“Be the change you wish to see in the world!” (Ghandi). Deze quote heeft eigenlijk alles in zich dat de kern vormt van verandering, namelijk het redeneren vanuit het centrale punt van het leven. Je kunt het zien vanuit het perspectief van de organisatie, de klanten, de medewerkers, de leveranciers doch altijd geldt het belang van de mens als het centrale punt in de ecologie & besluitvorming. Wij zijn als mens de grondvesten van verandering en zorgen gezamenlijk voor impact!

Alvorens we deze denkwijze kunnen loslaten op de verschillende facetten van verandering, is het belangrijk om de klokken gelijk te zetten qua denken. Een van de manieren om te komen tot koersbepaling van een organisatie is dat je met elkaar moet vaststellen waartoe de organisatie op aard is. En nog belangrijker om de basis van het bestaansrecht te bepalen en begrijpen. Deze fase is van essentieel belang omdat de uitgangspunten van de organisatie, de doelgroep van klanten, de expertise van mensen en last-but-not-least de missie van het management duidelijk moeten zijn of worden.
We lopen de verschillende genoemde elementen eens langs om voor onszelf te kunnen bepalen of en zo ja waar, veranderingen uit kunnen bestaan. Of is de organisatie al voorbereid op de toekomst en zit ‘het continu veranderen al in de genen?’ Laat ik helder zijn, en ongetwijfeld zijn vele mensen in het vakgebied Transformatie met mij eens, ‘de enige constante in het leven is verandering’ (Einstein). Ongeacht op welk vlak van bedrijfsvoering je gaat kijken, geen enkel element van de organisatie kun je in standhouden zonder er met regelmaat kritisch naar te kijken of morgen nog steeds relevant is aan wat we heden ten dage aan het doen zijn. De veranderingen in de wereld maken dat we continu serieus moeten kijken naar de ontwikkelingen die op ons afkomen als organisatie, en als mens.
Het is daarom van belang om hiervoor als organisatie slimme methodieken in te zetten als Lean en Agile om kort-cyclisch continu veranderen mogelijk te maken. Echter! Echter is het uitermate belangrijk om dit wel vanuit het hoogste perspectief van ‘waardevermeerdering’ te blijven bepalen. De Japanse bedrijfscultuur is niet voor niets succesvol te noemen. Daar wordt altijd eerst het hoogstgelegen doel bepaald. “Wat voegt onze organisatie toe aan het leven op lang termijn?” Het klinkt vreemd als je weet dat hiervoor een termijn van 50 jaar wordt benut. Het klinkt als een contradictio in terminis om een horizon te schetsen op 50 jaar als organisatie, maar daarentegen op dag dagelijkse basis kort-cyclisch te acteren. Hier wordt echter door de Japanners een duidelijke basis gelegd voor duurzaamheid en het ecologische stelsel dat onze wereld nodig heeft om te blijven bestaan. Om mensen uitzicht te geven op een toekomst, op een visie, op kansen en uitdagingen, maar nog meer om te zorgen dat veranderingen in de dagelijkse structuur mogelijk is, zolang je maar naar de horizon kijkt.

De horizon (lees: grondvesten) van iedere organisatie moet gebaseerd zijn op de ‘waardevermeerdering’! Het verschil van uitvoering zit in het feit op welk specifiek vlak – sociaal of economisch – men deze vermeerdering van waarde wenst te realiseren. Het model van Tracy & Wiersma – Customer Intimacy, Product Leadership en Operational Excellence – wordt in vele managementopleidingen gebruikt om inzicht te geven aan de basis voor de besturing en focus van een organisatie. In combinatie met de methodieken van Lean, met name het gebruik van de X-Matrix en A3, is de scherpte aan te brengen bij het management om duidelijkheid te zijn over de wenselijke koers en de executie, inclusief de noodzakelijke Key Performance Index (KPI’s) of Targets To Improve (TTI’s). Het zijn de onmisbare factoren voor succesvol uitvoeren van transformaties!

