Archief voor de ‘Algemeen’ Categorie

Lean, een magisch woord voor vele adviseurs. Een aantrekkelijk alternatief voor een nostalgische werkwijze om veranderingen doorgevoerd te krijgen volgens bestuurders. En op de werkvloer? Daar wordt het vaak ervaren als ‘weer een nieuwe methodiek’ die ons gaat belasten met extra activiteiten. “We hebben het al zo druk!” is een veel gehoorde klacht vanaf de werkvloer.

Het principe ‘De enige constante in het leven is verandering!’ houdt in dat er geen dag hetzelfde is. De technologische ontwikkelingen gaan in zo’n sneltreinvaart, dat het in bedrijfsvoering vraagt om een sterke flexibiliteit en aanpassingsvermogen. Het vaststellen van (visionaire) doelstellingen op de lange termijn zijn uiteraard zeer relevant. De vraag “Waartoe zijn wij op aarde?” moet een organisatie zich eigenlijk continu blijven afvragen. In de vertaling van de visie naar de strategie is het noodzakelijk om de relatie naar de kort termijn (strategische) doelstellingen helder te krijgen. “Wat betekent het voor de dagelijkse activiteiten?” is de vraag waar het om draait als je in moet spelen op veranderingen buiten de eigen invloedssfeer. Een goede gedragen ‘X-matrix‘ is dus onontbeerlijk!

Fibonacci X-Matrix

In termen van ‘Lean’ gaat het om het creëren van ‘Doorbraken’ (lang termijn), vaststellen van ‘Jaardoelen’ (kort termijn) en acties bepalen die bijdragen aan de vastgestelde doorbraken en jaardoelen. In een matrix gezien is het vierde element de SMART-geformuleerde doelen om te verbeteren (Targets To Improve). Of ook wel de hedendaagse KPI’s genoemd. Het begeleiden van het proces om te komen tot een goede overzichtelijke matrix is op zich niet complex. De crux zit in het feit dat ‘Hedendaagse problemen nimmer worden opgelost, met de denkwijze die de problemen hebben veroorzaakt!’. Het verdient dan ook de aanbeveling om zo’n proces te laten begeleiden door een goed getrainde Lean expert. Een (Master) Black Belt is bij uitstek zo’n professional die de bedrijfsleiding daarin kan begeleiden. De Lean methodiek beschikt over bewezen middelen zoals X-matrix, A3 verbeterplan, Value Stram Mapping, Target Letters en meer om te komen tot de ‘Doorbraken’, ‘Jaardoelen’, ‘Verbetervoorstellen’ en ‘Targets-To-Improve’. Uitgaande van de X-matrix op één A4 en verbetervoorstellen op één A3 en Target Letters (Project brieven) op één A4, maakt het ook realistisch om tot uitvoering te komen. Het werken met one-page-views werkt duidelijk beter dan ‘dikke documenten’.

Strength Of ChangeWat maakt nu dat bestuurders, uitvoerenden en adviseurs op één lijn komen bij het opstellen en uitvoeren van (noodzakelijke) veranderingen? Om flexibiliteit te volle te verkrijgen in de bedrijfsvoering, zodat inspelen op snelle marktwerking en innovatieve technologische ontwikkelingen mogelijk worden, is teamwork en het inzetten van de juiste expertise voor de uit te voeren arbeid dé sleutel. Het draait om het op de juiste tijd, de juiste dingen (laten) doen met de juiste expertise. Geldt een dergelijke denkwijze alleen voor uitvoerende arbeidskrachten? Volmondig is het antwoord “Nee!”. Juist door het ‘Lean’ proces gezamenlijk door te lopen, ontstaat een duidelijke richting voor de organisatie, draagvlak om veranderingen door te voeren. Maar nog belangrijker, de intrinsieke kracht bij alle medewerkers om continu te blijven kijken naar serieuze invloeden van zowel ‘kansen’ als ‘uitdagingen’ vanuit interne of externe ontwikkelingen.

Het klinkt als een ‘praktisch’ proces om te komen tot structurele veranderingen. Een essentieel onderdeel bij veranderingen is de (bedrijfs)cultuur. De menselijke factor bepaalt bij het daadwerkelijk uitvoeren van veranderingen het succes. Oog hebben voor het zelfbewustzijn van de medewerkers is niet altijd eenvoudig. In mijn uitwerking van Egotiviteit komt uitgebreid aan de orde hoe het (zelf)bewustzijn zodanig wordt gestimuleerd, dat men de verandering voelt, ervaart en ondersteunt. Een hoge ‘Egotiviteit’ zorgt bij veranderingen voor een gegarandeerd succes! De Masterclass ‘Egotiviteit bij veranderprocessen‘ geeft meer inzicht in ‘Hoe krijg je mensen mee in veranderingen?’. Eigenlijk is het geen keuze meer! Alleen de ‘spreadsheet methode’ bij veranderingen benutten biedt allang geen oplossing meer. Het ‘top-down’ veranderen werkt niet meer in de huidige tijd. Medewerkers zijn al veel mondiger dan tien jaar geleden. Een directieve leidinggevende stijl werkt in een gemiddelde organisatie niet. Van bedrijfsleiding wordt meer gevraagd tegenwoordig dan ‘de baas zijn’. Leiderschap: Baas versus LeiderHet inspireren van medewerkers om ook ‘buiten de comfort-zone’ te durven denken, is een kracht die menig leidinggevende nog verder kan ontwikkelen. Concreet constateer ik zelf in de lopende verandertrajecten, dat de succesfactor grotendeels wordt bepaald door de som van de ‘Egotiviteit’ van alle betrokkenen. Hoe hoger deze waarde, hoe groter de kans op succesvol en blijvend veranderen.

In de dagelijkse praktijk ben ik in de gelukkige omstandigheid om ‘Lean’, samen met de door mij beschreven ‘Egotiviteit’, toe te passen. De eerste successen binnen mijn werkomgeving tekenen zich al af. Stap voor stap stijgt het zelfbewustzijn bij alle betrokkenen. Veranderingen worden niet meer gezien als een ‘bedreiging’, maar eerder als ‘kansen’ (op alle niveaus). Op de vraag ‘Hoe kunnen wij dit zelf in gang zetten?’ ga ik de komende maanden antwoord geven d.m.v. het behandelen van een telkens op zichzelf staande casus. Een aantal vragen heb ik al gekregen, echter vanuit mijn rol in de dagelijkse praktijk en vertrouwelijkheid van opereren binnen de organisaties waar ik werk, moet ik de casus eerst ‘neutraliseren’. Dit betekent zoveel als dat geen enkel bedrijf haar kwetsbaarheden wenst vrij te geven uit het oogpunt van concurrentie, van (publieke) gevoeligheid of organisatorische onrust. De medewerking is gelukkig groot om binnen discrete kaders toch vrij te kunnen schrijven over het met behulp van nieuwe en bewezen methodieken als bijvoorbeeld ‘Lean’, ‘Agile’, ‘Prince2’ en ‘Scrum’ ten uitvoer (laten) brengen van ‘veranderprocessen’.

Advertenties

Het is een gewone maandagochtend als het scholencomplex langzaam volstroomt met fietsende leerlingen. Bewust schrijf ik scholencomplex omdat de samensmelting tot leerfabrieken in een ver gevorderd stadium is. Op zo’n complex tref je tegenwoordig meerdere gebouwen aan waar verschillende niveaus van onderwijs wordt verzorgd. De voordelen van het bij elkaar brengen van het onderwijs zijn legio volgens kenners. Voor leerlingen moet het niet uitmaken want ondanks je onder de vlag van één scholengemeenschap valt, volg je gewoon het onderwijs van jouw niveau in één gebouw. So far, so good zou je denken.

Voor docenten ligt het zeker iets anders! Je bent onderdeel geworden van een groter geheel als je werkzaam bent in zo’n dergelijke massale leerfabriek met ruim duizend plus aan leerlingen. Je valt als docent weg in de massa als je je niet weet te onderscheiden. En dat terwijl je juist met veel liefde, vaak jaren geleden al, hebt gekozen voor “jouw vak”. Nu jaren later valt het ineens tegen om ‘onderdeel te zijn van het grotere geheel’, valt het salaris tegen, zijn leerlingen en ouders mondiger geworden en wordt juist de tijd beperkt om volop bezig te zijn met leerlingen. Je moet ‘productie’ draaien! Genoeg leerlingen afleveren met een diploma anders krijgt de school een slechte naam, met alle gevolgen van dien. Waar is de charme van het lesgeven gebleven zoals je dat vroeger voor ogen had tijdens de opleiding voor docent?

Het is deze keer een blog met een gemengd gevoel. Enerzijds probeer ik continu begrip te hebben dat het voor de hedendaagse docenten niet eenvoudig is om je werk te verrichten met alle maatschappelijke en technologische veranderingen. Anderzijds constateer ik ook in toenemende mate een groei van frustratie, burn-outs en ongeïnteresseerde houding bij meer docenten dan mij lief is. Wat is er aan de hand met de omgeving waar onze kinderen een groot deel van hun jeugd doorbrengen?

Het lijkt wel of de trots van docenten ernstig kwetsuur heeft opgelopen. Dat ligt niet alleen aan het gemorrel aan het salaris, want dat is al decennia lang een discussie. Het ligt niet aan de lesstof, want ook daarin is de rode draad niet veranderd. De talen en vakken als geschiedenis, natuur- en scheikunde, aardrijkskunde, wiskunde en sport vormen nog steeds de ruggengraat van het onderwijs. Het kan ook niet echt liggen aan de faciliteiten, want scholen(gemeenschappen) beschikken vaak over goede gebouwen met moderne technologie als digitale borden, tablets, notebooks etc. Wat is er dan mis op de scholen? Of, is er wel iets mis met/voor docenten op de massale leerfabrieken?

Ja, ik ben van mening dat het niet goed gaat. Van een docent vragen we wel heel veel tegenwoordig. En met name de flexibiliteit om met alle soorten van leerlingen om te gaan. Van de introverte en faalangstige leerling tot de leerlingen met een aandachtsgebied. Voorheen was het bijzonder onderwijs en/of begeleiding vanuit deze optiek een belangrijk onderdeel van het educatieve stelsel in Nederland. Helaas is jaren geleden besloten om deze onderscheiding op te heffen en alle leerlingen via één reguliere onderwijsstroming op te leiden.

Uiteraard is het een nobel streven om te stimuleren dat iedereen zich onderdeel voelt van dezelfde samenleving. Alleen blijkt het in de praktijk niet goed mogelijk om te organiseren. Leerlingen met een aandachtsgebied krijgen daardoor niet de broodnodige ondersteuning die noodzakelijk is om mee te kunnen komen. Ze vallen nu weg in de massa en docenten hebben geen oog voor de ‘bijzondere kenmerken’ behorende bij leerlingen met een aandachtsgebied. Zij sneeuwen letterlijk onder!

We hebben het hier over leerlingen waar het aandachtsgebied meestal een component van het gedrag is. Het overschaduwt de schoolprestaties omdat het aandachtsgebied niet wordt (h)erkend door de docent. Mogen we van alle docenten verwachten dat zij naast de vakkennis, ook nog kennis hebben van de vele aandachtsgebieden die zich in de huidige samenleving manifesteren?

