerkers zich écht gehoord en gewaardeerd voelen? Dat kan alleen door een werkomgeving te creëren waarin iedereen zich veilig en ondersteund voelt. Dit vraagt om actief leiderschap, open communicatie en een bedrijfscultuur waarin verschillen worden omarmd en gewaardeerd.

De kracht van coaching en mentorschap

Om diversiteit te laten floreren, moeten we de menselijke factor niet uit het oog verliezen. Coaching en mentorschap helpen medewerkers niet alleen om hun vaardigheden te ontwikkelen, maar bieden ook een structuur waarin wederzijds begrip en groei centraal staan. Door een buddy-programma op te zetten, waarin medewerkers met verschillende achtergronden aan elkaar worden gekoppeld, stimuleren we samenwerking en respect. Een goed mentorprogramma draagt bij aan het versterken van individuele competenties, zelfvertrouwen en carrièreontwikkeling. Door medewerkers actief te begeleiden in hun groei, helpen organisaties niet alleen hun talenten optimaal te benutten, maar bouwen ze ook aan een inclusieve en veerkrachtige bedrijfscultuur.

De bundeling van ervaring en vernieuwing

Een van de krachtigste vormen van diversiteit is de samenwerking tussen seniore en juniore medewerkers. Waar ervaren professionals beschikken over diepgaande kennis, strategisch inzicht en zakelijke wijsheid, brengen jongere medewerkers frisse perspectieven, digitale vaardigheden en innovatieve ideeën. Door deze generaties bewust met elkaar te verbinden, ontstaat een dynamische werkomgeving waarin ervaringskennis en innovatie hand in hand gaan.

Een goed opgezet mentorprogramma biedt junior medewerkers de kans om sneller te groeien en te leren van de praktijkervaring van senior collega’s, terwijl senior medewerkers op hun beurt profiteren van nieuwe inzichten en een frisse kijk op veranderende markten en technologieën. Dit versterkt niet alleen de samenwerking, maar draagt ook bij aan duurzame kennisoverdracht binnen de organisatie. Intergenerationele samenwerking bevordert bovendien de continuïteit van organisaties, doordat waardevolle kennis en ervaring niet verloren gaan, maar juist op een gestructureerde manier worden doorgegeven.

Waarom coaching en buddy-programma’s echt werken

Gelijke kansen voor iedereen – Iedereen krijgt de kans om zich professioneel en persoonlijk te ontwikkelen.
Meer inclusie en samenwerking – Collega’s leren elkaar beter kennen, waardoor vooroordelen verminderen.
Sterkere teams en betere prestaties – Diversiteit wordt een motor voor creativiteit en innovatie.
Veilige en ondersteunende werkomgeving – Medewerkers voelen zich gewaardeerd en gesteund.
Meer werkplezier en betrokkenheid – Een inclusieve cultuur zorgt voor meer motivatie en samenwerking.
Optimale kennisoverdracht – De samenwerking tussen junior en senior medewerkers zorgt voor een rijke leeromgeving waarin ervaring en vernieuwing samenkomen.
Een toekomstbestendige organisatie – Door generaties met elkaar te verbinden, wordt de continuïteit van de organisatie versterkt en kennis effectief overgedragen.

Praktische toepassing: Het Buddy-Model

Een buddy-programma biedt een laagdrempelige manier om medewerkers met elkaar te verbinden:

Mentor-buddy: Een ervaren medewerker helpt een collega groeien in zijn of haar carrière.

Culturele buddy: Medewerkers met verschillende achtergronden delen ervaringen en leren van elkaars perspectieven.

Carrièrebuddy: Medewerkers ondersteunen elkaar bij professionele ontwikkeling en groei.

Generatiebuddy: Juniore en seniore medewerkers worden aan elkaar gekoppeld voor wederzijdse kennisuitwisseling en begeleiding.

Door coaching, mentorschap en intergenerationele samenwerking bewust in te zetten, bouwen we samen aan een organisatie waarin verschillen niet verdelen, maar juist verbinden. Zo zetten we een nieuwe stap richting een inclusieve en toekomstbestendige werkomgeving waarin iedereen zich optimaal kan ontwikkelen en bijdragen aan het succes van de organisatie.