Wanneer we de voorgaande tekst daadwerkelijk echt op ons laten inwerken. Dan wordt het langzaam duidelijk dat innovatieve technieken leiden tot technologische ontwikkelingen die voor een substantiele waardevermeerdering kunnen zorgen en realisatie van de horizon. We kunnen nimmer spreken van vervangen van de mens, of overbodig maken van de mens, maar wel van het verbeteren van de levenskwaliteit van de mens. Door onveilige, saaie en repeterende activiteiten te standaardiseren en automatiseren. Het betekent een verschuiving van de kerntaken van de mens in het arbeidsproces. Maar ook het verbeteren van de kwaliteit van het leven door een betere werk-privébalans te faciliteren. En hier komt de horizon en de dagelijkse gang van zaken weer in lijn met elkaar. Kortom, kort-cyclisch denken mag. Zelfs als dat gericht is op korttermijn realisatie van economische doelstellingen, tenzij je het hoogste doel uit het oog verliest, namelijk “Welke waarde voeg je als organisatie, medewerkers, klanten, mensen gezamenlijk via ecologisch stelsel toe aan de wereld?”
De mens staat centraal in onze wereld! Als we beseffen dat de mens op aarde een grote relevantie heeft, waarom kijken vele organisaties dan helaas zo kortzichtig naar de belangrijkste factor van een organisatie, namelijk dé mens! Als consument is dé mens waarop gericht wordt om tot waardevermeerdering te komen, maar in de organisatie (in de rol van medewerker) wordt de mens gezien als een serieuze kostenpost. Hoe bizar is dit eigenlijk? Mijn persoonlijke mening is dat het een cultureel aspect is om in een organisatie te kijken naar de mens als kostenpost. In plaats van dat er expliciet wordt gekeken naar hoe dé mens, in de rol van medewerker, een substantiele bijdrage kan leveren aan de waardevermeerdering. En daarmee aan het hogere gelegen doel van de organisatie, “Wat voegen wij daadwerkelijk toe aan de wereld?”

Hiervoor moet je telkens inzicht hebben in de doelstellingen en focus van de organisatie. Om continu kort-cyclisch te kunnen bepalen of de bestaande kwaliteit en kwantiteit van expertise (en de ontwikkeling daarvan) past bij het realiseren van de doelstellingen en veranderende vraagstellingen van klanten. Het is een typisch “Yin Yang” effect om te bepalen of je een bepaald product, dienst, project, activiteit etc. kan/wil uitvoeren ter vermeerdering van de waarde versus heb ik de expertise in huis of ontwikkelen wij de expertise of betrek ik deze extern? Alleen op deze wijze krijg je het balans zuiver tussen opbrengsten/uitgaven, tussen baten/lasten, tussen profit/lost, om de keuze weloverwogen te maken voor waardebepaling.
Het ‘Wat’ is nu bij iedereen wel duidelijk. De wijze van denken over het ‘Hoe’ volgens mij ook wel. Maar om te komen tot daadwerkelijke executie hiervan moet je in detail duiken. Dan moet je weten welke persoonlijke kenmerken als kennis, kunde en kwaliteit – bestaande uit competenties, vaardigheden, vakkennis, ambitie en passie huist er binnen de organisatie. Is dat objectief dagelijks realtime inzichtelijk op managementniveau? Dit onderwerp ‘inzicht in kwaliteit’ heeft al meerdere jaren mijn speciale aandacht, omdat dé mens centraal staat. Het antwoord van vele organisaties op de vraag “Hoe goed is jouw inzicht?” komt steevast het ultieme standaardantwoord “Ja, wij weten precies wat we in huis hebben!” Maar is dat zo? Beschik je als organisatie over een realtime objectief overzicht van ‘Wat heb ik? En wat heb ik nodig? Vandaag, morgen, overmorgen en in de toekomst?’