Een goed voorbeeld is ADHD. Een niet aan de buitenzijde zichtbaar aandachtsgebied, maar wel met een enorme kans om ‘last van te hebben’. Daar waar de een roept: “Deze leerling is altijd druk en aanwezig. Hij (ADHD komt vaker voor bij jongens dan meiden) verstoort de orde in de klas, dus hij zal wel geen interesse in school hebben. Daar ga ik geen tijd aan spenderen!” Terwijl de andere docent, met toevallig meer affiniteit voor het aandachtsgebied, aangeeft: “Zo’n jongen geef ik een duidelijke structuur in het leren en maken van huiswerk. Als hij druk wordt stel ik mijzelf de vraag of ik hem wel genoeg lesstof heb gegeven. Zijn gedrag is een indicatie, zijn cijfers slechts mede een weergave van mijn inzet als docent.” Het is maar net het perspectief van de docent over welke insteek wordt gekozen.

De vragen die ik wil stellen zijn relatief eenvoudig, doch de antwoorden des te complexer. Hoe komt het dat wij als samenleving van docenten verwachten dat ze “overal” verstand van moeten hebben buiten het eigen vak? Waarom is ooit besloten om alle leerling via één onderwijssysteem, uiteraard met de verschillende niveaus, op te leiden? Waarom worden de talenten van leerlingen, nog immer bestempeld als “negatief” als het zich uit d.m.v. ander gedrag dan de gemiddelde leerling? Is het niet herkennen van ‘talenten’ een misser van de docent of van ons huidige onderwijsstelsel?

De reden van dit blog is dat we moord en brand schreeuwen voor een tekort aan toekomstige ICT’ers. Alleen lijkt niemand in beslissende organen in het onderwijs nog het besef te hebben dat juist mensen met aandachtsgebieden binnen bijvoorbeeld het autisme spectrum, juist die talenten hebben die we zo broodnodig hebben. Alleen dan moet je daar wel oog voor (willen) hebben in plaats van te bestempelen als ‘afwijkend gedrag’. Mijn persoonlijke hoop is dat we ooit oog krijgen voor deze kwaliteiten die voor vele leerlingen kunnen worden bestempeld als talent! Mits op de juiste wijze (h)erkend, begeleidt en ingezet… Tenslotte: “Je zal maar docent zijn!”

Foppe & Sukke zijn moeilijk plaatsbaar!De economie in Nederland laat de eerste tekenen van herstel zien. De rigoureuze maatregelen van het Kabinet Rutte II lijken vruchten af te werpen. Althans als we de berichtgeving in de media mogen geloven. Het balans, tussen sociaal en economisch handelen, in de huidige samenleving is echter nog ver te zoeken. Groeiende bedrijven zijn in de eerste kwartalen 2015 ernstig op zoek gegaan naar gemotiveerde arbeidskrachten. Als we de cijfers van het CBS echter moeten geloven dan hebben we in Nederland (meting januari 2015 ) ruim 632.500 werklozen, waarvan ruim 24% bestaat uit 18 tot 27 jarigen. Althans dat is wat de statistieken zeggen. De praktijk is echter weerbarstiger, want wie een poging doet om deze jonge werklozen op te sporen, komt in een wirwar van regelgeving, gemengde en individuele belangen, subsidiecarrousels en vooral oude denkwijzen bij het begeleiden van jonge werkzoekenden richting de arbeidsmarkt.

De al eeuwenoude politieke tweespalt tussen links en rechts speelt op! De economische motor van Nederland bestaat voor een groot deel uit Midden- en Klein Bedrijven die het herstel wel zien maar nog niet allemaal ervaren. Degene die de eerste effecten nu merken zijn op zoek naar nieuwe arbeidskrachten om in te spelen op groei. In eerste instantie van tijdelijke aard, want door de economische crisis van de afgelopen jaren is het aannemen van vast personeel voor een MKB’er nog steeds zeer risicovol. De rechtse partijen, met de VVD als koploper, kijken hoopvol uit naar de economische groei. En toch spelen er onder water beperkingen die de groei zomaar onverwachts kunnen doen stagneren. Het gemis van goed gemotiveerde en arbeidskrachten! Let wel: Ook voor mensen zonder startkwalificaties liggen er kansen!

In de dualistische Nederlandse samenleving, waar de afstand tussen links en rechts ogenschijnlijk lijkt te slinken, komt de paradox van werkloosheid boven drijven. Een tocht langs de vele MKB’ers heeft wel duidelijk gemaakt dat er werk genoeg is. Zelfs gedurende de afgelopen crisis zijn er vele burgers elder uit de Europese Unie actief aan de slag gegaan in Nederland. Zij komen veelal vanuit diverse (Oost-)Europese landen om ver van het thuisfront met hard werken het geld te verdienen wat thuis niet mogelijk is. Je kunt je dan ook sterk afvragen waar de omissie zit in Nederland en met name op de arbeidsmarkt. Het stelsel van sociale voorzieningen in Nederland is onhoudbaar geworden door de grote aantallen van werklozen. Daar is niet alleen de crisis de oorzaak van. Ook een ogenschijnlijke gebrek aan motivatie in combinatie met het sociaal stelsel zorgen voor het de instandhouding van het groot aantal werklozen in Nederland.

De begeleiding van werklozen is een ware industrie op zich geworden. In de kern zou het moeten neer komen op jezelf overbodig maken door het op overzichtelijk termijn aan de slag krijgen van mensen die een afstand hebben tot de arbeidsmarkt. Hoe mooi zou het zijn als je dat lukt? Wanneer daarmee een ook nog eens een juiste waardering verdiend dan mag je daar trots op zijn. De wereld zit alleen anders in elkaar. Als je je dagelijks brood moet verdienen met ‘het naar de arbeidsmarkt begeleiden’ van met name jonge werklozen, dan ontstaat bij succes de angst dat je in de toekomst jouzelf moet gaan begeleiden. Wanneer de utopische situatie gaat ontstaan dat de voorraad werklozen oplost, dan sta je met lege handen. Toch? Het getuigt in deze niet van langtermijn visie, want er zullen altijd mensen van werk naar werk gaan. Bedrijven blijven veranderen, keuzes van mensen wijzigen, individuele personen groeien waardoor wensen voor een nieuwe stap er altijd zijn. Kansen voor werk zijn er velen volop aanwezig. Nu de wil nog weten te stimuleren!

Het gaat in de kern duidelijk om de kwaliteit die je inzet en de intrinsieke waarde waarmee je als ‘begeleider van werklozen’ helpt om de afstand te verkleinen tussen de persoon en de arbeidsmarkt. Een strikte methodiek is er niet, want wat voor de ene persoon ideaal is qua begeleiding, werkt totaal niet voor de ander. De diversiteit van de individuele kwaliteiten, wensen en dromen staan centraal tussen de persoon en het bedrijfsleven. Daar waar de vraag vanuit het bedrijfsleven verandert, moet mensen het aanpassingsvermogen hebben om daar op in te spelen. Die kracht, die flexibiliteit en die kwaliteit moet een goede begeleider in zich hebben. Het gaat niet alleen om een cursus Nederlands, om alleen arbeidsmores en moraal, om de flexibiliteit om de handen uit de mouwen te steken. Concreet gaat het om de wil om zelf iets van jouw eigen toekomst te willen maken. Jij bepaalt zelf hoe waardevol jouw toekomst is! En bij die vaststelling past het niet dat ‘men’ jou vasthoudt in projecten waar de begeleiding gericht is op het langdurig begeleiden van werklozen zonder een directe waardering gebaseerd op bereikte resultaten.

De paradox is dat vele projecten tegen relatief lage opstartkosten mogelijk is, waarbij focus moet zijn voor een zelfdragend karakter voor de toekomst. De projecten moeten een eindigheid kennen, een zelflerend vermogen borgen en de intentie hebben om zichzelf op te heffen als het aanbod van werklozen substantieel daalt. Of dit nu door economisch herstel of sublieme begeleiding wordt veroorzaakt. Het tegenover gestelde is echter de waarheid op dit moment. Er ontstaan ineens ‘sociale ondernemingen’ die zich ‘slecht’ alleen bezighouden met begeleiden zonder enige vorm van resultaatgerichtheid. Termen als ‘fit maken voor arbeid’, ‘uitbreiden van netwerk’ en ‘begeleiden bij arbeidskeuze’ kan alleen als waardevol worden bestempeld als de vraag vanuit het bedrijfsleven daarmee wordt beantwoord. En het bedrijfsleven? Die moeten het vertrouwen krijgen en behouden om mensen weer in dienst te nemen zonder dat er continu over subsidie van de arbeidsplaats behoeft te worden gesproken. Een vorm van compensatie om een leerperiode mogelijk te maken is gezond, maar een vergoeding voor het verkrijgen van ‘goedkope’ arbeidskrachten past niet bij een gezonde bedrijfsvoering. Het compenseren van ‘verminderde arbeidscapaciteit’ of ‘extra inspanning voor begeleiding’ is begrijpelijk, maar moet zeker een eindig karakter hebben met duidelijk resultaat in de vorm van volledig betaalde arbeid!

We kunnen in iedergeval stellen dat de komende jaren er nog genoeg te doen is. De voorraad van ‘werklozen’ is dermate groot dat het economisch herstel dat zich vertoont, niet alleen gaat zorgen voor afname van werklozen. Het op zinvolle wijze Stimuleren, Motiveren, Activeren en Kwalificeren (SMAK® Methodiek) van werklozen verdient volop de aandacht om serieus te komen tot reductie van de grootste kostenpost van het Nederlands sociaal stelsel, de talentvolle arbeidskracht zonder werk! De ‘begeleider van de toekomst’ en de organisaties waar zij werkzaam zijn moeten het lef hebben om zichzelf overbodig te durven maken. Ook hier geldt: “De enige constante in de wereld is verandering!

Amsterdam – Afgelopen week kwam het rapport van de Commissie van Ton Elias uit over de ICT-problematiek in de Rijksoverheid. De algehele constatering is dat er veel mis gaat, met een kostenpost tussen de 1 – 5 miljard euro. Een schatting die alle ruimte overlaat voor discussie, want het is nogal een bandbreedte. Daar kun je gerust een project meer of minder onder scharen. De kern van het lijvige rapport is echter wel duidelijk. Het mis in de samenwerking tussen de verschillende partijen.
In vaktermen ook wel Demand-Supply genoemd. Om het vraag-aanbod model ten volle toe te kunnen passen, moet men wel bewust zijn van de rollen die benodigd zijn om dit model goed te laten fungeren. Je moet weten wat je vraagt en de aanbieder moet de juiste antwoorden formuleren. Maar hoe statisch is dit model? “Het antwoord wat je krijgt is afhankelijk van de vraag die je stelt!” is een historische quote die met grote regelmaat wordt gebruikt. In dit blog probeer ik in een voor iedereen begrijpelijke taal aan te geven wat Demand-Supply, zoals toegepast bij Europese Aanbestedingen, eigenlijk betekent ten aanzien van samenwerken met een knipoog naar innovatie. Wat is er voor nodig om optimaal te kunnen samenwerken in het Demand-Supply model?