Uw kans om deel te nemen als coachee…

Speciaal voor geïnteresseerde lezers bied ik de mogelijkheid aan voor twee mensen om als coachee deel te nemen aan een coachingtraject. Het bestaat uit acht coachinggesprekken plus een evaluatiegesprek tijdens de formele opleiding voor coach voor directeuren bij InterCoach (Rijksorganisatie Ontwikkeling, Digitalisering en Innovatie). Indien u interesse heeft dan kunt u zich melden via richard@raats.nl. Schrijf een korte motivatie waarom u wenst deel te nemen en probeer voor uzelf een coaching vraag te formuleren. Inschrijvingen dienen uiterlijk 1 april 2025 binnen te zijn. Selectie voor deelname vindt plaats op basis van uw persoonlijke motivatie en uw coachingvraagstuk. De definitieve toewijzing van een coach binnen het opleidingstraject gebeurt door de organisatie. Kijk voor meer informatie zeker even op de website van InterCoach. Of beluister een van podcasts.

Van welke groep(en) maak jij onderdeel uit? Het is een van de cruciale vragen wanneer we onderzoek doen naar diversiteit. Zeker in de Westerse wereld zijn we sterk geneigd om mensen in standaard hokjes te plaatsen om vergelijkingen te kunnen maken. Vanuit studie, ervaring en onderzoek ben ik er allang achter dat diversiteit in vele facetten niet leidt tot een “eenheidsworst” die iedereen smaakt. Met andere woorden: het is onmogelijk om het voor iedereen goed te doen bij het vaststellen van feiten, laat staan bij het trekken van integrale conclusies over maatschappelijke problematiek. In dit blog tracht ik dieper in te gaan op de verschillende perspectieven op normen en waarden binnen de culturele diversiteit in Nederland.

De rol van veiligheid en vertrouwen in diversiteit

Recentelijk woonde ik een bijeenkomst bij waarin uitgebreid werd gesproken over hoe een werkomgeving zodanig ingericht kan worden dat iedereen, ongeacht achtergrond of persoonlijke overtuigingen, zich veilig en vertrouwd voelt. Een van de belangrijkste inzichten die ik tijdens deze bijeenkomst opdeed, was dat niemand exact hetzelfde is, voelt of zelfs kan voelen. Gelukkig maar, want de erkenning dat ieder mens een individu is en zich als zodanig mag gedragen, vormt een essentieel fundament van onze samenleving.

Wanneer we kijken naar de kern van dit blog – veiligheid en vertrouwen – en de onderwerpen waar ik onderzoek naar doe, zoals diversiteit in culturele waarden en groepsdynamiek in relatie tot individueel gedrag, komen we al snel bij de complexiteit van het ‘samen leven’ in een Westerse samenleving. Om een onderzoek academisch te onderbouwen, moeten serieuze kaders worden gehanteerd met betrekking tot format, indeling en randvoorwaarden om tot interpreteerbare informatie te komen. Dit is echter een uitdaging, omdat ik, net als velen in dit onderzoeksveld, stuit op ethische dilemma’s die nieuwe vraagstukken oproepen.

Hokjes denken versus individuele benadering

De onderzoeksvragen die ik mijzelf heb gesteld, kunnen zonder “inzet van de hokjesgeest” nauwelijks worden beantwoord. Hier ligt echter mijn dilemma: ik wil géén beoordeling op basis van groepsindeling, maar wél de integrale problematiek blootleggen, zodat deze vanuit een individueel perspectief kan worden opgelost. Zou het überhaupt mogelijk zijn om maatschappelijke problematiek, zoals polarisatie, op een meer individuele manier aan te pakken?

