“Als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan!” is een denkwijze die bij grote complexe projecten met regelmaat wordt uitgesproken. Je kunt alles tot in de puntjes voorbereiden. Er kunnen zich altijd omstandigheden voordoen die de praktische uitvoering in de weg staan. De grootste blunder is om dan stoïcijns door te blijven gaan. Een moment van bezinning is dan noodzakelijk.
Soms betekent het een eenvoudige bijstelling van de randvoorwaarden, mits deze de initiële doelstelling van het project niet veranderen. Wanneer echter blijkt dat het onmogelijk is om doelstelling, zonder bijstelling van hetgeen initieel bedacht is, te behalen, dan zijn er diverse opties die in overweging moeten worden genomen. De grootste fout die gemaakt wordt in projecten is om toch door te blijven gaan. Indien een project ingegeven is vanuit een politiek standpunt, dan is de stap “teruggaan naar de tekentafel” vaak onbespreekbaar. Althans zo denken velen werkzaam binnen een ambtelijke omgeving waar uitvoering gegeven wordt aan projecten vanuit de politieke agenda. Het “nee zeggen” tegen een bewindvoerder is heden ten dage nog steeds slecht bespreekbaar. Je brengt een bewindvoerder politiek niet in een lastig parket dus als “het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan.”
Deze denkwijze is exact waarom er zoveel grote complexe projecten bij overheden fout lopen. Men durft niet naar de bewindvoerder terug te gaan om aan te geven dat de initiële doelstelling onhaalbaar blijkt te zijn. De dossiers met een dergelijk karakter vormen inmiddels een hoge stapel. Het politieke speelveld is zo complex geworden dat de gemiddelde burger er niets meer van begrijpt. Waarom doorgaan met iets wat onhaalbaar blijkt te zijn of wat zelfs in het ergste geval voor een totale ontwrichting zorgt? De politieke belangen wegen dan zwaarder dan onuitvoerbaarheid. Het enige middel wat dan nog rest is dwang vanuit de bewindvoerders om het toch voor elkaar te krijgen. De voorbeelden van dergelijke dossiers zijn er te over en hebben in het afgelopen decennia meerdere malen geleid tot val van een bewindvoerder of zelfs erger, de val van het kabinet. Het lijkt erop dat de politiek niet genegen is om hiervan te leren want telkens worden dezelfde fouten genaakt. Men lijkt er niet voor open te staan dat sommige geformuleerde politieke doelstellingen onhaalbaar blijken te zijn.
Het doordrukken van de politieke agenda heeft al meerdere malen gezorgd voor problemen in de samenleving zoals de affaire met de toeslagen, het debacle rondom de gaswinning in Groningen, de ernstige tekorten op de arbeidsmarkt en de crisis met betrekking tot stikstof. De lijst is echter langer waar problemen in de uitvoering de oorzaak vormen van politieke turbulentie. In alle gevallen is er ongetwijfeld vanuit de ambtelijke omgeving nadrukkelijk aangegeven dat er serieuze problemen op komst waren met de uitvoering. En toch bleek het onbespreekbaar om terug te gaan naar de politieke tekentafel voor heroverwegingen. “Het regeerakkoord is regeerakkoord!” en die moet worden uitgevoerd anders pleeg je als bewindvoerder politieke zelfmoord of je brengt de gehele coalitie in gevaar. In een dergelijke situatie zijn we als Nederland nu in beland, waarbij duidelijk is dat meerdere punten uit het regeerakkoord onhaalbaar blijken te zijn. De agenda van het regeerakkoord blijkt niet realistisch uitvoerbaar en leiden rechtstreeks tot punten van zorg m.b.t. stikstof, werkgelegenheid, wonen, migratie en koopkracht, maar zeker niet beperkt tot alleen deze onderwerpen.
De intenties bij het opstellen van de politieke agenda en de bereikte politieke consensus zullen oprecht goed bedoeld zijn geweest, maar de wereld om ons heen kent maar één constante en dat is verandering. Waarom dan stoïcijns vasthouden aan hetgeen is afgesproken? Waarom durven politici niet terug naar de tekentafel om realistisch te kijken naar de (onverwachte) veranderingen die zich aftekenen na het sluiten van het regeerakkoord. Tegen wil en dank doorgaan met gestelde politieke doelstellingen terwijl het land in een tsunami van problemen verkeerd kan nooit de bedoeling zijn. De onveiligheid neemt met de dag toe, de koopkracht zakt met dezelfde snelheid, tekorten aan woningen en arbeidskrachten stijgen met de dag en het vertrouwen in de politiek is gedaald tot een werkelijk minimum. Het gaat van kwaad tot erger. Wie durft daadkrachtig het politieke lef te tonen om voorafgaand aan de komende gemeenteraadsverkiezingen in 2023 op de rem te trappen? De crisissen moeten worden beslecht, dat gaat pijn doen binnen de verschillende politieke stromingen, maar het kan toch zo niet langer?