Vertrouwen is de eerste stap
Het Vraag-en-Aanbod model is relatief eenvoudig. U vraagt en wij draaien! Het model is al eeuwenoud, echter in de verregaande digitalisering heeft het een extra dimensie gekregen. We maken even een uitstapje en benutten het maken van een maaltijd als voorbeeld. Op voorhand heeft u besloten dat u samen met uw gasten wil genieten van een heerlijke driegangen diner bestaande uit voorgerecht, hoofdgerecht en toetje. De uitkomst heeft u al voor ogen, het staat al bijna op tafel. Voor u ligt het vraagstuk “Maak ik het zelf of nodig ik een kok uit die het gaat samenstellen?” Om het zelf te kunnen doen moet u minimaal verstand hebben van de ingrediënten die benodigd zijn om de maaltijd te bereiden die u voor ogen heeft. Het is echter niet uw vakgebied en wil toch uitblinken bij uw gasten. U besluit om een bedrijf in te schakelen dat u een thuiskok levert. De potentiële kok komt op bezoek om kennis te maken. Op overtuigende wijze verteld de kok bevlogen over zijn carriere, de gerechten die hij klaar kan maken waarbij het water u al nagenoeg uit de mond loopt. Deze kok geeft u het gevoel van vertrouwen dat er komt te staan wat u voor ogen heeft voor uw gasten.

Afstemmen van verwachtingen
De vraag die de kok u voorlegt hebben vooral betrekking op het aantal gangen, wat u wenst te eten (vlees, vis of vegetarisch), of er bijzondere wensen zijn met betrekking tot dieetwensen en hoeveel mensen er deelnemen aan het diner. De professionele manier van vragen van de kok vergroot de indruk dat hier sprake is van iemand met de nodige expertise. Tenslotte kunt u als opdrachtgever niet van alles verstand hebben, juist daarvoor wordt de kok ingehuurd. Het diner is om verschillende reden belangrijk. U wilt daarom heel graag een goede indruk maken op de gasten. De kok stelt voor te beginnen met de voorbereidingen waarbij alles goed afgestemd lijkt te zijn. De prijs voor de diensten van de kok worden afgestemd, inclusief de kosten van het diner. De handen worden geschud, de kok gaat aan de slag en u begint met het uitkijken naar een heerlijk diner. Tot zover een geslaagde stap.

Infrastructuur

De faciliteiten (infrastructurele zaken) moeten goed zijn
Het is de dag van het diner. Ruim voor het diner arriveert de kok. Hij heeft zijn kokskleding aan en tassen vol ingrediënten mee. Enthousiast begint hij in de keuken met het bereiden van de maaltijd. Al na 5 minuten komt hij naar u toe en vraagt om extra pannen, want zijn pannen passen niet op de inductie kookplaat. Helaas zijn er nu niet genoeg pannen om het diner goed te kunnen voorbereiden. “Géén probleem hoor” zegt de kok, “die kan ik nog wel verzorgen, maar daar moet ik dan wel een kleine vergoeding voor rekenen!” U gaat ermee akkoord want het diner moet wel op tijd af. Gelukkig zijn de extra pannen snel aanwezig. Het geluid van een actieve kok in de keuken klinkt volop . Het stemt u gunstig, want de kok loste het probleem echt wel snel op. “Tsja, die extra pannen had ik gewoon in huis moeten hebben” denk je dan. “Of beter met de kok moeten afstemmen wat er in mijn keuken staat.

De Proef of Concept

De “Proef” of Concept moet goed zijn
Zo af en toe loop je de keuken in waar je een bevlogen chef zijn vakkunsten ziet uitvoeren. Het geeft je een goed gevoel om de kok zo druk bezig te zien. Af en toe biedt de kok aan wat te proeven. Het versterkt het gevoel dat er straks een geweldig diner staat waar jij mee kan scoren bij de gasten. Je ziet de stralende gezichten al bijna voor ogen. Het gekozen driegangen diner bestaat uit een goedgevulde groentesoep als voorgerecht, een Hollandse biefstuk met aardappelen en groente, en ter afsluiting koffie met taart. Tot zover lijkt het allemaal naar wens te verlopen. De kok is in de keuken op bevlogen wijze bezig met de bereiding van de gerechten, terwijl de eerste gasten arriveren. Als verrassing heeft de kok kleine hapjes gemaakt voor bij de ontvangst van de gasten. De verwachting over het diner stijgt met de minuut. U had er niet expliciet om gevraagd, maar de proactieve actie van de kok stemt u en uw gasten vrolijk. Het smaakt nu al naar meer.

De tafel staat klaar!

De valkuil van meerwerk komt al snel
Als de laatste genodigden zijn gearriveerd, klinkt plots de deurbel. Twee goede vrienden staan voor de deur. U bedenkt u opeens dat zij ook wel aan het diner kunnen deelnemen. De extra gasten krijgen een drankje aangereikt terwijl u naar de keuken loopt. De kok geeft aan dat het geen probleem is. Gewoon nog even snel wat extra vlees laten bezorgen, dan komt het wel goed. Het betekent wel dat er wat extra budget moet worden benut. “Logisch gevolg van de extra gasten”, gaat er door u hoofd. De tafel wordt gedekt voor de twee extra gasten et voilà. De oplossing ligt vaak heel dichtbij. Vanuit de keuken komt het signaal dat het voorgerecht gereed is om op te dienen. De verwachting is dat de kok zijn exclusieve kunst zelf komt opdienen. Alleen hier gaat het mis. De kok stelt voor om een collega te laten komen die komt helpen met het serveren. Zijn taak is de voorbereiding, tijd voor serveren heeft hij niet. U voelt de druk toenemen. Onder deze druk stemt u in met het inschakelen van de extra kracht. Ook hier komt weer extra budget bij kijken. In de tussentijd vraagt u nieuwsgierig naar het voorgerecht. De goedgevulde soep mist de door u zo geliefde vermicelli. Helaas heeft u ook dit niet in huis, dus stelt de kok voor het gelijk te laten meenemen door zijn collega die al onderweg is. Anders als instemmen kunt u niet. Langzaam begint ook uw gevoel te veranderen. Het duurt gelukkig slechts kort voordat de collega van de kok arriveert. De gasten worden uitgenodigd aan tafel, terwijl de kok de soep heeft aangevuld met de vermicelli. Het opdienen van het voorgerecht kan beginnen.

Ingredienten

Frustratie ligt op de loer
De gasten genieten ogenschijnlijk van het voorgerecht. De wijn die u zelf heeft verzorgd draagt bij tot mooie dialogen aan tafel. Hetgeen misgegaan is in het voortraject verdwijnt bij u naar de achtergrond. Het lijkt allemaal wel mee te vallen. Na het voorgerecht is het tijd voor het hoofdgerecht. Mooie opgemaakte borden worden opgediend. Een heerlijke geur van het eten prikkelt de zintuigen. Als iedereen voorzien is, begint men aan de eerste hap. Met verbazing proeft u een smaak die u niet kan thuisbrengen. De verwachtingen lagen toch echt iets anders. De gasten kijken u aan, u voelt een kleur opkomen. Ook zij constateren een flauwe smaak die niet helemaal beantwoord aan een positieve effect. In overleg met de kok worden er extra toevoegingen gedaan met zout, peper en nog wat kruiden. Het wordt smakelijk gemaakt, maar is verre van wat u zelf voor ogen had. De kok, inmiddels wat gefrustreerd aan het worden, vindt dat zijn gerechten exclusief en goed smaken. U en uw gasten hebben een andere indruk gekregen. Een vorm van teleurstelling zoals bij het voorgerecht komt weer terug. De noodgrepen om het hoofdgerecht alsnog “goed” te krijgen dragen niet bij tot een betere sfeer in de keuken, maar ook niet aan tafel. De gezichten van de gasten tonen verschillende uitdrukkingen. De moed zinkt langzaam in uw schoenen, want dit was niet de bedoeling. Daar waar het gesprek over de geneugten des levens had moeten gaan, werd er nu gesproken over de teleurstelling van de dienstverlening van de kok en zijn bedrijf.

De nasmaak

Resultaten worden bij lange na niet gehaald
Het hoofdgerecht was in dit geval geen succes. Dan maar hopen dat het nagerecht nog een goed smaak na gaat laten bij de gasten, want nog een teleurstelling zou de avond wel erg belasten. De deur gaat open. Een groot blad met gevulde schaaltjes wordt binnengebracht. Ieder gast krijgt er een toebedeeld. Het ziet er mooi uit, de kleur nodigt uit en bij een ieder komt het gevoel op dat het hoogtepunt hiermee gaat worden bereikt. Tot de eerste hap wordt genomen. Ook hier verschilt de smaak van de kok met degene die het uiteindelijk moet gaan eten. Enkele gasten bedanken na enkele happen. Zij hebben het echt geprobeerd, maar het is zo smaakloos dat zij weigeren om het geheel op te eten. U begint zo langzamerhand radeloos te worden. De stemming zakt, en de dialogen gaan totaal een andere kant op dan u graag had zien gebeuren. De koffie volgt snel na het hoofdgerecht. Een koekje erbij kan de sfeer niet meer terugbrengen naar het niveau van voor het diner. Kort na de koffie vertrekken de eerste gasten.

Gepeperde rekening

Een vervelende nasmaak is het gevolg
Wat een lange vrolijke avond had moeten worden, is veranderd in één grote teleurstelling. Als alle gasten zijn vertrokken, stapt u de keuken in. Het is een grote bende van kookgerei, voedsel, afwas en wat al niet meer. De kok en de ober zijn vertrokken en hebben een briefje achtergelaten met de tekst “Dank u voor deze kans, hoop dat het naar wens was.” Het huilen staat u nader dan het lachen. De tijd en moeite die het u kost om de achtergebleven zooi op te ruimen benadrukken nogmaals de teleurstelling. Een geweldige avond met exclusief diner, was uitgelopen op een compleet drama. En als klap op de vuurpijl krijgt u enkele dagen na het diner de rekening van het bedrijf van de kok binnen. De prijs was door alle extra’s en de collega erbij ruim verdubbeld. Door de toestemming die u had gegeven tijdens de uitvoering kon u hier weinig tegen inbrengen. Het diner was geleverd, de diensten van de kok en zijn kompaan waren uitgevoerd. Kortom een ware treurnis, alleen wel een die mede te wijten is aan het verschil tussen verwachting en resultaat.

Is het goed leren vragen en bieden van dé oplossing echt zo ver te zoeken?
Het voorgaande voorbeeld gebeurt dagelijks in de wereld van ICT. Organisaties besteden activiteiten uit om kosten te drukken, hogere expertise in te zetten, maar vergeten dat het stellen van de juiste vragen aan de markt (Requirements), om te komen tot de juiste antwoorden (Oplossingen) van cruciaal belang is. Het compleet uitbesteden van de ICT conform het Demand-Supply model vraagt nogal wat van organisaties. Afscheid nemen van alle expertise in de eigen organisaties (Uitbesteden), brengt mee dat het vertrouwen voor een goede uitvoering ook geheel ‘buiten de deur’ komt te liggen… Teleurstellingen behoren dan ineens tot de orde van de dag… om nog maar te zwijgen van de bijkomende kosten…

Is uitbesteding van ICT dan geen goede oplossing? Ja wel degelijk! Alleen moet je als organisatie dan een strak Demand-Supply model toepassen. De scheiding van rollen, taken en verantwoordelijkheden is cruciaal bij ‘outsourcing’ van primaire bedrijfsactiviteiten of het betrekken van dienstverlening bij derde partijen. Het samenspel tussen opdrachtgever en opdrachtnemer(s) in enkele vorm of consortia vraagt om expertise om in te richten. Ook daarvoor zijn specifieke leveranciers die conform strakke modellen organisaties bijstaan. Kern van het verhaal blijft… Als je zelf niets kunt of wilt doen, dan moet je zorgen dat je het wel goed regelt… Afscheid nemen van alle in-house expertise is nimmer een optie!