Deze ogenschijnlijk eenvoudige vraag blijkt complex. Dit komt omdat we, om tot een goed begrip van diversiteit te komen, niet alleen moeten kijken naar de samenleving als geheel, maar ook naar de intrinsieke waarden van de mens. Denk aan genetische factoren, opvoeding (of het gebrek daaraan) en genoten opleiding(en), die gezamenlijk bijdragen aan iemands persoonlijke referentiekader. En dat is nog zonder de invloed van culturele en religieuze normen en waarden in beschouwing te nemen.

Identiteit en de veelheid aan rollen

De cruciale vraag – “Van welke groep(en) maak jij onderdeel uit?” – vormt de kern van het denken over diversiteit. Ik neem mijzelf als voorbeeld: als witte man van 58 jaar ben ik vader van vier kinderen, opa van drie kleinkinderen, partner van een geweldige vrouw, zoon van een lieve moeder, oudere broer van een zusje en een broertje. Daarnaast ben ik gepassioneerd scheidsrechter, gedreven werknemer, enthousiaste ondernemer en betrokken mantelzorger.

Op basis van deze opsomming behoor ik tot tal van groepen: vaders, opa’s, scheidsrechters, werknemers, ondernemers, senioren (55+), mantelzorgers, enzovoorts. Als we daar politieke of religieuze oriëntaties aan toevoegen, wordt het nog complexer. Maar is de mening van de groep altijd mijn mening? Kan ik mij als individu wel volledig identificeren met de denkbeelden van de ene groep waarin ik mij bevind, terwijl ik tegelijkertijd andere perspectieven huldig binnen een andere groep?

Als je hier lang over nadenkt, zul je merken dat dit leidt tot een identiteitsdilemma. Het probleem ligt in de manier waarop onze samenleving is ingericht: we leren al van jongs af aan in hokjes te denken. Dit biedt houvast, maar beperkt ons tegelijkertijd in onze visie op diversiteit.

De paradox van diversiteit: zichtbaar versus onzichtbaar

Echte inclusiviteit zou betekenen dat we voorbij de uiterlijke verschillen kijken. Kleurenblind zijn in de zin dat we iemands huidskleur, geslacht of afkomst niet als bepalend zien voor zijn of haar waarde in de samenleving, blijkt echter een utopie. We leven immers in een wereld waar discriminatie, vooroordelen en stereotypen nog steeds een grote rol spelen. Maar als we te veel nadruk leggen op deze verschillen, voeden we indirect de polarisatie die we juist willen tegengaan. Deze paradox is zichtbaar in tal van maatschappelijke discussies: van quota voor diversiteit op de werkvloer tot debatten over culturele toe-eigening. Waar ligt de balans tussen erkennen van verschillen en streven naar een gezamenlijke identiteit? En in hoeverre dragen deze initiatieven werkelijk bij aan een inclusieve samenleving?

Een nieuw perspectief op diversiteit

Wat betekent het dan om diversiteit écht te omarmen? Het vereist een fundamentele verandering in hoe we naar mensen kijken. In plaats van te focussen op de verschillen die ons verdelen, zouden we moeten kijken naar de menselijke gedeelde ervaring. Veiligheid en vertrouwen in een werkomgeving of samenleving worden niet bereikt door rigide categorieën, maar door een diepgeworteld respect voor het individu. Om dit te bereiken, moeten we ons bewust worden van onze eigen vooroordelen en de structuren die deze in stand houden. Dit begint bij het onderwijs: minder nadruk op indelingen, meer op gedeelde waarden en menselijkheid. Het vereist ook een andere benadering in beleidsvorming: minder statistieken en doelgroepen, meer maatwerk en erkenning van individuele behoeften.

Conclusie: diversiteit zonder verdeeldheid

Welke conclusies ik uiteindelijk uit mijn onderzoek kan en mag trekken, zal de tijd leren. Eén ding is echter al duidelijk: een veilige en vertrouwde werkomgeving en samenleving kan alleen worden bereikt als we de mens als individu centraal stellen. Groepsindelingen en de daarmee gepaard gaande groepsbeoordelingen dragen bij aan polarisatie, terwijl een focus op de individuele ervaring juist kan helpen om bruggen te slaan. Diversiteit is geen kwestie van verschillen benadrukken, maar van het durven loslaten van die verschillen als bepalende factor. Want pas wanneer we voorbij de labels kijken, ontstaat er ruimte voor echte verbinding.