In dit blog heb ik een duidelijke mening over transformatie van organisaties, de stap naar continu veranderen en het belang van het hanteren van een hogere gelegen doelstelling. Het optimaliseren van een organisatie door toepassing van flexibilisering van de uitvoering van arbeid door expliciet in detail te kijken naar dé mens en mogelijkheden. De methodiek SMAK® (Stimuleren, Motiveren, Activeren en Kwantificeren) die ik in de afgelopen tien jaar heb ontwikkeld en toegepast, is samen met daarvoor specifiek – door een Nederlandse High-Potential Tech Start-Up – ontwikkelt innovatief platform inmiddels volledig beschikbaar om transformaties van organisaties te begeleiden. Het is de ultieme combinatie van het inzetten van dé mens en techniek om te zorgen dat onze wereld ook in de toekomst voor onze (klein)kinderen blijft bestaan!
Wanneer durf jij als organisatie, als mens de wereld een stevige SMAK® te geven? Meer informatie? Stuur mij dan gerust een reactie!
Dan wordt het automatisch erg complex. Althans als je niet duidelijk bent in wat je wilt bereiken als organisatie, en hoe je meent daar te gaan komen, inclusief wat de verwachtingen zijn ten aanzien van medewerkers, opdrachtgevers en leveranciers.
Als dat duidelijk is, dan is er helemaal geen discussie over de aanwezige commerciële en financiële belangen. Iedereen beseft dat inkoop “veel voor weinig wenst te krijgen” en verkoop “weinig voor veel wenst te geven”. Het is de natuurwet van commercie om bestaansrecht te geven aan een organisatie. Veel interessanter is het om te kijken hoe je leveranciers positief kan stimuleren om groei in de waardeketen te bewerkstelligen. Groei in de vorm van optimalisatie en innovatie van de te leveren diensten (en/of producten) waardoor afnemers van de diensten weer zijn of haar diensten kan verbeteren of efficiënter kan aanbieden. We spreken niets voor niets van een waardeketen. Iedereen in de keten heeft een functie, zonder elkaar kun je niet! Het inzicht hebben in waar de verbeteringen moeten plaatsvinden is dus belangrijk. In het boek ‘

























De ICO’s vlogen de grond uit alsof het geld daadwerkelijk zelf kan worden gezaaid en snel worden geoogst. Het Wilde Westen lijkt te zijn aangebroken. Mensen zijn volop aan het digitaal mijnen begonnen. Vanwege de lage stroomkosten in Nederland zijn er zelfs door internationale organisaties nieuwe datacenters opgezet alleen gericht op het hosten van ‘mining in par crypto currency machines’. De financiele wereld kijkt met argusogen wat er allemaal staat te gebeuren, want hoe hoger de acceptatie gaat worden van de cryptocurrency in het reguliere betalingsverkeer, hoe hoger de disruptie gaat worden. Mijn voorspelling is dat we in de komende decennia langzaam toegaan naar een wereld waar ‘internationale ruilhandel’, begeleidt door en uitgevoerd met een of meerdere cryptocurrencies, wel eens voor verstoring van het bestaande kapitalistische systeem kan gaan zorgen. In welke vorm exact moet zich gaan aantonen, maar dat de anonimiteit van persoonlijk of bedrijfsmatig bezit een ware ‘game-changer’ is, dat is wel duidelijk gezien ook de paniek die er heerst bij de banken.
Of we nu afspreken dat het bestaand geld is of een andere vorm van waardering van de waarde van hetgeen je wilt verkrijgen, het gaat om het uitwisselen van de ‘handel’ tussen bedrijven en bedrijven (B2B) of bedrijven en consumenten (B2C). Er zijn inmiddels al bedrijven waar je kunt betalen met alternatieve middelen als cryptocurrency. Weliswaar zijn dit bedrijven die riciso’s durven te nemen gelet op de koerswisselingen. Maar als de volwassenheid van de cryptocurrency gaat toenemen en zowel bedrijven als consumenten massaal de ICO’s accepteren dan groeit de nieuwe ecologie snel. De nieuwe vorm van ‘ruilhandel’ is dan een feit!