Tenslotte… volgende keer maar weer zelf koken… Om nog even wat luchtigheid te brengen een leuke sketch van Andre van Duin over ‘vraag-en-antwoord’ en hoe gek het kan lopen!

Het zal je maar gebeuren tegenwoordig dat je als senior professional, met nog ruim 20 jaar arbeidstoekomst voor de boeg, wordt geconfronteerd met de opmerking: “Sorry, uw bent over gekwalificeerd!” Het gebeurd tegenwoordig steeds vaker leert de ervaring. Kortgeleden was ik te gast bij een toonaangevend netwerkevenement voor professionals in de ICT. Er vonden allerlei workshops en lezingen plaats over hoe de ICT markt aan het veranderen is en waar het in de toekomst naar toe gaat. Interessant want er werden stellingen neergezet die ik al 7 jaar terug had voorspeld, dus het was een waar feest der herkenning. Althans, dat was de eerste indruk. Na de diverse sessies was er tijd om te netwerken met diverse recruitment organisaties die naarstig op zoek waren naar ICT-specialisten. Een weelde van jonge ambitieuze mensen van recruitment organisaties die kenbaar maakten dat er voor de “echte” ICT-professionals volop mooie vacatures waren…

Project Management Service

PRINCE2 Starting-Up-a-Project-Process

In het eerste gesprek viel ik al zowat figuurlijk van mijn stoel af. Een in een strak mantelpakje gestoken jongedame van eind twintig hield een vlammende speech over haar organisatie. Ik kreeg er bijna een warm gevoel van. To het moment dat ik vroeg naar de vacatures die zij in haar portefeuille had. Een lang monotoom dialoog volgde over opleidingen die haar organisatie verzorgt om ICT-professional te worden. Mooi verhaal, maar u was toch op zoek naar ICT-professionals met ervaring? “Ja, dat klopt! Maar wij hebben gemerkt dat de huidige ICT-professionals, en zeker de wat oudere, eigenlijk niet over de juiste expertise meer beschikken.” Termen als SCRUM, Agile, Waterfall en ITIL vlogen met hoge snelheid over de tafel alsof het niets was. Wanneer ik echter op inhoud wat vragen stelde, dan werd het gesprek een andere kant omgebogen. Een ding moet ik deze dame wel nageven, communiceren zat haar in het bloed! Het resultaat was dat ik na een kleine 20 minuten interactiviteit proberen te bewerkstelligen, zonder zinvol resultaat als meer wetenschap over openstaande vacatures trouwens, het gesprek subtiel heb beëindigd. Mijn persoonlijk signatuur was compleet niet ter sprake geweest, want de verbale kracht van de dame in kwestie was veel praten, maar niet ontdekken wie ik was. Het was mij wel duidelijk dat zij accountmanager was voor het verkopen van opleidingen en niet iemand die voor werving van ICT-professionals moest zorgen. Het was een leuk gesprek… maar daar bleef het bij!

PRINCE2 Principles Manage-By-Stages

Op naar de volgende partij die, in mijn ogen, wel een serieuze positie in recruitment bekleed. Hier stond een enthousiaste jongeman. Hij begon met een brede lach gelijk zijn vragen te stellen. Beginnend met de vraag: “Bent u bekend met de Informatie Technologie?” Op zich een logische vraag als je op een breed georiënteerd branche onafhankelijk evenement bent. Maar op een op de ICT branche gericht evenement lijkt mij dat een ietwat overbodige vraag. Gelukkig herstelde hij gelijk door de vraag snel te laten volgen door de opmerking: “Ongetwijfeld, want ik heb u bij de workshop over Cloud Computing gezien. U stelde toch de vraag over iets met de Amerikaanse wetgeving?” (lees: Patriot Act‘) Het gesprek ging daarna kort over de mogelijkheden van ‘Private Clouds’ alvorens we doorschakelde naar ‘Wat heeft u te bieden?’. Ik kreeg de kans om te vertellen waaruit mijn ervaring bestond en hoe ik deze in de afgelopen 18 jaar heb mogen opbouwen. Zijn interesse in streaming media, iets waar ik in 1997 mee ben begonnen te introduceren in Nederland, was groot te noemen. Voor zijn hobby maakte hij korte films en vond het interessant om daarover door te gaan. Gelukkig kreeg ik af en toe de kans om de rode draad in mijn carrière kenbaar te maken. Van programmerende IT Project Manager naar strategische Informatie Professional/Programma Manager IT & Business heeft circa 18 jaar geduurd. In deze tijd heb ik de nodige certificaten verworven en opleidingen gevolgd, welke mij de broodnodige theoretische kennis hebben aangereikt om mijn praktische werkzaamheden beter te kunnen onderbouwen.

PRINCE2 Principles Defined-Roles-And-Responsibilities

Mooi! dacht ik bij mijzelf. “Eindelijk iemand die het vakgebied begrijpt!” Of toch eigenlijk niet? “Nee!” is mijn antwoord. Want eenmaal mijn profiel besproken bleek dat hij alleen op zoek was naar 23-jarige Senior ICT-professionals met minimaal 5 jaar ervaring en bij voorkeur opgedaan in meerdere disciplines in de IT binnen diverse branches. Waarbij de salarisindicatie zich op een niveau liet plaatsen van een gemiddelde ICT Helpdesk medewerker. Op zich zeer begrijpelijk dat organisaties goed op de centjes letten, maar ik ben deze mensen in mijn werkende periode bij een niet bescheiden ICT-organisatie nog niet tegengekomen moet ik eerlijk zeggen. “En nu?” dacht ik bij mijzelf. “Zou er een mooie vacature of projectopdracht via deze partij te verwerven zijn? Toen kwam de klap op de vuurpijl. Mijn CV werd doorgenomen door de wervelende jonge recruiter. “Uw heeft een respectabele CV opgebouwd! sprak hij met een brede glimlach. “Alleen is hij wel erg zwaar!. Tsja, iemand van mijn leeftijd brengt inderdaad wel de nodige ervaring mee. Zeker als je jaar in jaar uit je bij laat scholen, veel bijeenkomsten volgt, betrokken bent bij vakverenigingen om de kennis zo optimaal mogelijk te delen en te absorberen. En daarnaast interessante projectopdrachten hebt mogen vervullen. “Wij hebben wel een aantal vacatures voor projectmanager in de ICT beschikbaar, maar dat is niet leuk voor u! U bent over gekwalificeerd zeg maar! Uw CV is echt te zwaar!” sprak hij uit.

PRINCE2 Principles Continued-Business-Justification

Met verbazing nam ik kennis van het feit dat klaarblijkelijk mijn ruime ervaring toch niet toereikend was om in aanmerking te komen om een meer bescheiden project te doen dan ik voorheen had gedaan. “Laten we beginnen met mijn CV uit te printen op 60 grams papier. Dat doet de zwaarte dalen! grapte ik met een lach op mijn gezicht. Gelukkig snapte hij de humor direct. “En laten we vaststellen dat rijden in een Mercedes voor de prijs van een goede middenklasser voor u deze keer mogelijk is. vervolgde ik. “Wat zijn dan de mogelijkheden voor mij bij uw organisatie om in aanmerking te komen voor een interessante projectopdracht?Niet! Wij werken niet met té zware professionals, want die willen projecten meestal niet doen op de manier zoals wij het willen. antwoordde hij gespannen. “Welke manier bedoelt u precies? vroeg ik hem nieuwsgierig. “Nou volgens de Prince II methodiek bijvoorbeeld! Want al onze klanten vragen om Prince II. Weet u wat Prince II inhoud? Of werkt u met een eigen methode?” Het was een gezellig dialoog maar leidde uiteindelijk niet tot een positief resultaat. Op enkele vragen van mij werd het mij helder. Ongeveer 45% van de projecten lopen bij de klanten van deze organisatie uit het spoor, ondanks het nadrukkelijke gebruik van Prince II. Echter de beleving om echte senior ICT-professionals (lees: IPMA Gecertificeerde Project Managers) in te zetten omdat zij wel de projecten in het spoor houden (lees: binnen tijd, geld en kwaliteit) was er niet. De afweging tussen prijs/kwaliteit wordt alleen gedaan door recruiters. Een ‘Earned Value Analyse wordt zelden of nooit uitgevoerd tijdens de duur van een project. “Oh nee! Als je maar Prince II hanteert! Dan is het goed en mogen projecten uit het spoor lopen! is mijn indruk. Of daarmee het Pino-Syndroom (lees: PRINCE in Name Only) ontstaat of niet!

PRINCE2 Principles Tailor-2-Suit The Project Environment

Die middag heb ik nog enkele gesprekken gevoerd. Helaas is mij duidelijk geworden dat de ICT-sector een groei heeft doorgemaakt die zijn weerga niet kent. Gevolg is dat echt goed ICT-recruitment op het koppelvlak van Project Management en ICT slechts behouden is aan de recruiters van de grotere ICT-organisaties. Zij zijn meegegroeid in al die jaren. Helaas is er een grote groep recruiters die netjes afgestudeerd zijn op HR, maar geen affiniteit hebben kunnen opbouwen met het vakgebied ICT. Daardoor is er een contradictio interminis ontstaan tussen de vraag in het bedrijfsleven en het aanbod van ICT-professionals. Men weet slechts wat de opdrachtgever vraagt, maar snapt de inhoud niet. Op zich niet erg, want ik koop ook dagelijks brood zonder dat ik weet wat er exact inzit en met welke persoonlijke kwaliteiten het gemaakt is. Alleen gaat het dan puur om de smaak. In het vakgebied ICT werkt het iets anders. Daar komen veel meer hard- en soft skills, deskundigheid en ervaring bij kijken. Plus dat het resultaat pas na langere tijd merkbaar wordt. Vaak is het dan te laat! En de recruiter? Die is al bezig met werving voor andere partijen.

PRINCE2 Principles Manage-By-Exception

De paradigma van dit verhaal is dat er nog steeds een zeer substantieel aantal ICT-projecten compleet mislukken. En dat kan betekenen dat de kwaliteit van de uitvoering zeer goed (klant zeer tevreden), maar het compleet financieel uit de hand is gelopen (leverancier zeer ontevreden). Vaak heeft een leverancier het niet in de gaten dat het project gaat uitglijden, of al in een vroegtijdig stadium niet durft te sturen vanuit Project Management. Het is tenslotte een vak waar communicatie en het volgen van gezonde en goed afgestemde procedures voor b.v. wijzigingen of testen zeer cruciaal zijn. De kern van een goede Project Manager heeft in mijn ogen iets van doen met Earned Value Analyses, bespreekbaar maken met de klant wat de positieve/negatieve gevolgen kunnen zijn van wijzigingen (SCRUM) op de prijs, kwaliteit of doorlooptijd. Het begint echter altijd met één cruciale stap, t.w. het definiëren van het project. Als de scope niet helder is, de procedures niet afgestemd, het budget zwevend is, de kwaliteit niet is vastgesteld, dan heb je de rapen al gaar voordat ze überhaupt worden verhit.

PRINCE2 Principles Learn-From-Experience

De verschuiving moet starten bij de klant. Analyseer de laatste drie projecten om erachter te komen waarom deze niet optimaal (tijd, geld, doorlooptijd) zijn uitgevoerd. Geef niet de Project Manager de schuld, want de gezegde luidt al jaren: “Wie nootjes betaald, krijgt apen! Maak dus altijd de afweging of ervaring van een ICT-professional toereikend is om het project op alle fronten afgerond te krijgen. Een ervaren ICT-professional wordt niet voor niets ervaren genoemd. Hij of zij kent het klappen van de zweep. Weet wat budgetbewaking, scope afstemming en wijzigingsprocedures precies inhouden. Tsja… Of blijft u liever zoeken naar de spreekwoordelijke 23-jarige ‘speld in een hooiberg?’