Referenties / Onderbouwingen

Mijn tekst over diversiteit en het vermijden van hokjesdenken wordt ondersteund door diverse academische onderzoeken en literatuur. Hieronder worden enkele relevante studies en bevindingen besproken die de kernpunten van mijn betoog onderbouwen.

Diversiteit en Sociale Cohesie

Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) heeft in de verkenning “Samen verschillend” (2024) uitgebreid onderzoek gedaan naar de relatie tussen diversiteit en sociale cohesie in Nederland. Deze studie analyseerde ongeveer 140 wetenschappelijke onderzoeken en voerde een eigen empirisch onderzoek uit in 11.000 Nederlandse buurten over de periode 2012-2020. De bevindingen suggereren dat in buurten met een hoge mate van etnische diversiteit de sociale cohesie soms onder druk kan staan, maar dat dit sterk afhankelijk is van contextuele factoren en niet louter aan diversiteit zelf kan worden toegeschreven. (Link naar SCP)

Polarisatie en Groepsdynamiek

In het rapport “Theorieën en aanpakken van polarisatie” (2018) van het Kennisplatform Integratie & Samenleving (KIS) wordt polarisatie gedefinieerd als “de verscherping van tegenstellingen tussen groepen in de samenleving die kan resulteren in spanningen en segregatie”. Het rapport benadrukt dat polarisatie niet alleen ontstaat door verschillen tussen groepen, maar ook door de manier waarop deze verschillen worden benaderd en besproken in de samenleving. Een focus op individuele benaderingen en het vermijden van stereotype groepsindelingen kan bijdragen aan het verminderen van polarisatie. (Link naar KIS)

Individuele Benadering en Inclusie

Het essay “Inclusie en diversiteit: Wat, waarom en hoe?” van Movisie (2021) benadrukt het belang van een inclusieve benadering die verder gaat dan het simpelweg categoriseren van individuen op basis van groepskenmerken. Het essay stelt dat echte inclusie wordt bereikt door aandacht te hebben voor individuele verschillen en het creëren van een omgeving waarin iedereen zich gewaardeerd en gerespecteerd voelt, ongeacht achtergrond. (Link naar Movisie)

Stereotypering en Beeldvorming

Onderzoekers van de Universiteit Utrecht hebben een factsheet gepubliceerd over stereotype beeldvorming bij verschillende groepen. Deze factsheet toont aan dat er significante verschillen bestaan in hoe groepen worden waargenomen binnen organisaties en de bredere samenleving. Het doorbreken van deze stereotypen door een focus op individuele kwaliteiten en het vermijden van hokjesdenken kan bijdragen aan een inclusievere omgeving. (Link naar Nederlandse Inclusiviteitsmonitor)

Etnische Diversiteit en Sociaal Vertrouwen

Een studie uitgevoerd door het SCP analyseerde gegevens van 61.127 mensen in meer dan 11.000 Nederlandse buurten over de periode 2012-2020. De resultaten toonden aan dat etnische diversiteit in sommige gevallen geassocieerd is met lager sociaal vertrouwen, maar dat deze relatie complex is en beïnvloed wordt door factoren zoals de frequentie en kwaliteit van interpersoonlijk contact. Dit suggereert dat het bevorderen van positieve individuele interacties essentieel is voor het versterken van sociaal vertrouwen in diverse gemeenschappen. (Link naar SCP)

Conclusie

De besproken literatuur ondersteunt de stelling dat het vermijden van rigide groepsindelingen en het omarmen van een individuele benadering cruciaal zijn voor het bevorderen van sociale cohesie en het verminderen van polarisatie. Door aandacht te hebben voor persoonlijke ervaringen en kwaliteiten, en door stereotypen en hokjesdenken te vermijden, kan een inclusievere en meer harmonieuze samenleving worden gerealiseerd.