We kunnen onze ‘know-how’ over handeldrijven, gecombineerd met deze nieuwe technologie inzetten om vast gelopen bedrijfsprocessen weer op gang te krijgen. In de komende jaren is veel kennis nodig om bedrijven (lees: en ook overheden) te helpen omvormen van traditionele organisaties naar moderne bedrijven. ‘Lean and Mean’ bedrijfsvoering is waar het om gaat draaien. Het gebruik van kleine innovatieve technologische oplossingen als modulaire bouwblokken, in plaats van grote trajecten voor veranderingen, gaat serieus een plek innemen in de toekomstige ruilhandel.
De diverse universiteiten en hogescholen in Nederland brengen regelmatig studenten voort die op specifieke gebieden geweldige oplossingen bedenken en tot uitvoering in (digitale) prototypes weten te brengen. Het bewustzijn moet nu gaan ontstaan dat technologische oplossingen zich in de verschillende sectoren moeten gaan nestelen. Ja, IT is ook een sector, maar door te denken vanuit de andere sectoren als land- en tuinbouw, energie- en klimaat en mobiliteit, en IT te zien als een ware ‘enabler’, pas dan start de echte Digitale Revolutie.
Van het stroomlijnen van Europese en Nederlandse subsidieregelingen ten gunste van technologische ontwikkelingen, tot het stimuleren van pilots om prototypes van startup’s te testen in realistische omgevingen. De overheden moeten de krachten gaan bundelen en samen met onderwijs en bedrijfsleven zich gaan richten op innovatie vanuit Nederland, in plaats van elkaar de loef willen afsteken. Wil je als Nederland echt innovatief zijn en op het wereldwijde toneel meespelen, dan moet er serieus worden gestopt met het op diverse plekken investeren in soortgelijke oplossingen. Bundel de krachten, treedt op als kenniscentra voor financiering, durf ‘launcing customer’ te zijn en deel de kennis vanuit het perspectief van de sectoren op basis van bedrijfsoplossingen in plaats van het bieden van IT-oplossingen. Als rechtgeaarde IT’er durf ik echt te zeggen dat IT een belangrijke sector is, maar in een matrix gezien een horizontale as is ten opzichte van alle andere sectoren waar we dagelijks het geld in moeten verdienen.
Daarvoor moet je groot kunnen denken, maar klein kunnen handelen. Sommige gebruiken graag de woorden ‘Scrum’ en ‘Agile’, echter gaat het in mijn ogen om ‘het zien van het grotere plaatje terwijl je kleine stappen neemt’. Ondanks alle initiatieven vanuit de overheden genomen, heeft Nederland niet één centrale spil, waar alle krachten worden gebundeld, subsidiestromen worden gereguleerd, intellectuele eigendommen worden bewaakt, private en maatschappelijke financiering wordt gestimuleerd en innovatie over de volle breedte van de diverse sectoren waar Nederland sterk in is wordt gepromoot! Daar ligt in de komende jaren een ware taak voor de overheden om dat te gaan realiseren.
Of en wanneer het masterplan ‘Start Now!’ daadwerkelijk tot zijn recht gaat komen is nog niet duidelijk, maar dat we onze Nederlandse talenten moeten gaan inzetten om economisch stimulans te geven is wel duidelijk! Het masterplan is in hoofdlijnen geschreven, wordt op sommige vlakken al deels uitgevoerd en biedt Nederlandse startup’s, het bedrijfsleven, de universiteiten, de onderwijsinstellingen en zeker ook de overheden kansen genoeg op het ‘produceren’ van innovatie oplossingen van Nederlandse bodem met een sterk internationaal karakter. De schouders moeten er gezamenlijk onder nu!