Tip: Stop dan maar met zoeken, want die werkt namelijk bij uw concurrent!

IPMA Congres 2014

Project Management Overview


Voor serieuze aanvragen voor Programma- of Project Management kunt u mij benaderen via LinkedIn, telefoon +31 6 167 167 01, email richard@raats.nl of vul het onderstaande formulier in, dan neem ik z.s.m. contact met u op.


Contribution/Source: Special thanks to (c) 2013 Knowledge Train Limited (UK) and (c) 2009 Axelos Limited (UK) for their magnificant Knowlegde Sheets to explain vwith visuals the PRINCE2 methodes.

Contribution/Source: Also special thanks to (c) 2014 Wikipedia The Netherlands and (c) 2014 PM Wiki Nederland for textual explanations and Official Certification Library for IPMA Project Managers.

AMSTERDAM/DEN HAAGHet menselijk brein zit complex in elkaar. Wetenschappers proberen op vele manieren de werking te achterhalen. De inzet van computers of systemen met “artificial intelligence” software, als “toekomstige plaatsvervanger” voor het menselijk brein, is nog niet zover dat er daadwerkelijk volledig tot vervanging kan worden overgegaan. Gelukkig maar, want anders kunnen scenario’s in verschillende Science Fiction Films wel eens angstvallig waarheid worden. In de laatste decennia is echter wel al veel bereikt met verregaande innovatie in relatie tot “artificial intelligence“!

StigmaLiseren door inzet van (sociale) innovatie
De kern van dit blog gaat deze keer over het belang van stigmaLiseren de voor- en nadelen plus neveneffecten van innoveren en automatiseren op de juiste wijze in te zetten. Ook door breder te kijken dan alleen het ontwikkelen van computers en software t.b.v. vervanging van handenarbeid, kun je als bedrijfsleven, overheden en onderwijs juist zeer belangrijke innovaties bereiken met een hoge maatschappelijke economische en sociale waarde. Hier ligt ook mijn persoonlijke interesse. Het ontwikkelen en initiëren van economische ontwikkelingen en sociale innovatie door gebruik te maken van menselijke intelligentie in combinatie met mondiale technologische ontwikkelingen.

Sociale Participatie is een evolutie!
Dagelijks wordt bewezen dat de computer niet meer weg te denken is in onze huidige samenleving. Iedere vooruitgang door technologische innovatie brengt naast dezelfde vooruitgang echter ook een serieuze achteruitgang met zich mee. Artificial IntelligenceWaar intelligente computersystemen opmars maken, wordt de mens in doen en laten teruggedrongen of erger, buitenspel gezet. In 99% van de gevallen betekent het direct een terugloop van het aantal banen, voornamelijk voor laagopgeleide mensen! De vraag vanuit het bedrijfsleven naar hoger opgeleide (technische) mensen stijgt, maar werving verloopt steeds moeizamer. De evolutie lijkt achter te blijven! Het onderwijs en bedrijfsleven lijken elkaar niet te willen begrijpen of tegemoet te kunnen komen door allerlei obstakels. Vele mensen met een expliciete kennis en ervaring worden gezocht, opleidingen sluiten niet genoeg aan bij het wenselijke en noodzakelijke niveau om tot innovatie en sterke economische ontwikkeling te komen, waardoor het aantal werklozen blijft stijgen.

Passie & drijfveer is nodig!
De overheid is druk met het maken van beleid en bedenken van programma’s die de (jeugd)werkloosheid moeten gaan terugdringen. Ondernemers worden gevraagd met ideeën te komen. Zij doen dit ook volop. Helaas blijkt echter dat uitvoering van de aangeleverde ideeën moeizaam zijn. Waarom? Men “neemt” de ideeën over echter vergeet men dat de bedenkers van de ideeën het altijd met een specifieke passie en drijfveer doen. Deze “onbeschrijfelijke” energie is niet 1:1 over te nemen. Daarom is het noodzaak om juist de bedenkers van innovatie (vooral bij wijzigingen van “het systeem”) de ruimte te geven. Wat mij vooral opvalt is dat nieuwe gevestigde sociale ondernemers juist gericht op sociale innovatie, moeizaam de ruimte krijgen of worden betrokken bij de noodzakelijke veranderingen.

Transparantie moet zorgen voor verandering!
De gevestigde orde houdt het graag bij het huidige! Aan transparantie over de (lokale) overheidsuitgaven is al helemaal geen behoefte. Tenslotte geeft inzicht kans om te veranderen. Gelukkig is het geen optie meer om te blijven bij het oude… Het schip met werkzaamheden komt spoedig vanuit de Rijksoverheid naar de gemeenten… Dan is alle hands-on-deck noodzakelijk! ” Albert Einstein Albert Einstein’s quote is hier volop van toepassing: “We can’t solve problems by using the same kind of thinking we used when we created them.”

De burger stemt!
We laten de politieke en ambtelijke denkwijze even voor wat het is, want die veranderen wij sowieso niet zo maar in een positieve richting. Er moet dan verantwoording worden afgelegd door velen. Het moment komt er wel aan. De verkiezingen in maart gaan een duidelijk beeld schetsen over wie oprecht durft in te grijpen en zij die de huidige wereld in stand houden. De burger gaat zijn/haar stem laten gelden dat is zeker!

Hoe kan ik Artificial Intelligence begrijpen?
Voor degene die niet weten wat “artificial intelligence” is, raad ik aan de film “A.I.” van Steven Spielberg eens te kijken. Het geeft een aardige indruk van evolutie en de mogelijkheden van innovatie.

 

Sla jij spijkers met koppen of zoek je spijkers op laag water?
Wie de ontwikkelingen denkt tegen te houden om te blijven bij “het oude”, kan ik verheugd vertellen dat je het niet kan tegenhouden. De nieuwe evolutie is gestart. De crisis waar men over spreekt is slechts een versterking van de veranderingen die er plaatsvinden. En tweede verrassing: Het gaat in de nabije toekomst nog veel sneller! Zaak is dus om NU te gaan schakelen en ingrijpen of blijven we WERKELOOS toezien hoe het fout gaat?

Back To Basics
Alle voorgaande informatie in acht nemende en de vaststelling dat de kracht van de menselijke brein voor "associatie" nagenoeg ongrijpbaar is gebleken, is het nodig dat de mens haar intelligentie laat gelden. Hoe? Door op het punt waar systemen het (nog) niet kunnen overnemen van de mens, de mens zijn intelligentie voor regie bij veranderingen te laten gelden. ‘Back To Basics’ zou ik persoonlijk bijna zeggen. Computers voeren activiteiten uit die geprogrammeerd zijn. Artificial CommunitySystemen optimaliseren de meest complexe processen. Maar aan het begin of het eind komt het aan op de intelligentie van de mens om oplossingen te bedenken en programmeren.

Artificial Community
Het professionele inzicht wat mij is gegeven als Register Informaticus & Informatie Professional, analist en architect van data(stromen), gecombineerd met mijn ervaring als professionele projectmanager en de levenservaring als mens in en buiten Nederland, hebben mij op een aantal serieuze punten gebracht die moet gaan plaatsvinden in Nederland. Samen met de vele inmiddels aangesloten mensen en organisaties gaan we de stap maken naar de “Artificial Community. De levendige participatiesamenleving waar voor iedereen een waardevolle plek is en waarbinnen iedereen zijn of haar steentje kan bijdragen, zonder dat we ons laten besturen door oncontroleerbare computers, maar juist met gebruikmaking van de juiste systemen. Daarvoor moeten de twee belangrijke veranderingen in ons huidige (samenlevings)systeem worden ingezet en uitgevoerd!

Actie! En wel nu!
We moeten: 1. gaan stigmaLiseren, het bewust minimaliseren van stigma’s en labelen van mensen en groepen en 2. het versterken van de interculturele samenwerking, het over de verschillende culturen heen de samenwerking vinden. Alleen door deze twee basiselementen als daadwerkelijke kapstok te gebruiken voor alle navolgende zaken krijgen wij zicht op en houvast in de participatiesamenleving. De rijkdom welke dan ontstaat gaat alle grenzen te boven, omdat het gaat om meer dan euro’s alleen. We krijgen dan meer tevreden mensen welke vertrouwen krijgen in een beter economische klimaat en versterking van de sociale cohesie. De vicieuze cirkel van de participatiesamenleving, waarbinnen voor ieder individu ruimte is om zich zelfstandig te mogen ontwikkelen, is dan rond! En Artificial Intelligence? Dat vormen wij dan gezamenlijk, want zoals de rij van Fibonacci toont is ieder volgend cijfer in de ontwikkeling een optelling van de twee voorgaande cijfers! Het wordt niet voor niets “De Konijnenrij” genoemd, want alles multipliceert in hoge snelheid als we de krachten bundelen.

Mocht je actief deelgenoot willen worden van de nieuwe Artifical Community en dus niet werkeloos toekijken? Meld je dan aan via http://www.werkeloos.nu. Alleen voor degene die zijn/haar schouders er, zonder vooroordelen en met een stigmaLiserende werking, echt onder willen zetten organiseren wij binnenkort de 1e bijeenkomst in Amsterdam.

Dank voor alle inspiratie en een prettige zinvolle werkweek!

Amsterdam – De economie in de wereld is voorgoed veranderd! Ook in Nederland kunnen we er niet aan voorbijgaan dat de financiële situatie niet rooskleurig is. Het kabinet Rutte krijgt het niet voor elkaar om belangrijke zaken te veranderen, mede door gebrek aan vertrouwen en draagvlak. Grootschalige bezuinigingen worden doorgevoerd om het huishoudboekje van de staat op orde te brengen en om te kunnen voldoen aan de door Brussel gestelde hoge eisen. De cyclus van de conjunctuur staat te wankelen. Technologische ontwikkelingen, beschikbaarheid van informatie en snelheid van verspreiding van dezelfde informatie, maakt dat veranderingen in de samenleving elkaar steeds sneller opvolgen. De cruciale vraag is “Hoe kan de Nederlandse economie zich stabiliseren naar meer betrouwbaarheid?”.

Technisch Onderwijs

Het antwoord op de vraag is moeilijker dan de vraagstelling. Dagelijks breken vele economen zich over deze vraagstelling, zonder direct een antwoord of oplossing te hebben voor de problematiek. In het verleden zijn er echter keuzes gemaakt die niet zo maar terug te draaien zijn. De ambitie van Nederland is lang gericht geweest op de kenniseconomie en dienstverlening. Gevolg was dat ouders hun kinderen vooral motiveerden om door te gaan met leren, om daarmee een serieuze plaats op de arbeidsmarkt te kunnen verwerven. Hoe hoger de opleiding des te meer kans op een goede baan.

De Nederlandse regering heeft de laatste drie decennia hier volop op gestuurd. Bedrijven gingen hierdoor over tot “outsourcing” van relatief eenvoudig werk naar lage lonen landen. Nederland moest op de wereldwijde ladder van de kenniseconomie naar de top! Helaas is echter recentelijk duidelijk geworden dat wij zijn gezakt op de wereldwijde ranglijst. Kennis is niet langer “beschermd goed” en “het geheim van de smid” blijkt door de technologische ontwikkelingen en openbare beschikbaarheid en bundeling van “informatie” snel te worden achterhaald.