Nederland is niet langer het beste jongetje in de Europese klas… er worden dikke onvoldoendes gehaald, dus veranderingen in ingenomen standpunten zijn hoogst noodzakelijk om er weer bovenop te komen. Het vraagt om over de eigen ego’s heen te stappen, de politieke kleuring ondergeschikt te maken aan het landsbelang en te zorgen dat er weer vertrouwen komt in de volksvertegenwoordiging. Dit kan alleen als men bereid is om alle signalen uit de samenleving serieus te nemen. Alleen dan kunnen we als burgerij weer vertrouwen krijgen om in maart naar de stembus te gaan. Zo niet, dan voorspel ik dat er een totale politieke crisis gaat komen die zijn weerga niet kent. We zadelen daardoor onze volgende generaties op met problemen die nog decennia gaan duren om op te lossen. Als (groot)vader van vier kinderen en drie kleinkinderen maak ik mij oprecht zorgen waar de politiek nu mee bezig is. Als professional in het vakgebied van project-/programmamanagement kan ik in alle bescheidenheid aangeven dat initieel gestelde doelen onhaalbaar zijn geworden en crisismanagement noodzakelijk is geworden.
Helaas “kan het niet zoals het moet”, maar staat men er ook niet voor open om “het te doen zoals als kan”. De enige oplossing is terug naar de politieke tekentafel om essentiële punten in het regeerakkoord te gaan heroverwegen. Welke politieke gevolgen dat met zich mee gaat brengen merken we gauw genoeg in maart 2023. Ik wens iedere betrokkene in de huidige politieke arena veel wijsheid, maar vooral ook veel kracht om actieve herinneringen te koesteren… de stemmers zullen dat zeker gaan doen als ze straks weer een stem mogen gaan uitbrengen!
Richard J. Raats
Bezorgde (groot)vader & stemmer!

















Wie het nieuws over de politiek van de afgelopen maanden serieus volgt, die is vast allang het spoor bijster. De 



Op de werkvloer wordt het meestal eerder gezien en ervaren dan dat het bij de projectleiding bekend is. Het is daarom zaak om alert te zijn op kleine uitspraken die een diepere boodschap in zich meedragen. De gemiddelde projectleider is een positief ingesteld persoon die vanuit vakinhoudelijke expertise vaak leiding geeft aan projectmedewerkers met als doel gezamenlijk te komen tot een vooraf afgestemd projectresultaat. De kerntaken omvatten met name communicatie, tijdsplanning, projectstructuur, oplevering, kosten en kwaliteit. De drie kernwoorden tijd, geld & kwaliteit moeten in balans zijn. En vooral gedragen worden door eenieder die op zijn of haar manier een bijdrage moet leveren aan het project en het resultaat.
Dergelijke veranderingen maken mensen onzeker over de toekomst. Je moet je aandacht dan in de communicatie ook verdelen tussen ‘zaken die vandaag spelen’ en ‘zaken die de toekomst worden’. En als daar grote verschillen in zitten, dan moet je zorgen voor perspectief. Hier gaat het veelal mis. De organisatie, het management, de stuurgroep, de projectleiding beschikken vaak over meer informatie dat in een bepaalde tijdgeest moet worden geplaatst. Helaas is het niet aan iedereen besteedt om met een grote hoeveelheid informatie om te gaan. Daarom worden projecten normaliter in “fasen” opgeknipt in delen die voor eenieder begrijpelijk en overzichtelijk zijn. In delen waar iedereen zich senang bij kan voelen omdat telkens duidelijk is dat de introductie van de bijvoorbeeld de robot niet direct het werk wegneemt. Ergo, robotisering gaat juist zorgen voor een beter balans tussen werk en privé. Om nog maar te zwijgen over verhoging van de veiligheid, wegnemen van saaie en/of gevaarlijke taken.
Kortom, het vraagt nogal wat van een projectleider om tussen alle emotionele turbulentie door, zodanig te manoeuvreren zodat het projectresultaat gaat worden behaald. De organisatie moet vaak direct met de resultaten aan de slag, dus als er geen of weinig draagvlak is voor hetgeen komen gaat, dan moet je beseffen dat sabotage aan de orde van de dag is. De mens in de organisatie moet het belang zien voor zichzelf. Voor een goede leercurve van projectleiders is het essentieel dat zij de sabotage gaan herkennen, om vervolgens deze in de kiem te smoren en de effecten goed te kunnen mitigeren. Hier is scherpzinnigheid (naast waarnemen en analyseren) een onmisbare kwaliteit voor een projectleider. Alleen blijft het daarbij niet beperkt tot zien, horen en voelen wat er speelt. Het onderbuikgevoel, een niet te meten competentie, is cruciaal voor een projectleider. Als je gevoel je richting geeft, dan moet je daarnaar willen luisteren. En hier begint een dilemma, want als je niet in negatieve beelden kan (of wilt) denken, dan kun je je ook niet voorstellen wat een saboteur voor ogen heeft. In dit blog ga ik niet overschrijven wat zo sterk in het boek is beschreven. Het is echt een aanrader om zelf te gaan lezen.
Ter afronding van dit blog is mijn mening dat alleen het creëren van draagvlak bij medewerkers niet toereikend is om projectsuccessen te boeken. Ook de organisatie, met het grootste belang bij het slagen van het project, moet zich terdege bewust zijn van zijn/haar verantwoordelijkheden ten tijde van de uitvoering van cruciale projecten waarbij componenten van verandering ook de organisatie raken. Projectmanagement is terecht een vak met certificeringen, maar onderschat als Stuurgroep of Management ook nimmer de impact van sabotage binnen of rondom projecten. Het saboteren kost de organisatie enorm veel geld en levert bij medewerkers anders dan frustratie, onzekerheid, onveiligheid en projectmissers niets positiefs op!