Het idee daarbij is wel dat bedrijven nog erg moeten gaan wennen aan het “delen” van de kennis van een arbeidskracht met andere opdrachtgevers. De traditionele denkwijze over arbeidscontracten is allang van de baan. Er worden veel te weinig “vaste” arbeidscontracten meer gegeven, maar men wenst wel de loyaliteit van de mensen. De stap om serieus over flexibilisering van arbeidskrachten na te denken wordt echter niet gezet. De reden is eenvoudig want bedrijven zijn angstig dat parttime IT-experts kennis meenemen om elders te gebruiken. De vraag: “Wie heeft de kennis?” wordt echter niet gesteld. Bedrijven plaatsen zich daarmee in een lastig pakket, want de kennis ligt over het algemeen bij de IT-expert zelf, en kan daardoor alleen afstand doen van het gemaakte product, maar nimmer van zijn kennis. Ook hier ligt de oplossing direct voor onze voeten. Ontwikkelingen van technologische oplossingen kunnen tegenwoordig relatief eenvoudig worden gemoduleerd. Hierdoor heeft één expert niet meer alle kennis over het grotere geheel, maar wordt alleen ingezet op één of twee specifieke gebieden. Er zijn al genoeg tech organisaties die op zo’n modulaire Lean IT wijze (combinatie van scrum en agile) werken. Alleen de gemiddelde Corporate of zelfs MKB bedrijf vindt dit nog uitermate lastig. Zij hebben liever de IT-expert volledig “in de eigen hand”.
Nu zitten regelmatig IT-experts te “nietsen” omdat zij moeten wachten op andere expertise-gebieden (ontwerpen, testen, etc.). In de tussentijd zouden zij rustig een andere opdracht kunnen uitvoeren, precies waar de aanwezige kennis voor benodigd is. Het is zelf zeer kosten efficiënt als meer op een dergelijke wijze gewerkt gaat worden. Voor IT-experts biedt het nog meer voordelen om zo flexibel te kunnen werken. Zij krijgen de kans om aan meerdere projecten tegelijk te werken waardoor de ervaring substantieel wordt vergroot. Of IT-experts nou als zelfstandig werken of meerdere part timecontracten hebben, het gaat om het verbonden zijn aan meerdere projecten, of organisaties, of werkzaamheden.








Wat maakt nu dat bestuurders, uitvoerenden en adviseurs op één lijn komen bij het opstellen en uitvoeren van (noodzakelijke) veranderingen? Om flexibiliteit te volle te verkrijgen in de bedrijfsvoering, zodat inspelen op snelle marktwerking en innovatieve technologische ontwikkelingen mogelijk worden, is teamwork en het inzetten van de juiste expertise voor de uit te voeren arbeid dé sleutel. Het draait om het op de juiste tijd, de juiste dingen (laten) doen met de juiste expertise. Geldt een dergelijke denkwijze alleen voor uitvoerende arbeidskrachten? Volmondig is het antwoord “Nee!”. Juist door het ‘Lean’ proces gezamenlijk door te lopen, ontstaat een duidelijke richting voor de organisatie, draagvlak om veranderingen door te voeren. Maar nog belangrijker, de intrinsieke kracht bij alle medewerkers om continu te blijven kijken naar serieuze invloeden van zowel ‘kansen’ als ‘uitdagingen’ vanuit interne of externe ontwikkelingen.
Het inspireren van medewerkers om ook ‘buiten de comfort-zone’ te durven denken, is een kracht die menig leidinggevende nog verder kan ontwikkelen. Concreet constateer ik zelf in de lopende verandertrajecten, dat de succesfactor grotendeels wordt bepaald door de som van de ‘Egotiviteit’ van alle betrokkenen. Hoe hoger deze waarde, hoe groter de kans op succesvol en blijvend veranderen.