De gevolgen van “outsourcing” laten ferme sporen na. Kennis en kunde over productieprocessen is sterk afgenomen. De ambitie om met alleen dienstverlening geld te verdienen heeft ervoor gezorgd dat de Nederlandse productie industrie, t.o.v. 25 jaar geleden, substantieel is afgenomen. In tegenstelling tot Duitsland, waar onze premier Rutte zich graag mee vergelijkt, is in Nederland het balans tussen kennis- en industriële economie verdwenen. De Nederlandse bedrijven die wel doorgegaan zijn met productieactiviteiten in Nederland blijken nu wereldwijde contracten te verwerven en zijn daardoor minder afhankelijk van de conjunctuureffecten. Echter kampen zij allen wel met het probleem dat er geen goed opgeleide en vakkundige arbeidskrachten te krijgen zijn.

Het besluit om de voormalige lagere technische scholen (LTS) op te heffen blijkt een belangrijke angel te zijn. Op de LTS werden jongeren vooral gestimuleerd om installatiemonteur, metaalbewerker, timmerman of een ander technisch beroep te ambiëren. De laagdrempelige toegang tot arbeid was daarmee gewaarborgd. Tot dat “iemand” het lumineuze idee had ontwikkeld dat “kennis macht is”. Het resultaat is echter “more chiefs than indians”. We hebben “niets” meer om te leveren anders dan “kennis” wat tegenwoordig zeer vluchtig blijkt te zijn.

De oplossing ligt echter dichterbij dan we denken. Alleen zijn er serieuze ingrepen nodig op vele gebieden die moeten zorgen dat de economie in Nederland weer gezond wordt. Een belangrijk feit is dat arbeid in Nederland, gezien op micro-niveau, door allerlei facetten te duur is geworden. Wanneer we echter de moeite nemen om alle facetten op macro-niveau in kaart te brengen dan kunnen we wel eens tot de conclusie gaan komen dat slechts enkele cruciale veranderingen tot snelle oplossingen kunnen leiden. Sneller dan men momenteel doet vermoeden. Althans, dat is mijn bescheiden mening.

Voor de gewone burger draait het allemaal om koopkracht, oftewel “Wat kan ik allemaal doen met het door mij verworven inkomen binnen de voor mij beschikbare vrije tijd?” In beginsel maakt het dus niets uit wat het bruto inkomen is, zeker als het netto inkomen toereikend is om een normaal tevreden leven te kunnen leiden. Economisch deskundigen hebben in het verleden de term “modaal inkomen” geïntroduceerd. Hiermee is een lijn gezet wat de gemiddelde Jan Modaal bruto mag verdienen. Het zegt echter totaal niets over de koopkracht, want dat heeft betrekking op het netto besteedbaar inkomen. Alle bezuinigingen die nu worden doorgevoerd leiden rechtstreeks tot vermindering van de koopkracht van Jan Modaal. Mijn voorstel zou zijn om te beginnen met het vaststellen van een modaal inkomen gebaseerd op een netto besteedbaar inkomen.

Innovatie van de Nederlandse Economie

De personele kosten zijn normaliter de hoogste kostenpost op het balans van een bedrijf. De massale ontslagrondes hebben geleid tot een daling van de kostenposten aan de ene zijde, maar vervolgens op een later moment gezorgd voor een verhoging van de belastingdruk. Het sociale stelsel in Nederland voorziet mensen, die tijdelijk niet in de gelegenheid zijn om zelfstandig inkomen te verwerven, van een uitkering. De gelden hiervoor moeten weer door belastingbetalers worden opgehoest. Deze cyclus vormt de basis van de (Nederlandse) economie. Bezuinigingen doorvoeren, of betere gezegd, belastingverhogingen doorvoeren om de kosten te kunnen dekken, leiden direct tot versterking van het negatieve economisch spiraal.

Willen we de economie veranderen dan moeten we de cyclus aan gaan passen. De sleutel ligt bij de regering en de tevredenheid bij mensen over de koopkracht. Laten we eens een situatie schetsen die helpt om duidelijk te maken welke mogelijkheden er zijn. We gaan uit van een netto modaal inkomen van € 2.000,- per maand.

Iemand kost de werkgever dan (brutoloon) € 2.770 * 1,32 (werkgeverskosten) = € 3.656,- Wanneer deze persoon wordt ontslagen dan krijgt degene nog slechts 70% van het laatst verdiende loon, t.w. € 1.939,- Wat neer komt op een besteedbaar inkomen van ca. € 1.400,- per maand.

De totale kosten komen echter in de laatste situatie compleet voor rekening van de staat. De personeelskosten voor de werkgever komen te vervallen op de balans. In plaats van dat de arbeidskracht en werkgever bij dragen aan de (zorg)staat, kost het nu direct geld. Verschil van betaling van € 1.656,- naar uitgave van € 1.939,- maakt een achteruitgang van € 3.595,- voor de Nederlandse staat. De oplopende werkeloosheid, momenteel ruim 700.000 mensen, zorgt voor een bizarre stijging van de kosten. Uitgaande dat slechts de helft een uitkering ontvangt, ter indicatie en middeling van de verschillen tussen wel/geen uitkering en hoogte van de uitkering, dan gaat het om maandelijks meer dan € 1.200.000.000,- verschil aan overheidsuitgaven c.q. mislopen inkomsten.

Een ander punt is het rendement waar investeerders vanuit gaan bij investering in een bedrijf. Willen we de economie veranderen, dan is daar ook een (tijdelijke) verandering in verwachting noodzakelijk. Het continu grote sommen geld onttrekken aan bedrijven is kort termijn politiek en drijft het bedrijf in de hoek dat Research & Development niet meer mogelijk is en innovatie stil komt te staan. Het (her)investeren van rendement loont als de bedrijfsvoering gericht is op lang termijn rendement en bedrijfscontinuïteit. Het besef begint langzaam te groeien, echter heeft nog niet de omvang die wenselijk is. Bedrijven krijgen mede hierdoor geen kans om te groeien.

InnoComm's Ideeenbus

Een mogelijke oplossing is dat de overheid besluit om de salarissen de komende 5 jaar te bevriezen! Om daarna te sturen op het vergroten van de koopkracht. Dit kan door bedrijven die productie leveren te belonen met belastingverlaging (anti-cyclus investeren). Hierdoor kunnen producten goedkoper worden geleverd, dalen personeelskosten waardoor meer mensen een baan kunnen krijgen en neemt omzet ongetwijfeld toe. Voorwaarde is wel dat de extra vrijgekomen gelden worden aangewend voor ontwikkeling van innovatie en aannemen van mensen, in plaats van verhogen van het rendement voor de aandeelhouders. Het zorgt op termijn korter dan vijf jaar, voor serieuze terugkeer in de wereldeconomie bij toenemende export, maar ook door verhoging van verkoop op de Nederlandse markt. Een beetje chauvinisme, door het kopen van Nederlandse producten te promoten, kan geen kwaad. Duitsland heeft haar model hierop gebaseerd en kent al jaren de € 400,- baan om werkelozen terug te laten keren in de arbeidsomgeving. Daar zouden wij een voorbeeld aan kunnen nemen, omdat de economie van Duitsland stabiel is door balans tussen productie en kennis economie…

Het is zo maar een brainwave van een gewone burger…

AMSTERDAMHet CPB heeft het signaal afgegeven dat de recessie is afgelopen! Wat geweldig nieuws moet zijn, betekent toch eigenlijk een deceptie. De recessie wordt afgemeten aan ‘oude cijfers’, aan een ‘oude’ denkwijze en vooral aan de ‘oude economie’. Een economische situatie die nimmer meer zal wederkeren. Tenslotte kunnen we vaststellen dat de werkeloosheid nog steeds exorbitant hoog is, de kansen voor ca. 35 á 40% van de beroepsbevolking om een (andere) baan te vinden er (nog) niet is en bedrijven nog steeds liever over de grens kijken naar goedkope krachten dan in overweging te nemen wat er met de huidige populatie ‘werkzoekenden’ te ondernemen is.

Nederland nog niet klaar!
Het is een voldongen feit dat Nederland ver achter blijft bij herstel van de Europese economie ten opzichte van de buurlanden. Het lijkt bij weinig mensen door te dringen wat er nodig is om dit herstel ook in Nederland voor elkaar te krijgen. Het draait allemaal om bewustzijn, mentaliteit, gedrag en doelstellingen! De wurggreep waarin Nederland zich laat houden is klaarblijkelijk nog niet benauwend genoeg. Hierdoor worden significante wijzigingen, die er moeten plaatsvinden om naar de nieuwe economie te kunnen komen, nog niet doorgevoerd. Ergo, men lijkt het niet te (willen) begrijpen. Het draait echter allemaal om begrijpen van de basis van de Nieuwe Economische Wereld…

De Nederlandse economie zit vast!
De motor draait niet meer! De consument is het vertrouwen kwijt, bedrijven snijden tot op het bot en de overheid draait de duimschroeven nog strakker aan. Het Eureka gevoel van Minister-President Rutte over de ontwikkelingen hebben ‘slechts’ betrekking op de exportactiviteiten van het Nederlands bedrijfsleven. Er wordt daadwerkelijk vergeten dat er ook nog een Nederlandse economie is die totaal niets te maken heeft met export. De ‘gewone’ ondernemer in het Midden-en-Kleinbedrijf die, mede door de verkeerde focus van het kabinet, nu op vele plaatsen failliet aan het gaan is. Het verhogen van de kosten (lees: BTW, OGB etc.), terwijl de klandizie zienderogen afneemt, helpt niet mee om de economie draaiend te houden. De gehele basis van het Nederlandse staat onder druk van “goedkope arbeidskrachten” , “geen verkopen door wegblijven van klanten” en “achterblijven van ontwikkelingen door te hoge druk bij MKB’er”. Het einde van het economisch neerwaarts spiraal is duidelijk bereikt!

Oplossingen liggen voor de deur…
Een complete populatie wegcijferen in de boeken is niet zo moeilijk. De eenvoudige banen zijn weggesaneerd door verregaande industrialisatie en/of outsourcing van de activiteiten naar lage-lonen-landen. In plaats van te kijken hoe de loonkosten in Nederland konden worden aangepast, is er rucksichtloos werk verplaatst naar verre oorden. Achteraf blijkt nu dat, mede door kosten voor regie- en coördinatie, extra activiteiten en verplaatsing van strategische elementen waardoor nu verhoging van tarieven beginnen, outsourcing niet altijd interessant is. Iets wat op voorhand voorspeld had kunnen worden. De eerste geluiden voor re-shoring van activiteiten klinken al in Nederland. Het terughalen van ‘relatief eenvoudig werk’ is slechts één stap, want alleen daarmee lossen we het niet op. Er moet meer gebeuren om onze Nederlandse werkeloze weer aan het werk te krijgen!

Ontslagboete versus Winstmaximalisatie…
De veranderingen van mentaliteit ‘Alleen buiten NL is arbeid goedkoop!’ in het huidige bedrijfsleven is een stap. De volgende stap is dat de overheid haar gedachtegang ‘Alleen door export kan NL herstellen!’ aanpast. Er wordt totaal voorbij gegaan aan de interne kracht van Nederland. De sterke focus op alleen Europa vanuit de regering duidt niet op “Hoe zetten we NL op de kaart, anders als de geld-stortende partij?”. Hoeveel werk levert onze bijdrage aan Europa nu uiteindelijk op? Of gooien wij alleen de grenzen maar open voor ‘laaggeschoolde goedkope arbeidskrachten?’ De rekensom moet door de regering beduidend anders worden gedaan. De lasten van ontslagen is slechts een verplaatsing van kosten van het bedrijfsleven naar de overheid. De Nederlandse burger draait duidelijk op voor de extra financiële inkomsten van (veelal buitenlandse) aandeelhouders. De bedrijven die massaal tot ontslagen zijn overgegaan, moeten eigen extra belast worden met een ‘ontslagboete’ als de enige reden voor de massa ontslagen is ‘het verhogen van het rendement voor de aandeelhouders’ (winstmaximalisatie op kort termijn). Waarom zouden wij als Nederlandse burgers de lasten van een dergelijke bedrijfsvoering moeten dragen? Ook de laaggeschoolde mensen in Nederland verdienen een baan!

Werkeloos, een (on)gewenste sabbatical?
De verantwoordelijkheid om uit de economische slop te komen ligt niet alleen bij bedrijven of bij de overheid. Ook de werkeloze heeft een duidelijke verantwoordelijkheid. Wat doe je zoal als je geen baan meer hebt? Hoe actief ben je als vrijwilliger? Hoeveel initiatieven werk je uit met anderen om te kijken hoe jezelf (met anderen) weer kan zorgen voor kansen op werk? Wacht je totdat iemand een baan komt aanbieden op een presenteerblaadje? Of mopper je gewoon op de overheid en het bedrijfsleven en denk je gewoon ‘Het zal mijn tijd wel duren!’. Voor slechts een paar tientjes meer per maand ga ik niet elke dag vroeg mijn bed uitkomen… Tsja, vele zullen nu aangeven dat zij druk bezig zijn met het verwerven van werk via één of meer van de vele kanalen of arbeidsbemiddelaars. Het blijft interessant om erachter te komen hoeveel van de 750.000 werkelozen (ca. 6.000.000 uur per dag) beschikbaarheid zijn om creatieve oplossingen te bedenken om aan het werk te komen. Schrik niet, berekent op basis van 70% van het modale inkomen (€ 1641,-) kost de werkeloosheid ruwweg zo’n € 1,2 miljard euro per maand! Wanneer 25% van deze 750.000 werkelozen aan het werk zouden gaan tegen een modaal inkomen, dan kun je een aantal zaken direct vaststellen. (1) De inkomsten van werkeloze neemt toe, (2) De belastinguitgaven draaien direct om naar belastinginkomsten en (3) Bedrijven kunnen door een tijdelijke compensatie uit deze omslag een innovatie starten waardoor er nieuwe en extra inkomsten gaan groeien. Kortom de sleutel ligt bij de werkeloze! Je moet wel willen… Een uitkering is geen gift!

Wanneer start de discussie?
Helaas… moeten we ook constateren dat er vele mensen afhankelijk zijn van de negatieve effecten van de economie. Het apparaat om 750.000 mensen te registreren, controleren etc. etc. is inmiddels zo gegroeid dat mensen angstig worden als het aantal cliënten afneemt. Het moet gaan veranderen, maar daarvoor moeten de werkelozen zelf in beweging gaan komen, want als je niet voor jezelf wilt of gaat zorgen dan blijft men jou wel verzorgen! Althans tot de pot leeg is en er voor niemand meer een kans is om van het vangnet gebruik te kunnen maken…

En nu is het weekend… Veel plezier en interesse om zelf wel wat te gaan doen? Meld je dan gerust bij aandeslag@werkeloos.nu, gewoon omdat je het ‘niets doen’ en ‘geleid worden’ zat bent…

De Nederlandse economie is door de wereldwijde crisis in de financiële sector voorgoed veranderd. Het aantal werkelozen is substantieel gestegen. Het Midden en Klein Bedrijf, als motor van de economie, koerst met ferme schreden op faillissement af. De kosten van de (rijks)overheid blijven een opwaarts spiraal weergeven. Het huidige onderwijs is niet ingericht om de gewenste arbeidskracht van de toekomst op te leveren. De ecologische cyclus van het verwerven van inkomen door het verrichten van arbeid of door het gereed stomen voor het verrichten van arbeid door het volgen van (beroeps)onderwijs is compleet verstoord. Een nieuwe revolutie staat voor de deur! Doe je mee of kijk je toe?

Desalniettemin blijft het kabinet bij de traditionele denkwijze van besparen door het standpunt dat belastingen en accijnzen moeten worden verhoogd, verschuiving van overheidstaken tussen rijks-, provinciale- en gemeentelijke overheden doorgang moet vinden en diverse activiteiten van maatschappelijke aard richting het bedrijfsleven (maatschappelijke participatie) en de burger (zelfredzaamheid) moeten worden verplaatst zonder rekening te houden met de financiële gevolgen voor deze partijen. In de kern is het een goede gedachte om te groeien naar een sterk participerende samenleving waarin mensen met en voor elkaar zorgen. Minder bemoeienis vanuit de overheid moet zorgen voor een intensievere samenwerking voor en door burgers.

De cruciale randvoorwaarden om een dergelijke maatschappij te verkrijgen zijn echter niet ingevuld of kunnen niet ingevuld worden mede door beperking in de (Europese) wetgeving en door afwezigheid van wederzijds begrip voor culturele verschillen.

Randvoorwaarde 1: Europese samenwerking tussen de lidstaten
In 1952 is Nederland als een van de lidstaten de samenwerking aangegaan met België, Duitsland, Frankrijk, Italië en Luxemburg voor de vorming van de Europese Unie. De lidstaten hebben verregaande bevoegdheden toebedeeld aan de EU met als doelstelling te komen tot een gemeenschappelijk beleid op het gebied van onder andere landbouw, visserij, een vrije binnenmarkt, handelspolitiek, ontwikkelingsbeleid, milieu en hulpverlening bij natuurrampen. En om met één verenigd Europa een sterke handelspartner te vormen in de wereldwijde economie.

De groei van de Europese Unie met landen uit het Oostblok, de uitbreiding van de Europese wetgeving en de daaraan gerelateerde verregaande bevoegdheden van de EU om invloed te hebben op individuele lidstaten, blijken echter op vele gebieden de sociale, financiële, maatschappelijke ontwikkelingen te beperken. Het principe van het stimuleren van het vrije handelsverkeer tussen de lidstaten, zogenaamde winkelnering (Europese Aanbestedingen moesten hier een basis voor gaan vormen) en intensieve samenwerking richting de wereldeconomie, is het laatste decennia niet goed van de grond gekomen.

De stimulans voor mondiale organisaties om bedrijfsactiviteiten massaal uit te besteden (outsourcing) naar lage lonen landen, welke niet rechtstreeks bijdragen aan de financiële groei en grondvesten van de EU, was groter dan te bouwen aan een intensieve samenwerking binnen de grenzen van de Europese Unie. Uitbesteding van bedrijfsactiviteiten is een uitermate goed middel om te komen tot significante verlaging van de kosten door het inzetten van gestandaardiseerde methodieken door bedrijven gespecialiseerd in slechts deze activiteiten. Echter het toestaan van uitbesteding van werkzaamheden naar lage lonen landen, zonder daarmee een sterke export te bewerkstelligen of substantiële (belasting)inkomsten voor de Europese Unie of het eigen land te verwerven, getuigt van kort termijn politiek.

Het gevolg begint zich nu sterk af te tekenen in Europa. Eenvoudige productie- en logistieke werkzaamheden worden buiten de Europese Unie verricht door landen als bijvoorbeeld India waar de groei van miljonairs niet te stuiten is. De werkeloosheid in de Europese Unie exorbitant stijgt en dientengevolge daarvan de lastendruk voor de lidstaten van de Europese Unie om iedereen te voorzien van een basisinkomen niet meer te dragen is. De oorzaak is dat er totaal niet gedacht is aan internationale vormen van reciprociteit! De export vanuit de Europese Unie richting de lage lonen landen waar het geld nu weelderig stroomt blijft sterk achter bij hetgeen er wordt uitbesteed!

Randvoorwaarde 2: Nederlandse samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven
In 1861 werd in Nederland de eerste ambachtsschool gesticht. Het was de instelling voor dagonderwijs waar men werd opgeleid voor ambacht en nijverheid. Het type onderwijs was vooral populair bij degene die na de lagere school geen mogelijkheid hadden om te studeren. De ambachtsschool verzorgde technische opleidingen voor jongens daar waar de huishoudschool gericht was op meisjes. De opleidingen werden zodanig gekozen dat deze aansloten bij de behoefte van de toekomstige arbeiders en werkgevers. Bij de invoering van de Mammoetwet in 1968 werd de naam gewijzigd in Lagere Technische School (LTS) en verdween de term ‘Ambachtsschool” in het geheel.

De veranderingen in het onderwijs om alles te bundelen heeft er in 1999 voor gezorgd dat dergelijk specifiek beroepsgericht onderwijs opgenomen werd binnen het voorgezet middelbaar beroeps onderwijs (vmbo). Hiermee kwam, in tegenstelling tot de verwachtingen, een einde gekomen aan de authentieke identiteit van ambachtelijk onderwijs in Nederland. Het was tevens het moment dat de verbinding tussen onderwijs en bedrijfsleven ogenschijnlijk verloren is gegaan. De focus werd vooral gericht op de groei van de kenniseconomie want de term “kennis is macht” vierde hoogtij. Het is een façade gebleken na de klap van de internethype in 2001. Een stevig staaltje kort termijn politiek wat nu al meer dan 10 jaar duurt. Hier moet nu verandering in komen!

Conclusie: Zijn wij het spoor echt bijster in Nederland?
Het beroepsonderwijs in Nederland is, vanwege deze cruciale bewegingen, sterk afgenomen. Ieder gezond nadenkend mens had op zijn vingers na kunnen tellen dat als je stopt met het opleiden van mensen voor ambachtelijke beroepen dat je op termijn afhankelijk wordt. Waar de doorgeslagen gedachte vandaan is gekomen dat de Nederlandse economie alleen kan draaien op “kennis” is niet terug te vinden, maar we kunnen concluderen dat er klaarblijkelijk niemand de helikopterview en visie heeft gehad om tot deze eenvoudige conclusie te komen.

De focus is teveel gericht geweest op het vergroten van de schaalgrootte van de Europese Unie om een serieuze speler te worden in de wereldeconomie. Willen we dit bereiken dan moet eerst het “huis” op orde komen. Soms moet je terug naar de basis om in de toekomst weer een stap vooruit te kunnen gaan maken. Voor Nederland betekent dat we onze mondiale gedachte moeten terugbrengen tot de vraag “Wat hebben wij in huis dat we kunnen benutten om een economische vooruitgang te verkrijgen?” of in eenvoudige termen: “Wat hebben we te koop en op welke wijze kunnen we dit verkopen?”. Om deze vragen te kunnen beantwoorden moeten we allereerst onze gedachtegang veranderen.

De populatie mensen die momenteel aan de zijlijn van het arbeidsproces staan vertegenwoordigen een grote capaciteit aan denk- en werkkracht. Niemand weet klaarblijkelijk deze mensen te motiveren of stimuleren om weer deelgenoot te worden van het arbeids- of onderwijsproces of de directe mogelijkheden lijken hiervoor te ontbreken. De negatieve wijze van denken over werkeloosheid en het sociaal stelsel, aangevuld met de wensen en eisen voor groei van nivellering zorgen dat we in de klem zitten in Nederland. In plaats van de handen ineen te slaan, de mouwen op te stropen en te kijken naar mogelijkheden in plaats van beperkingen, zorgen voor het continueren van deze beklemming.

De stevige besparingen ingezet door het kabinet gaat hier geen verandering in brengen. Het kabinet met als uitvoerende organisatie de (rijks)overheid lijkt geen visie te hebben over waar Nederland in de toekomst moet komen te staan. Politici beperken zich telkens op een maximaal ambtstermijn van vier jaar. Het meerpartijenstelsel in Nederland biedt niet (meer) een goede basis voor een stabiele koers van het land met een langtermijn strategie. De grote contrasten en diversiteit van politieke stromingen en het achterhaalde poldermodel mag heden ten dagen met recht ter discussie worden gesteld. Onze politieke leiders hebben het vertrouwen verloren van de gewone burger. Het sociale stelsel is uit balans. Het economisch model van “kennis is macht” heeft getoond niet te werken. We moeten veranderen dat is een feit. Het kabinet probeert in een sneltrein tempo activiteiten richting de gemeenten en de burger te duwen. “Los het nu zelf maar op!” is de indruk die gegeven wordt. Het wordt tijd dat iedere burger tot het inzicht komt dat we het zelf kunnen oplossen! Samenwerken aan een nieuwe toekomst doe je door samen te werken!

Kom tot ontdekking wat jouw eigen kwaliteiten, kenmerken en talenten liggen! Gebruik jouw motivatie om het zelfvertrouwen terug te krijgen dat het samenwerken met elkaar zorgt voor een energie in het kwadraat. “Twee weten meer dan één!”, maar 700.000 werkelozen weten samengevoegd exponentieel meer dan de hele (Europese) regering bij elkaar. Het zou een genoegen zijn om deze krachten gebundeld te krijgen om Nederland weer in een vooruitgaande beweging te krijgen waardoor het gat tussen burger, onderwijs en bedrijfsleven wordt gedicht. De overheid kan zich dan in de toekomst beperken tot het vertegenwoordigen van de burger… In bedrijfstermen vormen de burgers “slechts” de Raad van Commissarissen van Nederland die één keer per vier jaar haar stem mag laten klinken. Het kabinet vormt in dit model de directie en de overheid is niet meer dan de verzameling van stafafdelingen… En de burgers? Eenmaal de krachten van de burgers gebundeld vormen zij gezamenlijk het bedrijf dat we de BV Nederland kunnen noemen… Een BV waarbinnen het onderwijs en bedrijfsleven moet worden hervormd om weer te komen tot een gezond bedrijf met opleidingen, leer-werkstages en arbeidsplaatsen!

Wie durft de mouwen op te stropen? Meld je aan op

Amsterdam – De kranten staan er al een tijd bol van! De Algemene Rekenkamer komt vandaag, we schijven 2 juli 2013, met een voor vele ouders met kinderen op en docenten in het speciaal basisonderwijs (SBO) niet verrassende publicatie “Kunnen basisscholen passend onderwijs aan?“. Een retorische vraag omdat er al meerdere malen duidelijk is vastgesteld dat de scholen in het reguliere basisonderwijs (BO) niet zijn ingericht om kinderen, die tijdelijk of langdurig, met een aandachtsgebied de extra steun en aandacht te bieden die noodzakelijk is.

 

Laten we vooropstellen dat een deel van deze kinderen best naar regulier basisonderwijs over zouden kunnen mits de school in het regulier basisonderwijs de juiste faciliteiten beschikbaar heeft en de docenten de kennis, kunde en ervaring hebben om kinderen met aandachtsgebieden te ondersteunen bij de maatschappelijke en sociale ontwikkeling. Er zijn zelfs meerdere belangrijke redenen te noemen om kinderen binnen het speciaal basisonderwijs de kans te geven om onderwijs te volgen binnen het reguliere basisonderwijs.

  • Kinderen behoeven vaak niet op alle vlakken extra ondersteuning;
  • Kinderen moeten “uitdaging op eigen niveau” en “voorbeeld gedrag” aangereikt krijgen;
  • Kinderen verdienen een oprechte kans om hun talenten in een “normale” omgeving tot ontplooiing te laten komen;
  • Kinderen hebben recht op identieke onderwijsmethodieken als in het reguliere basisonderwijs mogelijk is;
  • Kinderen “verliezen” de stempel “speciaal” bij de overgang naar het voorgezet onderwijs;

Het is slechts een greep uit de lange lijst met argumenten om kinderen “Samen naar school” te laten gaan. Echter zijn er ook legio argumenten te noemen die juist het tegendeel versterken. Ook hiervan noem ik u er enkelen.

  • Kinderen zijn niet of matig “mentaal gewapend” tegen pesten;
  • Kinderen vormen een eenvoudig doelwit om “buiten de groep” te worden gezet;
  • Kinderen gaan zich een “buitenbeentje” voelen als zij om extra steun moeten vragen;
  • Kinderen kunnen zich “niet gelijkwaardig meten” aan klasgenoten;
  • Kinderen vormen een “extra belasting” voor de “gewone docent” in het reguliere basisonderwijs;

Als vader van vier kinderen met allen een eigen levenspad ben ik altijd intensief betrokken geweest bij de scholen. De ervaringen met het basisonderwijs van de laatste jaren stemmen mij niet vrolijk! Of je kind nu tijdelijk extra aandacht nodig heeft vanwege een moeilijke periode of juist de beschikking heeft over extra capaciteiten, de scholen zijn niet ingericht op “teveel” afwijkingen. Door deze constatering uit ik ook mijn zorg. In mijn dagelijkse werkzaamheden heb veel te maken heb met jongeren waar het op het pad van basisonderwijs is fout gegaan. Of het nu komt door culturele verschillen, gedragsproblematiek of juist hooggekwalificeerde talenten, in alle gevallen is het ergens mis gegaan. Een school voor regulier basisonderwijs heeft helaas niet een spectrum wat breed genoeg is om iedereen een eerlijke kans te geven. Je mag het ook niet verwachten van docenten! We vragen eigenlijk aan de huisarts of hij ook het werk van de specialist wil overnemen, zonder dat we eerst zorgen voor adequate opleiding. Ergo, we moeten ook gewoon eerlijk zijn dat niet iedere docent de kwaliteiten of ambitie heeft om de “moeilijke” kinderen van basisonderwijs te voorzien.

Sketch: Wat nou Passend Onderwijs

 

Conclusie: De Algemene Rekenkamer bevestigt het signaal van ouders, docenten en scholen dat de ambitie van het programma “Samen naar school!” niet haalbaar is binnen een acceptabele periode. De regering neemt omwille van grote bezuinigingsplannen rigoureuze beslissingen welke op een later moment voor geheel andere problemen gaat zorgen. De generatie van “drop-outs” gaat toenemen. Het tweedimensionale onderwijs, zoals Jef Staes al jaren verkondigt, moet compleet worden herzien. De eerste scholen met de nieuwe onderwijsmethodiek “Aan de slag met jouw talent!” beginnen langzaam op te komen. Helaas is de “oude garde” nog steeds van mening dat integraal klassikaal onderwijs gaat om het vergelijkbaar maken van leerlingen. Terwijl iedere leerling duidelijk behoefte heeft aan educatie passende bij zijn/haar talenten, aanleg, capaciteit etc.

Advies: Mijn advies is om de structuren van onderwijs in Nederland te blijven baseren op de drie verschijningsvormen, te weten regulier, speciaal en bijzonder onderwijs. Het is in dit kader meer dan zinvol om ook tussen deze vormen van onderwijs bruggen te slaan. Hierdoor hebben de kinderen de kans om goed basisonderwijs te volgen op het niveau wat zij daadwerkelijk aankunnen. Om gericht te kunnen kijken naar de talenten van de kinderen, de thuissituatie en de maatschappelijke en sociale factoren, is het belangrijk dat we eerst gezamenlijk tot een duidelijke conclusie en visie moeten komen. Jongeren verdienen het dat, mits de juiste lesstof binnen een de bij hem of haar passende talenten wordt aangeboden, zij zich in het (speciaal) (basis)onderwijs in de kern mogen ontwikkelen tot volwaardige, in het leven staande jongeren.

Passend Onderwijs volgens getalenteerde kinderen

 

Gevolgen: Indien ht huidige kabinet onverwijld haar plannen toch laat doorgaan, dan moeten we beseffen als burgers, stemmers, (groot)ouders, docenten, scholen, begeleiders, jeugdzorg, hulpzorg instellingen etc. dat in de toekomst er nog meer jongeren bijkomen met persoonlijke problematieken. Tenslotte is al meerdere malen wetenschappelijk aangetoond dat primair basisonderwijs cruciaal is voor het verdere verloop van de opvoeding.

De wens spreek ik uit dat onze politici in Den Haag en ook in de lokale politiek voor eens en altijd tot het besef komen dat we niet één type jongeren hebben in Nederland! Dat het bieden van meer op talent gericht onderwijs verdeeld over de drie onderwijscategorieën geen sinecure is, maar op lang termijn heel veel vruchten gaat afwerpen (lees: minder uitval, beter ontwikkelde jongeren en lagere financiële gevolgen). Wie durft het lef te tonen om deze keer tijdens het debat over de regeerperiode heen (lees: zijn of haar figuurlijke “graf) te kijken?


Toelichting: De afkorting BO staat voor het reguliere basisonderwijs. Dit zijn scholen welke op gewone wijze basisonderwijs verzorgen voor kinderen die worden bestempeld als “gewone doorsnee leerlingen”. De tweede afkorting is SBO en staat voor speciaal basisonderwijs. Het betreft hier scholen die een grote diversiteit aan kinderen met een even zo grote diversiteit aan enkelvoudige of meervoudige aandachtsgebieden, achtergronden en gezinssituaties van regulier basisonderwijs proberen te voorzien. Deze kinderen hebben vanwege verschillende redenen een sterke behoefte aan intensievere begeleiding bij de maatschappelijke en sociale ontwikkeling tijdens de periode van het basisonderwijs. Van kinderen met “slechts” een traumatische ervaring in de privé-situatie tot kinderen met een duidelijke indicatie uit DSM-IV en alles wat daar tussenin zit, maken onderdeel uit van de huidige populatie in het speciaal basisonderwijs in Nederland.

Voorbehoud: In dit blog laat ik bewust het speciaal onderwijs (SO) buiten beschouwing. Enerzijds omdat het anders te verwarrend en te complex wordt om te lezen. De focus in dit blog is vooral gericht op de problematiek rondom het programma “Samen naar school!” en het grijze overgangsgebied tussen het speciaal (SBO) en regulier basisonderwijs (BO). Laat ik duidelijk zijn dat ook het speciaal onderwijs de nodige aandacht verdient! Mijn kennis en ervaring strekt zich echter niet uit over de totale breedte, maar is beperkt tot het (speciaal) basisonderwijs (BO & SBO). Hier moet ik mijn beperking dus ook kenbaar maken om juist mijn kennis en ervaring met (speciaal) basisonderwijs te kunnen benadrukken.

 

Referenties/Bronnen/Onderzoeken: Om u de mogelijkheid aan te reiken om zelf tot conclusies te komen, verstrek ik hieronder de hyperlinks naar verschillende bronnen, referenties en onderzoeken. Put uit de informatie datgene wat u sterkt om in uw eigen omgeving te bezien hoe u kunt ondersteunen op de school van uw kind. Samen met de inzet van ouders, docenten en directies moeten we komen tot passende oplossingen voor passend onderwijs voor de kinderen.